De Dwinger.

De Dwinger: sa as it doe wie fanôf 1793.
Ta de iepenbiere foarsjenningen heart ek it opheljen fan ôffal en smoargens.  En dat is no fansels hiel oars.  Elk hat no in wc en we sette no de kontainers oan de dyk, de grize, griene, as ien mei in blau deksel. En dan komt de auto fan de gemeente Snits om se te leechjen. No hie men eartiids fansels lang sa folle smoargens net. Mar it wie der fansels wol, tink mar oan de tontsjes en de jiske fan de kachels.
Breuker hat it alris útsocht in de De Doarpsskille 8 en 9 in 1977 en wij nimme hjir stikken oer.
It âldste berjocht is in oantekening út 1793 oer de “aschdob op de Buuren”. Doe waard er foar f.15,00 “vuilnis” út ferkocht.  Dat sil wol oer it lân brocht wêze.  We tinke dat it jiskeplak op de Pôlle yn de bocht fan de feart wie.  It duorret oant 1874 ta, ear’t der wer wat oer bekend is. Doe kocht de tsjerke fan Gerben van der Werf, dy’t in hellinkje op Kromwâl hie, in pream mei in spit en ketting foar de dongbult en de mingerij. Doe sil de dwinger wol oerbrocht wêze fan it it âlde ste, der’t it jiers te foaren de skoalle fuortby boud wie, nei in stik tsjerkelân oan de Boazumerfeart healwei Makkum, krek oer it spoar.
Súnt 1889 joech de gemeente sybsydzje, dat jiers f.50,00. Mar it duorre oan’t de 20e ieuw ear’t dy it oernaam.
Der hat sels in bouwwurk, in oerkaping west. Om 1900 hinne begûn de gemeente hjier en der al mei it opheljen fan de tonnen.  Dik 50 jier lyn kaam de tonnewein hjir ek noch yn Boazum.

Jelle Ferwerda, gemeente ambtenaar en later concierge aan de Emmaschool. Jelle was straatveger bij de gemeente.  Deze foto uit 1925.

Bij de aanleg van de Middelsee route in 2014, kwam een betonbak boven water. Hij werd gevonden in de Franekervaart ter hoogte van de boerderij van Feite Hofman (Germ en Wimke de Boer). In deze bak werd in de jaren ’30, ’40 en ’50 van de vorige eeuw de tonnen en asemmers geleegd en schoon gemaakt.

De beton bak in de Franekervaart. Die zichtbaar werd bij de aanleg van de Middelsee route. Het dorp met de  kerk op de achtergrond.

 

Albert Beeksma hier met Hektor en de vuilnis tonnen. Op het Heech naast het cafe.

Lang hawwe ek noch by húzen oan de sleat húskes boppe it wetter stien. Ien fan de lêsten sil west ha bij it hûs fan Breuker, dat der tusken de oarloggen noch wie. Bij de pleatsen ha se it noch langer úthâlden. Soe der ergens noch ien stean?

Het hokje links is het hûske, met de privaatton.

 

Albert Beeksma met zijn privaat tonnen.

Albert Beeksma woonde met zijn gezin op ’t Amelân, toen hij bij de gemeente Baarderadeel werkte. Later verhuisde het gezin naar de Kamp. Het huis stond voor het huis van J. Scholtanus. Albert bracht deze kar met tonnen en as naar De opslag hier had hij een grote praam waar alles werd weg gebracht naar de Dwinger. De opslag was ,waar nu het parkeer terrein aan de Havens is .

De Trijntsjebuorren 1958. rechts de winkel van Nelis Dijkstra, verder op deze foto, vooraan links een as emmer en daarachter het hûske van Arjen Gerlofs

Tot zijn pensioen leeftijd heeft Albert dit werk gedaan. Daarna kwam de  gemeente met een nieuwe auto en het werk aan de dwinger werd verplaatst naar Baard.

De nieuwe Bedford van de gemeente. Deze had aan de voorkant boven de achter wielen van de truc , de privaatonnen  en aan de achter zijde de ruimte waar de as emmers werden geleegd.

 

v,l,n,r: Minne Kuipers, Jelle Spijksma, Katerinus Bijlsma en Jelle Roodehuis. Voor de bedford.

 

Pieter Dijkstra met zijn vrouw Pietsje. Pieter heeft ook jaren in de buitendienst gewerkt bij gemeente Baarderadeel.
Privaatton

 

De jiskeamer.

Breuker fûn in aardich byld fan in eardere regeling en oerynkomst út 1887 tusken de tsjerke en de hierder, dat hjir folget:

Contract van verpachting: der asch en Vuilnisbelt wen bergplaats van faecalien te Bozum.
Wij ondergetekenden, kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Bozum ter eener- en Jelle Wieringa, pachter ter andere zijde, verklaren met elkander te hebben aangegaan het volgend contract van verpachting en pachting der Asch- en Vuilnisbelt en bergplaats van faecalien te Bozum, op de volgende voorwaarden:
Art. 1. De pachter neemt op zich het onderhoud en in goede staat houden van praam, kruiwagens, enz., in een woord van alle materialen benodigd en thans bij de mengerij in gebruik. Nieuwe materialen, die nodig zijn zullen door de pachter zelf worden aangeschaft en zijn eigendom blijven, terwijl de andere materialen die reeds aanwezig zijn,  na het eindigen van de pachttijd ter beschikking blijven voor een nieuwe pachter.
Art 2. De pachter zal de as moeten ophalen in een kruiwagen met een deksel of een ander overdekt voorwerp.
Art.3 De pachter is verplicht om op bepaalde tijden in overleg met de ingezetenen bij de huizen langs te gaan voor ophalen van as en vuilnis en ter lediging der tonnen in de secreten.
Art.4 De pachter zal de Havens schoon moeten houden.
Art.5 De pachter zal de beschikking hebben over al de vergaarde meststoffen en daar vrij over kunnen beschikken, en daar boven op nog en bedrag van jaarlijks f.100,00 ontvangen  . Dit wordt uitbetaald in 3 maandelijkse termijnen van f.25,00 en wel op de eerste van elk kwartaal. Het 1e termijn is op 1 april 1887.  Bovendien mag hij gebruik maken van het water in de regenbak bij de bewaarschool.  Dit tegen een jaarlijkse pachtsom van f.5,00.  Wel blijft de bewaarschool het vrije gebruik van water behouden.  Op bepaalde uren mag de pachter het water verkopen maar moet er voor zorgen dat er altijd genoeg voorraad water is voor de bewaarschool.
Art. 6 de pachter zal grondpacht betalen voor de bergplaats der faecalien  groot f. 15,00 per jaar. Te betalen aan de huurder van het perceel pastorieland, waarop de bergplaats zich bevindt,  voor de tijd dat deze inrichting bestaat.
Art.7 De pachter is verder verplicht tot het schoonhouden van de kerkpaden en de Buren en zal hiervoor ontvangen: Het grasgewas van het kerkhof en bij de bewaarschool, waarvan hij het eerste zuiver en het plantsoen bij het 2e in orde moet houden. Bovendien geniet hij voor deze werkzaamheden f.10,00 gulden per jaar, na afloop van een volledige dienstjaar.
Art.8. Da pachttijd gaat in voor een termijn van 3 jaar in gaande 1 januari 1887 en eindigend december 1889.  Indien in deze pachttijd de gemeente Baarderadeel het opruimen der faecalien in dit dorp, op zich mocht nemen, dan vervalt op dat tijdstip het contract.
Art.9 : Als de pachter verhinderd wordt door ziekte, of redenen buiten zijn schuld om zijn werk uit te voeren, mag hij dit door een ander laten doen, op zijn kosten.
Art.10 de pachter moet de molendijk  bij het asland in goede staat en op voldoende hoogte houden, alsmede het stek wat op het land is geplaatst.
Art. 11 Wanneer de dwinger onbereikbaar is, is de pachter verplicht de faecalien zo ver, als hij er gelegenheid toe heeft, buiten de kom van het dorp te brengen.
Art.12 Wanneer de pachter niet aan zijn verplichtingen voldoet, hebben de verpachters het recht om hem te ontslaan.

Hûske naast plaggehut. Ergens in de wâlden.

 

Omrin, december 2012. Nu op de moderne manier.

 

En vanaf 2019 de gemeente Sudwest mei een eigen auto.