De geschiedenis van Waltawei 51-53

De geschiedenis van Waltawei 51-53

 

Familie Terpstra voor hun huis. Foto genomen rond 1930 (?)

Dit huis staat er al sinds mensenheugenis. Het is aan deze kant van de Waltawei historisch gezien dan ook het tweede huis dat gebouwd is.

In 1832, bij het officiële begin van het kadaster, wordt vermeld dat het perceel waar deze woning op staat, bouwland bij de brug was. Eigendom van Jouke Lourens Schilstra, timmerman in Deersum, die ook het huis er tegenover bezat, nu Huize Engelsma. Schilstra was ook eigenaar van het weiland, waar nu de kûle ligt met het jeu de boule. Hij woonde in Deersum.

Hij verkoopt dit stukje bouwland, vóór 1840 aan Pietje Keimpes van Dijk uit Britswert. Daar is geen acte van verkoop van gevonden.

Zij verkoopt het een jaar later door aan Sijtze Klazes Sijtsma, koemelker in Bozum. Hij was ook eigenaar van het stukje land dat Hiske Annes Hiddema in 1839 kocht om daar haar kroeg op te zetten. Die werd in 1875 door Oosterhout afgebroken en hij bouwde op die plek het huidige café.

Rond 1858 verandert de oppervlakte van het bouwlandje van 1.580 m2 naar 1.310 m2, omdat de dorpsstraat in het verlengde van de nieuw aangelegde weg vanaf de Hegedyk door het dorp, naar de Bozumervaart, door de terp heen wordt gegraven. Dat kostte hier dus 270m2 bouwgrond.

Sijtze Pieters Rollema koopt het bouwland voor fl. 529,-. De datum van de akte is: 18 april 1876. Hij sticht het huis dat we nu kennen als Waltawei 51 en 53. Op de eerste steen staat aangegeven dat Mintje Rollema die steen op 6 april 1876 heeft gelegd, op zo’n vier meter hoogte. Die data kloppen niet op elkaar en Mintje was toen twee jaar. De planning van Rollema zal niet helemaal met de werkelijkheid hebben geklopt. Hij zette er een woonhuis met kaaspakhuis.

Sijtze Pieters is op 1 mei 1842 geboren in Deersum, als derde van een gezin van 12 kinderen. Na wat omzwervingen, onder meer tussen 1861 en 1869 als boerenknecht in Roordahuizum en in Stiens, komt hij naar Bozum. Hij woonde hier eerst als veerschipper en later als koopman.
Hij trouwde op 1 mei 1869 met Aukje Sijbes Vogel (*1845, +1871). Na haar overlijden is hij op 10 mei 1873 getrouwd met Etje Tjipkes Okkema. Etje was tot dat moment dienstmeisje in Boxum.
Sijtze en Etje krijgen in Rauwerd op 26 januari 1874 een dochter: Mintje, vernoemd naar haar oma aan moeders kant. Op 13 juni 1876 krijgen Sijtze en Etje nog een dochter: Attje.
Dat Rollema koopman was blijkt onder meer doordat hij in 1871 al het stukje land kocht waar nu Dr. Miedemastrjitte 6 staat. Hij had daarnaast ook de huizen Waltawei 13 en 15 in eigendom, evenals een huisje achter het café. In maart 1876 verkoopt hij dat voor fl.4.000, -. Daarnaast had hij nog een huis en tuin in Bozum en een stuk land in Stiens. Door die verkoop heeft hij blijkbaar geld omhanden gehad om bij de brug dit huis te laten bouwen.

In 1882 gaat Rollema failliet en worden al deze eigendommen verkocht.
Auke Ykes Ykema koopt Waltawei 51/53 voor fl. 4.850, -. Hij komt verderop terug in het verhaal.
De overige eigendommen van Rollema gaan ook van de hand. Tezamen met de andere huizen en landerijen brengen die op: fl. 6.893,50.

Rollema wordt na zijn faillisement winkelier. Hij huurt daarvoor de winkel, woonhuis en pakhuis ter plekke van wat De Havens 9 geweest zou zijn als het niet in de Jaren ’60 van de vorige eeuw afgebroken was. Hij komt op 30 mei 1910 te overlijden.
Dochter Attje trouwt op 9 october 1897 met Anne Schaafsma. Ze krijgen 5 kinderen. Attje sterft op 22 oktober 1953 in Franeker.
Dochter Mintje woont bij vader en moeder in. Ze trouwt op 26 november 1898 met Leense Wagenaar.

Leense is geboren in Oldeboorn, op 29 november 1872. Hij kwam oorspronkelijk naar Bozum als boerenknecht. Hij werkte eerst van mei 1893 tot mei 1895 bij Rintje Gerbrandy op de Yndijk en daarna tot mei 1898 bij de veehouder Sjoerd Sjoerds Ypma op Kleiterp.
Hij zal na het overlijden van zijn schoonvader de winkel overnemen. November 1912 koopt hij winkel en pakhuis voor fl. 2.446, -.  Pas omstreeks 1945 doet hij het geheel weer van de hand. Hij is dan 68 jaar.
Leense Wagenaar was begin 20e eeuw een bekende persoonlijkheid in Boazum. Hij is al eens eerder in een pagina tevoorschijn gekomen. Kijk daarvoor op:
https://www.aldboazum.nl/oantinkens-oan-leense-wagenaar
Hij was onder andere bestuurslid van de Christelijke school. In februari 1912, was hij een van de borgen bij een lening door de vereniging voor Christelijk Onderwijs in Bozum.
Ze krijgen twee zoons: Sijtse en Jelle.
Leense sterft op 9 juli 1950 en Mintje op 26 september 1961 in Zwagerveen, gemeente Kollumerland en Nieuw Kruisland

De situatie zoals die in 1884 was. Baard E 1008 is het huis Waltawei 51/53, maar dan nog als een geheel. Baard E 996 links ervan, is wat nu de Waltawei heet, met de brug over de Blauwgekleurde Bozumervaart. Baard E 1006 tussen de Bozumervaart en het erf van E1008 was tot 1859 de oorspronkelijke route, het dorp uit. Hier is achter het rechtergedeelte van het huis Waltawei 53 geen schuur getekend!

Auke Ykes Ykema is dus de nieuwe eigenaar. (geboren 07 september 1836, overleden 4 juni 1904). Hij trouwde op 1 mei 1858 in Wymbritseradeel, met Feikje Klazes Bosma. Hij woonde eerst in Westhem en via Scharnegoutum kwam het gezin in Bozum terecht. Eerst op de Havens en met ingang van 1882 op Waltawei 51/53. Hij was op velerlei wijze maatschappelijk actief. We weten nu ook dat hij in 1875 ook twee delen van de af te graven terpaarde langs de Waltawei heeft gekocht. Daarnaast was hij een leidende figuur in het Bozumer leesgezelschap ‘Vriendenkring’. Philippus Breuker heeft zijn boek ‘Brekizers fan de Foarútgong’ vooral aan hem geweid.

Na zijn overlijden blijft de weduwe van Ykema nog 5 jaar in het huis wonen. Dan wordt het in 1909 verkocht als huis met kaaspakhuis, voor fl. 2.302, – aan Thijs Foppes Bruinsma. De weduwe Ykema overlijdt op 4 februari 1915 in Oosthem op 78-jarige leeftijd.

Thijs Foppes Bruinsma staat op 14 april 1903 in de geboorteakte van zijn dochter Uilkje omschreven als vijfentwintigjarige rentenier, getrouwd met Ytjse Jelles Zijlstra. Daar tegenover komt hij in notariële akten als landbouwer te Bozum naar voren. Aan het grote aantal akten te zien was hij ook strijkgeldschrijver. Daardoor zal hij aan dit huis zijn blijven hangen. Om de paar jaar verhuisde hij van hot naar haar door de hele provincie.

Bruinsma verkoopt het huis dan ook in december 1909 aan de veehouder Pieter Gerrits Terpstra voor fl. 2.000, -. In de periode 1918-1930 verhuist hij pas naar dit adres. Terpstra is van maart 1865. Dus bijna 45 jaar. Dat was toen al behoorlijk op leeftijd. Bijna de leeftijd om een ‘rustend leven’ te gaan leiden. Hij staat op de foto, bovenaan dit verhaal.

Terpstra overlijdt in juni 1940 en het huis wordt verkocht aan Jan De Jong. Die is geboren in ±1876 en overlijdt op 7 augustus 1963. Zijn weduwe Antje Lageveen gaat in 1965 naar Ny Dekema in Weidum

De Toegang van het dorp, vanaf de Bozumer Vaart, met rechts Waltawei 51-53. Links begint De Kamp. Tegenover het P.E.B.-gebouwtje staat het café.

De Jong verbouwde het huis bijna meteen toen hij het in handen kreeg. Rond 1956 verkoopt hij het linkerdeel aan Johannes Hofman.

Op deze hulptekening nr. 225 van het Kadaster is de schuur bij de Familie Bakker afgebroken. De tekening is gedateerd op 16 september 1983. Dus deze verbouw zal vermoedelijk in het voorjaar of de zomer van 1983 hebben plaatsgevonden.

In 1965 nemen Pieter en Fokje Bakker het rechterdeel over. Dan verbouwen ze het huis ook. Ze verhuurden het eerst aan Bob en Jeltsje Pruiksma, onderwijzer aan de Emmaschool. In 1973 zijn  Klaas en Tryntsje Bakker hier komen wonen. Toen vader Piet de boerderij in 1977 aan zoon Klaas overdeed, ruilden ze ook van woning.

De achterkant van het huis. Naar verluidt waren de -verlaagde- achterkamer en de ruimte op de bovenverdieping ingericht als kaasopslag. Op de foto is het rechter gedeelte met de schuurruimte, eigendom van de familie Hofman.  Duidelijk zijn de contouren van het afgebroken schuurgedeelte van de familie Bakker nog te zien! De foto is dus na 1983 genomen. Het ziet er naar uit dat de beide linkse bovenramen deuren zijn geweest. Van het kaaspakhuis?

 

Zijn ‘Finest hour’ had Pieter toen hij op 12 maart 1991 het eerste ‘ljipei’ in Fryslân vond.

Uit de Leeuwarder Courant van 13 maart 1991

Na het overlijden van Fokje in de jaren ’90 van de vorige eeuw, heeft Piet hier tot 2006 kunnen wonen, dankzij de mantelzorg van zijn kinderen.
Nu woont Lipkje Adema hier met veel plezier met haar kinderen.

 

Met medewerking van  Teatske Lanting en Frans Tolsma

Bronnen:
Breuker, Ph. – Brekizers fan de foarútgong, Amsterdam 2017
Leeuwarder Courant
Archief van het kadaster