De eerste auto in Bozum

De eerste auto’s in Boazum Bij gelegenheid van de presentatie van het boek “Pake syn Wein” door Tresoar, onder redactie van Otto Kuipers en Piter Wilkens 25 en 26 oktober 2019 in het FEC hebben we enkele foto’s van de eerste auto’s in Boazum op een rijtje gezet.   Je zou kunnen zeggen dat de … Lees verder

Geschiedenis café’s in Boazum

 

Het café ‘De Boazumer Mjitte’ voor 1953. Met klimop en er achter nog de boerderij. Het dak stortte dat jaar in door een zware storm. Rechts van de weg zie je het P.E.B huisje. Dat is in de jaren ’90 van de vorige eeuw afgebroken. Je mist ook nog een aantal huizen aan de rechterkant!

 

De eerste steen gelegd door Jan Oosterhout, de zoon van de eigenaar

Hoofdstuk 1. Meinte Jans Oosterhout – Bouw herberg aan de Waltawei

Café de Boazumer Mjitte
In 2020 bestaat het voormalige café, nu Doarpshûs,  “De Boazumer Mjitte’ 145 jaar.
Uit het opschrift van de Eerste Steen van het café blijkt dat die werd gelegd op 24 juli 1875 door Jan Meinte Oosterhout. Hij was toen 6 jaar oud. Zijn vader Meinte Jans Oosterhout heeft het cafe de Boazumer Mjitte laten bouwen.

In het Friesch Landbouwblad heeft Terpstra uit Winsum in de Jaren vijftig van de 20e eeuw, met nog twee schrijvers, in een reeks artikelen onder de naam “It âlde folk, ofdieling VI” een uitgebreid overzicht gegeven van onder andere de Winsumer en Bayumer boerderijen. Daarnaast bracht hij ook verslag uit van wat er in de 19e eeuw zoal op landbouwgebied in deze contreien was voorgevallen. Zodoende heeft hij in drie delen ook verslag gedaan van de jaarvergadering en veetentoonstelling van de Friese Mij fan Lânbouw in ‘It Wapen fan Boazum’ op 5 juni 1889. Als inleiding van dat bijna letterlijke verslag meldde hij het een en ander over het café en zijn eigenaar in die tijd, Meinte Jans Oosterhout. Voor dit verhaal over de cafés  is vooral deze inleiding van belang!

Hij vermeldt dat er in 1870 een herberg, tevens smederij werd verkocht en dat op dat moment de caféfunctie verviel en de smederij door de koper werd voortgezet. Uit zijn beschrijving blijkt dat het om het witte huis ging aan het doktersstreekje richting de school. Met andere woorden: Dokter Miedemastrjitte 4! Deze zaak voerde tot dat moment de naam ‘Het wapen van Bozum’.

Bouw van ‘De Boazumer Mjitte’

Meinte Jans Oosterhout, de eerste caféhouder in “De Boazumer Mjitte”.
Martzen de Vries, de tweede echtgenote van Meinte Jans Oosterhout

 

Van het café zelf schrijft Terpstra dat Oosterhout het op een ‘Kâld Sté’ had gebouwd. Dat klopt. In het Kadaster vinden we op een kadastrale veldwerkkaart dat er in 1866 (!) op de plek van het toekomstige café nog een gebouw stond. Dat vinden we niet op de Kadastrale kaart van 1832. dat gebouw is Baard e 686 is op het kaartje. Daar zou dus oorspronkelijk een boerderij gestaan kunnen hebben.
Nummer 685 stond op het huidige It Heech. Voor de duidelijkheid: 687 is nu De Kamp, waar het Jeu de Boules terrein is. In de onderste hoek in het veld stond toen al de boerderij die timmermanswerkplaats werd en nu Huize Engelsma is.

Situatie voordat het café werd gebouwd. Het café wordt gebouwd op perceel 686. De huisjes van perceel 685 worden ook afgebroken. In de hoek aan de onderkant staat de woonboerderij van de Familie Engelsma.

Ook meldt hij nog dat het in 1889 al jaren het enige café was. ‘Binnen de bebouwde kom!’ Denken we er nu bij, omdat het Stationskoffiehuis er toen ook al was, bij de spoorwegovergang.

Terpstra maakt de gemeenschap van Boazum nog een cultureel compliment, door aan te voeren, dat ze alles in het werk had gesteld om de oude kerk weer in volle glorie te doen verrijzen. Hij publiceerde dit verhaal in maart 1951 in het Friesch Landbouwblad.

De situatie rond het café in 1883. het kadastrale nummer 776 is het café. De veetentoonstelling kan gehouden zijn op nr 777 of op nummer 628. Daar stonden toen nog lang geen huizen. Het nummer 799 is huize Jochem en Lipkje Rijpma-Adema. Dat is tot aan de huidige Tanialeane het eerste huis dat aan die kant van de Waltawei werd gebouwd.

In zijn inleiding lezen we nog dat Meinte Jans Oosterhout zelf het negende kind was van Jan Theunis Oosterhout en Jacomina Dijkstra. Zij boerden op Swaanwert onder Wiuwert.
Verderop in zijn verslag vermeldt Terpstra dat de veetentoonstelling op de ‘Jachtweide’ van het Café plaatsvond. Dat zou dan op de weide naast het Cafe kunnen zijn geweest, waar nu De havens van de Waltawei afbuigt en het Jeux de Boule terrein ligt (Baard E 777). Het zou ook op het weiland aan de overkant van de Waltawei kunnen zijn, waar nu huizen staan en het sportveld ligt (Baard E 628 Deze kadastrale nummers staan op kadastrale aanpassingskaart van Boazum uit 1884.Tegenwoordig hoort Boazum onder de Kadastrale gemeente Easterein). Terpstra meldt tenslotte nog dat het café in 1879 te koop stond voor f17.361,- maar dat Oosterhout er in 1889 nog in woonde. Dat klopt omdat hij het café pas in 1894 verkocht aan Paulus Zijsling.

Uit de bevolkingsboekhouding van de oude gemeente Baarderadeel blijkt dat Oosterhout (*8 februari 1839 te Wiuwert, +17 juli 1909 te Boazum) samen met Engeltje Gerhardus Wiersma, (*23-januari 1846 te Zwaagwesteinde, +27juli 1880 te Boazum) vier kinderen heeft gehad: Jan Meintes, de eerste steenlegger (*3 mei 1869), Jacomina Meintes (*4 juli 1872) en de tweeling  Gerhardus Meintes en Bauke Meintes (geboren op 12 augustus 1879). Later is Oosterhout opnieuw getrouwd met Martsen Sybrens de Vries. Ze is geboren op *25 oktober 1845 te Ureterp. Na het overlijden van haar man Meinte verhuist zij nog een paar keer binnen het dorp en vertrekt op 11 november 1912 naar Leeuwarden en later naar Grouw. Ze heeft gewoond op de huisnummers 43, 48, 27, 36, 46 en 61. Naar alle waarschijnlijkheid is het eerstvolgende nummer na 48, 27, het huisnummer van het Stationskoffiehuis. Want Oosterhouts opvolger Zijsling komt vanuit Tjerkwert naar nummer 48. Dat was dus het huisnummer van het café. Dat betekent ook dat Martzen de Vries na 1909 nog diverse keren in het dorp verhuisd is. Mogelijk hebben de huizen in die periode ook een vernummering gehad. Dat wordt uit de bevolkingsboekhouding niet duidelijk.

Meinte Jans Oosterhout komt ook nog regelmatig tevoorschijn in Notariële akten.

Hoofdstuk 2 1894 – 1920 Zijsling, Boersma en Schuurmans

Oosterhout verkocht het café per 1 mei 1894 aan Paulus Jacobus Zysling afkomstig uit Tjerkwerd. Hij kwam hier met zijn vrouw Korneliske Leenstra. Ze waren net op 28 april getrouwd in Wommels. Ze kregen hier op 15 februari 1895 een dochter Joukje. Volgens de bevolkingsboekhouding vertrok het gezin op 27 mei 1898 naar Huizum. Daar kregen ze op 9 juni 1898 hun zoon Sietse.

Rekening van Rients Boersma over de kosten van de Verkiezingen voor de Provinciale Staten in september 1898. De kosten liggen 120 jaar later wel ‘ietsjes’ hoger.

Rients Martens Boersma koopt in november 1897 bij Notaris Haagsma het café voor f 8.000,-. Daarvoor heeft hij trouwens een hypotheek van f 3.000,- afgesloten. Hij is hier herbergier tot in 1904, als ook hij de herberg weer verkoopt. Er is een rekening bekend van een Statenverkiezing van 28 september 1898. Betaald door de gemeente Baarderadeel. Rients verhuist naar Roordahuizum. Zijn dochter blijft overigens in Bozum wonen, want als ze in 1905 trouwt, woont ze hier en Rients is dan zonder beroep, volgens die trouwakte.

Otte Schuurmans (* 12 juni 1857 te Tjerkwerd) nam Het Wapen over op 25 mei 1904. Hij bleef cafébaas tot en met 10 mei 1918. Hij kwam hier met zijn Vrouw Wijtske Vierstra (*11 november 1862 IJlst). Hij kwam van Dongjum en vertrok naar Bolsward.
Blijkens het opschrift van een sigarenzakje voor vijf sigaren, dat Frans in zijn verzameling heeft, verkocht Schuurmans niet alleen rokerij, maar had hij naast het café ook een Doorreed en Stalling, hij verhuurde paard en rijtuig en handelde in Voerartikelen. Trots staat er op het zakje ook nog dat zijn herberg ook een Bondscafé is!

Blijkens het kadaster verkoopt hij het café al in 1917. Cathrinus van der Witte, Timmerman en Jan de Jong, bakker beide te Easterlittens, worden dan de eigenaren, waarschijnlijk strijkgeldschrijvers die er aan zijn blijven hangen. Zij verkopen het een jaar later aan drie Bozumers. Gerben Speerstra, veehouder, Dokter Regenbogen en Pieter Terpstra, die zonder beroep was. Zij noemden zich het Dorpscomité.  Zij hebben het café waarschijnlijk gekocht om het voor het dorp te behouden, net zoals de kerk dat in 1981 deed via de Stichting Algemien Belang Boazum. Voorjaar 1918 zetten zij een bericht in de Leeuwarder Courant dat het café te huur is en dat men zich voor 4 mei aan kan melden bij Speerstra.

Het is niet duidelijk of het café in die overgangstijd ook nog open was. Wel is bekend dat er in die tijd activiteiten in het dorp werden georganiseerd door ene De Jong.

In de Leeuwarder Staat ook een bericht over een op 27 april (11918) te houden boelgoed van de inboedel van het café. Daarin is uitentreuren na te lezen wat toentertijd in een café te vinden was. 

In 1920 kon het Dorpscomité het café weer verkopen.

Hoofdstuk 3 1920 – 1953: De Familie Wiersma en schoonzoon Jaap Wieringa

Van 1920 (ze werden daar op 6 mei 1920 ingeschreven) tot in 1942 waren het echtpaar Hendrik Lijkeles Wiersma en Yfke Sijtzes Rolsma eigenaar van het cafe. Hij kwam van Huizum en was daar chef bij een varkensmesterij.
Volgens het Kadaster woonden ze in Bozum op huisnummer 67 en later op 66.
Hendrik werd, net zoals Meinte Oosterhout, in Wieuwerd geboren, op 18 januari 1873. Zijn vrouw Yfke Rolsma werd op 13 mei 1870 geboren in Lutkewierum. Op hun gezinskaart staat dat Hendrik Herbergier is en naderhand werd er klein bijgeschreven dat hij ook koemelker was. Dat kan heel goed, omdat er achter het café ook een boerderij afdeling was. Hendrik overleed april 1950. Zijn vrouw Yfke stierf 9 weken later op 15 juni
Op 14 november 1904 kregen ze hun dochter Aafke. Zij trouwde op 19 mei 1926 in Mantgum met Jaap Wieringa. Samen zouden ze vanaf 1943 tot 1953 de herberg beheren.
Hendrik Wiersma heeft de herberg overigens in 1943 niet aan zijn schoonzoon verkocht, maar aan Ynte Douwes Miedema, de directeur van ‘De Friesche Koe’ in Leeuwarden. Hij is tot in 1971 de eigenaar geweest. Toen kocht Eite Tjeerdsma ‘zijn’ café.

De pagina in het kadaster met de administratie van de aan- en verkoop van het café door Ynte Miedema. Hieruit blijkt dat het café door hem pas in 1972 is verkocht (het kadaster administreert altijd en jaar later!). In de meest rechtse kolom zie 4584 staan. Dat is het nummer van Eite Tjeerdsma, zie de volgende kadastrale pagina.
Kroegbaas Jaap Wieringa en zijn Aaf naast het Café. Jaap staat bij het kalfje en Aaf bij het café. de foto is van omstreeks 1953. Aan de melkbussen en het kalf begrijp je dat hij ook boer was. De twee jongens bij de melkbussen zijn Douwe en Sikke Hoitenga.

Jaap Wieringa en Aafke Wiersma zaten van 1942 tot in 1953 in het café en hij was naast kroegbaas ook boer. Hij is op 27 februari 1903 in Boazum geboren.
Ze kregen vier kinderen:
Douwe *10 oktober 1927, X Nellie. Emigreerden in 1952 vanuit het café.
Yfke *28 november 1929, emigreerde 4 november 1953.
Hindrik *18 mei 1934. Emigreerde mei 1953 vanuit het café
Tim *7 maart 1937. Zij is weduwe van Fokke van der Meer uit Grou.

Zijn ouders zijn Douwe Lijkeles Wieringa (*9 oktober 1857 en +25 mei 1939) en Timmeltje Hoitinga (*19 december 1868 +11 mei 1952). Vader Douwe was spoorwegbeambte. Hij bediende de spoorbomen. In de jaren twintig bleek volgens de gezinskaart dat hij koemelker was geworden. Volgens Mevrouw Tim van der Meer-Wieringa woonde haar grootouders toen op het pôltsje, waar nu Rolf en Lieke Martens wonen. Daarna woonde broer Germ Wieringa er met met zijn Janke.
Waarschijnlijk was Douwe toen ontslagen (geboren in 1857, zal hij te oud zijn geworden voor het spoor en is toen een kleine boer oftewel Koemelker geworden). Uit hun genealogie blijkt dat het geslacht Wieringa vier eeuwen lang in Boazum gewoond heeft! Zo heeft Douwe van der Meer uitgezocht.
Jaap en Aafke waren geen eigenaar van het café. Zoals al aangegeven, verkocht schoonvader Hendrik het café in 1943 aan Ynte Miedema in Leeuwarden.
In 1953 is het dak van de boerderij achter het café door een zware storm verwoest. Volgens Mevrouw Tim van der Meer-Wieringa wilde Miedema dat toen niet herstellen. Daarom verhuisde de familie Wieringa naar een huisje op It Amelân. Pas in 1955 werd het boerderijgedeelte toen helemaal afgebroken.
In de periode 1953 – 1955 stond het café toen leeg.

Hoofdstuk 4 1955 – 1969: Hoekstra, Bergsma, Veenstra

In 1955 werden Jaap en Wopkje Hoekstra de nieuwe huurder. Hij was naast het werk in het cafe werkzaam bij de boer. Het café was ontdaan van de boerderij aanbouw met het ingestorte dak. Op de veldwerkkaart van het kadaster, onder de hulpkaart nr. 196, zien we in Blauw wat afgebroken is. Dat is dus het boerderijgedeelte. 1573 op de tekening is een nieuw gebouw. Het brandweerhuisje voor de vrijwillige Brandweer. Er stond  een brandspuit, wat slangen en ladders in.  Piet van der Berg (pake van) was de commandant, Rienk Zwaga, Teun Jellema, en Durk Bergsma waren de laatste vrijwillige brandweerlieden). Later neemt Uiltse Tjeerdsma het over en laat het tot een garage verbouwen.

Veldwerkkaart van het kadaster uit 1956 met de precieze maten van de afstanden van de gebouwen onderling. de rode lijnen geven de nieuwe muren aan, waar het boerderij gedeelte is afgebroken en het nieuwe gebouw, de nieuw opgetrokken garage op de plek van de oude schuur

 

Een kadastrale hulpkaart uit 1955 met de nieuwe situatie van het café nadat het boerderij gedeelte was ontmanteld. De blauwe lijnen geven aan wat verdwenen is en de rode geven de nieuwe situatie aan. Er is dus een nieuwe buitenmuur achter het café gekomen. Het huis achter op 1145 is ook in het blauw getekend en is toen dus ook afgebroken.

Jaap en Wopkje Hoekstra kwam over uit het stationskoffiehuis. zijn tot 1963 in de Boazumer Mjitte blijven wonen.

Durk Bergsma

Daarna eind 1963 kwamen Durk Bergsma en zijn vrouw in het cafe, zij woonden hier vier jaar. Of Durk Bergsma en nog een tweede baan bij had is niet helemaal duidelijk.

 

 

Toen het café even ‘De musketier’ heette. rond 1968. Links kroegbaas Ids Veenstra, in het midden de ober Herman Kuipers en rechts Henkie van der Meer, de onkruidverdelger. De foto uit de collectie van Bob Veenstra.

 

Ids Veenstra en zijn vrouw Bea kwamen in het café. De naam van het café veranderde ook, het werd nu “de Musketier”. Ids had ook een 2e baan er naast en dat was: het land bij de boer met chemicaliën vrijmaken van onkruid. Wat niet altijd een succes was.

 

 

Hoofdstuk 5 1969 – 1979: De familie Tjeerdsma

De eigendomssituatie van Eite Tjeerdsma. Hij heeft het café pas in 1972 van Miedema gekocht. Terwijl hij er al vanaf 1969 in woonde. Hier zie je het nummer 4584 terug.

In 1967 namen de familie Eite en Wimke Tjeerdsma het café over. De samenwerking van het echtpaar zorgde er voor dat de populariteit van het café opbloeide. De klandizie was dusdanig, dat Eite het café in 1972 ook daadwerkelijk in eigendom wilde hebben. Echter het merk Amstel bier, het merk dat Miedema toen leverde, wilde niet te hulp schieten. Grolsch was wel bereid om de hypotheek voor te schieten. Zodoende werd er sindsdien een ander biermerk in het café geschonken. Zij bleven tot 1975 in het café.

Zicht op het café met links het brandweerhokje (met de witte raamsponningen). Daar achter de gereformeerde kerk. Op de voorgrond Eelke Faber die schetsen maakt van de Kalveren voor hun ‘paspoort’. Let op het verschil in hoogte van het terrein van het Café met de ‘Kûle’.

Hun zoon Oeds en zijn vrouw Geertsje namen het cafe over. Oeds was naast kroegbaas, stucadoor. Zij woonden hier van 1975 tot 1979. Hij heeft het hok van de vrijwillige brandweer van de gemeente overgenomen.  Oeds verkocht het Café in 1979.

Hoofdstuk 6 1979 – 1996: Addy en Gré Hoekstra, Algemien Belang Boazum, Grossoo

Margarethe Vocht werd de nieuwe eigenares. Zij dreef het café met haar man Addy Hoekstra. Hij was buschaufeur. Zij waren buiten gemeenschap van goederen getrouwd. Gré werd hier wel ingeschreven, maar ze hielden hun oude huis aan. Daardoor waren ze vaak dicht en liep de klandizie in de loop van de tijd terug. Uiteindelijk ging het café failliet. Het werd tegen opbod verkocht. Provisioneel ging het via enkele strijkgeldschrijvers over naar de nieuw opgerichte Stichtig Algemien Belang Boazum. Die was opgericht door de Kerkvoogdij en stelde de Pastoralia gelden voor de aankoop beschikbaar.  Het werd nu ook officieel Dorpshuis! De nieuwe kroegbaas huurde het dorpshuis voor de rente die de bank gegeven zou hebben als het bedrag niet van de bank was gehaald.

Jaring Grossoo 

Jaring Grossoo was de nieuwe beheerder. Deze constructie was deels ontworpen om het café voor het dorp te behouden en omdat Jaring Grosso uit Akkrum het geld voor de aankoop niet beschikbaar had, maar wel graag in het café aan de gang wilde. Hij begon in 1982 in het Doarpshûs. Hij nam zijn oorspronkelijke werk mee. Hij was schoenmaker en zette die werkzaamheden hier in de schuur voort. In het café zorgde hij voor een gezellige sfeer, zodat er altijd wel aanloop was. Jaring ging in 1996 terug naar Akkrum.

In 1994 werd het café grondig verbouwd door aannemer Kruithof met veel vrijwilligers.

Hoofdstuk 7 1996 – nu: Rommy en Meindert Pasma en Yme Anne Zwaagstra

Meindert en Rommie Pasma die op de Kamp woonden, verhuisden toen naar het Doarpshûs. Meindert werkte naast zijn baan als kroegbaas ook in een woninginrichtingszaak in Sneek. Na een poosje werd hem dit te druk. Door de voortdurende aanloop van de varende, wandelende en fietsende toeristen die de route van de Elfstedentocht volgden, konden ze jaren lang van de inkomsten van het café leven. Door de economische malaise van 2007 tot in 2015 en de nadere regels op gebied van niet meer roken en het alleen nog schenken van alcohol boven de 18 jaar, liep de klandizie terug en werd Meindert taxichauffeur op Schiphol. Ze woonden en werkten hier tot 01-08-2018. Zij verhuisden net als Jaring Grosso 22 jaar eerder, naar Akkrum.

Nu woont Ym Anne Zwaagstra hier. Het biermerk werd bij de wisseling van beheerder opnieuw veranderd. In plaats van Grolsch wordt er nu Hertog Jan getapt. Achter het café gedeelte heeft een intensieve verbouwing plaatsgevonden om de herberg opnieuw te laten voldoen aan de eisen van deze tijd.

Het Doarpshûs na de renovatie 1994 in volle glorie.

 

Herinneringssteen aan de restauratie in 1994

 

Hoofdstuk 8: Het Stationskoffiehuis.
Het Stations Koffiehuis heeft een eigen pagina gekregen, omdat daar zoveel gegevens over bekend geworden zijn.

Hoofdstuk 9 vóór 1875: vroegere herbergen en dranklokalen in Boazum

Huiskamerkroeg vóór de herberg op Dokter Miedemastrjitte 4
Zoals wel vaker in de dorpen zal ook hier bij gebrek aan een reguliere herberg, door weduwen gelegenheid tot drinken zijn gegeven: een vorm van het creëren van inkomen, vermoed ik. Zo bleek er in Rien in de 19e eeuw ook sprake te zijn van een paar Huiskamerkroegen. Een daarvan werd gedreven door de weduwe van de gestorven kroegbaas uit de Waterherberg, die nog steeds aan de Molmawei staat, ten noordwesten van de brug in de Franekervaart.
Breuker vermeldt in de Doarpsskille dat Tryntje Ates in 1735 hier in Boazum in haar achterkamer haar klanten bediende.

Dokter Miedemastrjitte 4
In het verhaal over Meinte Jans Oosterhout werd al aangegeven dat hier een Herberg gevestigd was. Breuker heeft dat al eens in een oude Doarpsskille vermeld. Het huis werd in 1758 door de kerk aangekocht en tot “…een schoone herberg en stalling, voorzien van een groote zeer vermakelijke bovenkamer…’ verbouwd. Van deze kroeg werd wel vermeld dat die ‘It Wapen fan Boazum’ heette en een wapenbord aan de gevel had hangen. Toen De Franse Overheerser verordonneerde dat er geen wapenborden mochten worden uitgehangen, werd de naam veranderd in ‘De Twee Schapen’. Terpstra laat het in het midden of er ook een uithangbord was met het wapen er op. De kerk verkocht het café in 1820 waarschijnlijk aan Oene Klazes Sietsma. Die was er tenminste in 1848 nog kastelein.

Breuker vermeld dat de herberg voor 1860 al verliep en er een smederij in werd gevestigd.

Terpstra meldt in zijn inleiding op de jaarvergadering van 1889in het Friesch Landbouwblad dat het huis in 1870 werd verkocht en dat de herberg functie toen verdween en de Smederij bleef bestaan.
Hij meldt nog dat rond 1900 Okke Bruinsma in dit huis woonde. In 1920 werd het woonhuis.
Pas eind jaren zeventig van de twintigste eeuw werd de ‘Trochreed’ annex garage, door de toenmalige bewoner Cees de Boer definitief bij de woning getrokken. Hij heeft er toen een hobby-/werkplaats van gemaakt. De woonkamer is boven gebleven.

Hoek Waltawei – Dokter Miedemastrjitte
Er is ook een café geweest aan de achterzijde van het huis van Haico en Angelique Rutten. Het achterste deel van hun huidige huiskamer en de ‘Astrid Veenstra Passage’ van Bert Veenstra. Dit perceel heeft later ook dienst gedaan als koetshuis en garage voor de eerste auto in het dorp.

De havens 3.
Bij zijn dorpsonderzoek destijds heeft Breuker van dit huis ontdekt dat het in 1773 werd gebouwd voor Piter Foppes op bestaande fundamenten, ‘n ‘Kâld Stee’. Piter was schoenmaker en dorpsrechter. Het huis bestond uit twee woonkamers en met daartussen in een ruim voorhuis en een groot achterhuis. Het had ook een luifel. In 1798 weerd deze herberg verkocht aan de caféhouder van de Kerke herberg op de Dokter Miedemastrjitte 4, Jan Eises Eisma. Hij ging er in 1806 ook wonen. In plaats van de luifel werd in 1800/1801 het bovenhuis op de pilaren aangebouwd. Sindsdien heeft het deze bijzondere voorgevel. Jan Eises komt verschillende malen in geboorte akten tevoorschijn als getuige bij de aangifte van een geboorte. Bijvoorbeeld van Trijntje Rinses Heeringa in 1822. In 1844, toen Eise Jans, kleinzoon van de stichter Piter Poppes het huis betrok, was het al een tot winkel getransformeerd en in 1848 bleek het een bakkerij geworden. Dat bleef het tot in 1965. Sindsdien heeft het tijden lang leeggestaan en is het uiteindelijk door Yde Schakel geheel gerestaureerd en kon Master Zantema er in trekken. Nu woont de familie Bouwe Jan Bouma er sinds jaar en dag.

Op de Flearen
Er was ook een café op de Flearen. Dit was nog voordat het spoor werd aangelegd. Dit cafe stond vanaf Scharnegoutum links voor de bocht  en voor het spoorhuis van Ted van der Wielen, Flearen 3. Want op het stukje land wat tegen hun huis ligt bij de Zwette werden veel oude scherven en porseleinen pijpen gevonden.

 

Het wapen van Boazum. De Boazum ram ziet er hier meer uit als een schaap. Vandaar dat de naam ‘De twa Skiep’ ook werd gebruikt.

 

Bronnen:
– blad van de Friese Mij voor Landbouw, Artikel uit de serie It âlde Folk XXIV (Ofdieling VI van T (J. Terpstra) over de Jaarvergadering van 1889 in het blad van de Friese Mij voor Landbouw, maart en april 1951
– Bevolkingsboekhouding en Burgerlijke Stand van de Gemeente Baarderadeel 1860-1918
– Correspondentie tussen Ph. Breuker en Frans Tolsma dd 13-12-2015
– artikeltjes van Philippus Breuker over de oudste herbergen in Boazum in Doarpsskilles uit 1971
– Correspondentie van Frans Tolsma met mevrouw T. Wieringa ; interview te Akkrum, dd 6 juni 2019
– Kadaster te Tresoar, met dank aan Ytsen Zuiderveld