Age Strikwerda, De Duivel van Boazum

Een paar flitsen uit het leven van Age Klasens Strikwerda (1826-1914) en Jantje Doedes de Jong (1827-1905), die in Bozum, Baarderadeel, Friesland woonden.

Door het kleine dorp Bozum in Friesland loopt een vaart, de Bozumervaart. Achter het dorp, ongeveer duizend voet vanaf de vaart, was en ligt nog steeds de “Pôlle”. Om de Pôlle te bereiken, moest men vroeger om de school lopen en daarna over een kleine ophaalbrug. Na eerst een stukje open terrein gepasseerd te zijn kwam men bij een oude poort, waar men langs liep om de Pôlle te bereiken.

De Polle gezien met de rug naar het huis van Age Strikwerda. De foto is genomen tussen 1970 en 1974. De Huizen van Fluitman en Kruger staan er al. De O.L.S rechts is nog niet afgebroken

Op de Pôlle stond een huis, dat er anders uitzag dan alle andere huizen in het dorp. Dit huis was heel oud en vervallen; het grootste deel bestond uit hout. De bakstenen muren waren ongeveer een meter hoog, verder was alles van hout, met uitzondering van de dakpannen die het dak bedekten. Een deel van de woning diende als woonruimte, het andere deel als opslagruimte. Aan de achterkant woonden twee arbeidersgezinnen met uitzicht op de spoorweg. In het belangrijkste huis woonde het paar dat het onderwerp van dit artikel zal zijn. Het waren Age Strikwerda en Jantje De Jong. Age was heel klein van gestalte, met een kleine witte baard van oor tot oor en had heldere ogen. Zijn vrouw was een beetje groter maar liep gebogen en droeg een blauw gestreepte hoofddoek. Ze had een prettig karakter. Deze twee mensen pasten perfect in deze omgeving omdat alles klein en eenvoudig was.
Age was geen arbeider zoals zijn buren waren, nee, hij was marskramer. Hij kocht schroot, koper en allerlei rommel en handelde ook in dierenhuiden. Daarom diende een gedeelte van het huis als opslagplaats. In de opslagplaats was het altijd erg donker, er was niet één raam. De enige verlichting kwam van een paar glazen dakpannen in het dak. Hier lag alles her en der verspreid: koper, ijzer en verder allerlei huiden van konijnen, katten, kalveren, enz., die Age kocht tijdens zakenreizen. De opslagruimte was gunstig voor de handel van Age, maar de lucht in deze opslagplaats was verre van fris. Zoals ik schreef, was Age klein van gestalte maar zeer sterk en snel. Zijn dorpsnaam was “Lytse Age” (kleine Age) en veel dorpelingen wisten niet eens zijn familienaam, Strikwerda. Maar in een groot deel van het dorp stond Age bekend als de duivel van Bozum, een naam die hij had gekregen vanwege zijn misdaden. Een naam waar hij trots op was! Hij was tot aan zijn sterfdag een consistente winnaar. Daarom werd deze duivel van Bozum een berucht figuur, die tot op de dag van vandaag door de oudere inwoners van het dorp nog steeds wordt genoemd. Age was ook niet bang voor honden, alle honden kropen in hun kennels of likten zijn hand zodra ze zijn stem hoorden.

Age was altijd te vinden op markten, zowel op het omliggende platteland als in zijn eigen dorp en hij stelde zichzelf voortdurend voor met deze woorden: “Ik ben Age, ik blijf Age, en ik ben de duivel van Bozum. Maar ’s avonds tijdens een kermis werd er meestal gevochten omdat Age een ongeneeslijke drinker was. Op een van deze avonden kwam Age erg laat en dronken thuis. De politie vond het beter om Age de nacht in een soort verduisterde cel onder de toren van de kerk te brengen. De deur werd zorgvuldig afgesloten door de politie. De volgende ochtend zou Age worden bevrijd van zijn isolement, maar toen de politie kwam, stond de deur al open en was Age verdwenen. Nu lag er onder de toren, in dezelfde cel waar Age zat, een voorraad turfblokken, die met de komst van de winter onder de armen van het dorp zouden worden verdeeld. Deze veenblokken verdwenen gelijktijdig met Age en niemand was in staat om ze te vinden. Toen Age werd gevraagd hoe hij zonder hulp uit die cel was gekomen, antwoordde hij: “Ik sei, slot gean iepen en do gyng it slot van zelf iepen. (Ik zei “slot ga open en het slot ging vanzelf open”).

 

Bozum rond 1900. Age Strikwerda woonde op nummer 110. Gelegen, links in het Land. nummer 109 was opslag en De Familie Martens woont nu op nummer 108

 

Eens was Age in gevecht met diezelfde politieagenten. Age beet een van de politieagenten door zijn laars heen en verloor daarmee zijn laatste tanden: ze lagen in de laars van de politieman.

Eens toen Age een bootsman had geholpen zijn zand te lossen, kon hij met de man niet tot overeenstemming komen over zijn loon. Uiteindelijk werd de bootsman zo boos dat hij Age bij zijn revers pakte en hem overboord duwde. Maar Age slaagde erin de benen van de man te grijpen toen hij overboord werd geduwd. Een paar mannen die het zagen kwamen tussenbeide. En dat is maar goed ook want anders was het niet goed afgelopen met de bootsman.

Zoals in bijna elk Fries dorp was er elk jaar in het dorp van Age een kermis Dit was op de jaarmarkt op de derde donderdag en vrijdag van augustus. “Katte kneppelen” was ook een onderdeel van dit publieke amusement. Een kat werd opgesloten in een grote ton. Deze ton werd aan een touw opgehangen tussen twee bomen en de deelnemers mochten met knuppels de ton in duigen te slaan. De eerste die in staat was om een gat in de ton te slaan, was de winnaar van een prijs. Iedereen kon zich voorstellen dat de kat hier erg angstig van werd. De kat ontsnapte uit de stukgeslagen ton en zocht een veilige schuilplaats. Maar Age zorgde er voor dat hij de kat kon vinden. Hij waadde door door sloten en kanalen, hij klom over hekken. In de meeste gevallen was hij in staat de kat te vangen en Age was dan de held van de dag. Zo’n razend dier vangen was niet eenvoudig, maar Age was niet bang. Hij was moedig en de overwinnaar. De kat kon dan ook haar laatste testament schrijven, want Age ving het dier niet om het te houden maar wilde de huid van de kat.

“Katte kneppelen” werd na 1900 niet meer gespeeld, maar de inwoners van Bozem hebben nog steeds de bijnaam “Katte kneppelers”.
Er hingen veel huiden van katten in de opslagruimte van Age. Vooral zwarte huiden brachten in de winter het meeste op. ’s Winters was het raadzaam je eigen kat ‘s nachts binnenshuis te houden. Het is niet zeker dat Age het verlies van menig kat op zijn geweten heeft. Er waren nogal meer mannen die in de winter op katten jaagden, maar ze verkochten hun huiden aan Age.
Nu nog een klein verhaaltje: toen Age, een beetje dronken, de kleine bovengenoemde brug naderde, sprak hij vaak dit kleine gebed: “God helpe mij”. Toen hij de andere kant veilig had bereikt, zei hij laconiek: “Het is niet meer nodig, ik ben er al”.
Naast zijn vak had Age nog een andere handel. Hij maakte ook schuurborstels. De platte stukken hout werden door Age in Sneek gekocht en naar huis gebracht, waar hij paardenhaar of ander materiaal met koperdraad op de platte stukken hout bevestigde. Deze borstels verkocht Age tijdens zijn vele zakenreizen. Deze zelfgemaakte borstels waren overal bekend en zo sterk als ijzer.
Zo was het leven van Age Strikwerda.
Jantje, de vrouw van Age, werd geboren op 27 augustus 1827 en stierf op de Polle op 12 september 1905. Age werd geboren in 1826 en stierf in een pension waar hij was geplaatst, op 3 juni 1915, op 89-jarige leeftijd.
Maar de duivel van Bozum (“Duvel van Bozum”) leeft nog in het geheugen van vooral de oudere generatie.

_______________

Hier volgt de bron van van het bovenstaande verhaal over Age Strikwerda. Het komt uit Frysk en Fry van 5 en 12 oktober 1951. Master Zantema heeft de bronvermelding er op aangetekend. De eerste twee kolommen gaan nog over Sierd de visserman. Boven in de derde kolom begint de schrijver J. Hoekstra met een landelijke beschrijving van Boazum. Dan komt Age -de Divel fan Boazum- het verhaal in.