Anti-Revolutionaire Kiesvereniging “Nederland en Oranje” Bozum

In oktober 1904 werd de kiesvereniging van de ARP (Anti-Revolutionaire-Partij) in Bozum opgericht onder de naam “Nederland en Oranje”.

                     

De ARP was de eerste georganiseerde politieke partij in Nederland en werd in 1879 opgericht door Abraham Kuyper. De ARP was de partij van “de kleine luyden” n.l. van middenstanders, boeren, lagere ambtenaren en arbeiders. Een belangrijk thema was de schoolstrijd; men streed voor gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs. De achterban had een sterke binding met de Gereformeerde Kerken in Nederland. Partijleiders waren o.a. Hendrikus Colijn, Jelle Zijlstra, Barend Biesheuvel en Willem Aantjes.
In 1973 werd het CDA (Christen-Democratisch-Appel) opgericht en in 1980 volgde de opheffing van de partijen ARP, CHU en KVP.

Uit de notulen van de kiesvereniging Bozum van februari 1946 t.m. december 1959 het volgende:
1946: In februari ontstond door het vertrek van de voorzitter ds. Wiersma een vacature. Als zijn opvolger werd gekozen de heer D.Hibma. Ook de secretaris, de heer S.Plat, nam afscheid en werd opgevolgd door de heer Joh.Bijlsma.
De Indië-kwestie kwam ter sprake. De ARP stond samen met de CHU op de bres voor vrijheid en recht van “ons” Indië. Men kon door de techniek (via de radio) de redevoeringen hierover volgen van de partijleiders Tilanus (CHU) en Schouten (ARP). De radio was van huis gehaald door één van de vrienden.
De contributie werd gesteld op f 3,00 per lid per jaar; wie hier bezwaar tegen had, mocht naar vermogen betalen.
1947: De schoolstrijd bleef een belangrijk discussiepunt. Ook een onderwerp was “het ontstaan van de vakorganisatie en hun strijdmiddelen”. Een zeer actueel onderwerp, waarbij een levendige discussie volgde.
Het functioneren van de voorzitter van de gemeentelijke kiesvereniging, de heer K.Visser, kwam ter tafel. Deze was tevens voorzitter van de Friese Maatschappij van landbouw, waarvoor hij doelbewust propaganda maakte en tegen de “eigen” christelijke organisatie de C.B.T.B.. Het algemeen oordeel was, dat zo iemand moeilijk voorzitter van onze gemeentelijke kiesvereniging kon zijn. De gemeentelijke kiesvereniging zou hierover worden aangesproken.
De voorzitter waarschuwde voor het communisme in landen als Frankrijk en Engeland.
Door de zeer strenge winter van 1946/1947 (de koudste sinds 1789) kon er minder vergaderd worden.
1948: De oprichting van een Arjos-club (de jongerenclub van de ARP) in Bozum had geen kans. Om de kiesvereniging in leven te houden was al moeilijk.
Van het nieuwe ARP-programmablad “De Stem” werd besloten 20 stuks te bestellen.
De heer J.de Vries junior hield een referaat met als onderwerp: “Wie dragen de wapens op Java”. De heer de Vries had zelf vertoefd op Java en wist daardoor veel persoonlijke belevenissen te vertellen.
1949: Men sprak toen ook al over een gezamenlijke lijst met CHU en RK-partij.
1950: De heer D.Hibma bedankte als voorzitter wegens tijdgebrek , waardoor de 2e voorzitter, de heer Th.Reitsma, deze taak overnam.
Over het onderwerp “Rekket de AR-partij oer de kop” verschilden de meningen nogal.
De opkomst van de leden liet te wensen over; op een vergadering kwamen gemiddeld 6 broeders.
Er wordt een oproep gedaan de christelijke beginselen meer uit te dragen op het politieke vlak. De wereld verwilderde, men meende het zelf wel te kunnen redden.
Voor de verkiezingen van de Provinciale Staten werden 50 raambiljetten besteld voor totaal f 3,25.
Om de kiesvereniging te laten bestaan moest er meer gebeuren. De contributie werd verhoogd tot f 4,50 per gezinshoofd.
Op de vraag of vrouwen op de vergadering ook welkom waren, werd positief gereageerd.
1951: Het ledental ging van 16 naar 17.
De opkomst van de P.v.d.A. werd aangeduid als “een wolf in schaapskleren”
1952: Een schrijven van het centraal comité van de ARP over de gevorderde actie tot samenvoeging van de C.H.U. en A.R.P. werd behandeld.
1953: Op 3 april van dit jaar bestond de ARP 75 jaar. De ARP-jubileumcommissie stelde voor het partijapparaat te versterken met een feestgave van geschat f 100.000,–. De commissie zou gaarne zien, dat elk lid hiervoor f 1,00 zou afstaan.
Er volgde ook een uiteenzetting over de christelijke vakorganisatie; die politiek neutraal was, maar wel gebaseerd was op christelijke grondslag.
Ook nu werd opgemerkt, dat er meer geestdrift moest komen voor de beginselen ten aanzien van de partij.
Door de kerkscheuring kwam een versplintering teweeg. Het G.P.V. (Gereformeerd Politiek Verbond) werd hierdoor opgericht.
1954: Aandacht werd besteed aan de ontkerkeling van Nederland, die inmiddels 19% bedroeg.
Op de kadercursussen van de kiesvereniging sprak de heer vd.Mark uit Sneek over het streven met Rome tegen het communisme. Ook achtte hij de CHU niet principieel. De ARP was een interkerkelijke partij. Een fusie tussen de CHU en ARP achtte hij niet wenselijk.
Er volgde een oproep om “onze pers” en wel het Friesch Dagblad te steunen.
1955: Volgens de notulen werden de vergaderingen steeds “te ruim halfacht” geopend door de voorzitter.
De kiesvereniging nam 3 abonnementen op het nieuwe AR-weekblad “Nederlandsche Gedachten” voor haar rekening.
De “zondagsrust” kwam ook ter sprake.
Er heerste een matheid op het politiek terrein; er was geen bezieling.
1956: Bij de verkiezingen kwamen de leden trouw naar de stembus. Er waren zelfs 2 stemmen meer voor de ARP in Bozum dan uit eigen kring.
Versplintering op het landelijke politieke vlak trad op door het G.P.V. (die geen zetel behaalde), emigratie en wat het meest bedroevend was, dat in “onze kringen” stemmen werden gegeven aan de P.v.d.A.. De A.R.P. verloor 2 zetels.
Het bezoek van de vergaderingen was bevredigend; de opkomst bedroeg 60%.
1957: Het ledental van de kiesvereniging bedroeg 16 en bestond geheel uit broeders.
Ter sprake kwam, de houding ten aanzien van een staking. Een staking werd afkeurenswaardig bevonden; tenzij dit zou plaats vinden in een bezettingstijd, waarin de overheid niet erkend werd als wettig.
1958: Een schrijven van het provinciaal comité over het volmacht stemmen voor ouderen en schippers kwam ter sprake.
Men oordeelde, dat de ontvolking op het platteland een probleem werd.
Een nieuw ARP-blad, De AR-post, zag het licht.
In december waren er voor het eerst 3 zusters op de vergadering aanwezig. Hiervan werden 2 lid. In de notulen werd hierover gemeld: “En hiermee heeft het zwakke geslacht haar intrede op onze K.V.”.
Het ledental  bedroeg 17 (broeders)  plus 2 vrouwelijke leden (zusters).
1959: Op de in november gehouden Toogdag in Leeuwarden werd opgeroepen tot het komen van één christelijke partij. De vergadering van de kiesvereniging bracht zowel voor- als tegenstanders teweeg.
Een film over Hongarije vertoonde men op de gezinsavond en op een vergadering werd nog eens herhaald, dat de ARP nooit kan meedoen in de P.v.d.A..

                                                                                                    uit het jaarboekje 1955

 

 

oud-voorzitter ds. W.Wiersma

 

Krantenknipsel met op de foto o.a. voorzitter D.G.Hibma

Voorzitters van de Kiesvereniging waren over deze periode:
Van ?? tot 1946 ds. W.Wiersma
Van 1946 tot 1949 de heer D.G.Hibma
Van 1949 tot 1950 de heer Th.Wiersma
Van 1950 tot 1952 ds. W,Baars
Van 1952 tot 1956 de heer Joh.Hofman
Van 1956 tot 1960 de heer D.G.Hibma

Bronnen: Notulen A.R.P.kiesverening Bozum van 1946 t.m. 1959.