De Herberg die Meinte Oosterhout afbrak voor zijn nieuwe

De geschiedenis van de eerste herberg op de plek waar nu Waltawei 22 staat

Vóór 1839 was de plek waar de eerste herberg zou komen, een weiland van ongeveer ‘3 vierkante roeden’. In 1830 was het weilandje (kad.nr. 418) bij de start van het kadaster in bezit van Jouke Lourens Schilstra, timmerman te Deersum.

De kaart van Boazum uit 1832, zoals die in het programma HisGis te vinden is. Hierop staan de percelen genummerd die van Jouke Schilstra waren. Onder andere het weiland met nummer 418 en de Boerderij met nummer 419

Jouke Schilstra overlijdt in 1830 en zijn broer Hotze Lourens Schilstra erft de genummerde weilanden en de boerderij (419) op De Kamp 10, waar de Familie Engelsma nu woont.

Hotze verkoopt het weiland in 1832 uit de hand aan Sytze Klazes Sytsma, koemelker te Bozum. Deze verkoopt een deel ervan op 26 oktober 1839 aan Hiske Aanes Hiddema weduwe van Tjeerd Kobus van Dijk. Ze kocht dat stukje land voor fl 225,–.

De kadastrale administratie van Hiske Hiddema, hier heet ze nog: weduwe Tjeerd Jacobs van Dijk.

Hiske Aanes heeft dus oktober 1839 een stukje grond gekocht en er meteen de herberg laten bouwen. Dit blijkt uit de kadastrale administratie: in het kadaster werd in de kolom “Belastbaar inkomen” (zie hierboven) direct aangegeven dat ze vanaf 1840 vrijdom van belasting had. Dat betekent dat er al in 1839 werd gebouwd! Reglementair houdt de vrijdom 6 jaar later op. Je ziet dan ook op de tweede regel dat het gebouw belastbaar vanaf 1846 is. De herberg staat er dan natuurlijk al lang en breed. Zij was dus van ongeveer 1840 tot en met 1860 op deze plek de eerste kasteleinse. Naast dat zij hier en daar in geboorte- en huwelijksakten te boek staat als kasteleinse, heeft ze ook wel ‘zonder beroep’ opgegeven.

Een deel van de hulpkaart van november 1839 waarop de nieuwe herberg al staat ingetekend in het weiland! Duiedelijk is dat uit Baard E 418 de percelen 563 en 564 zijn ontstaan. nummer 564 is de plek waar de herberg gepland is. Hier zie je trouwens de weg nog met de vaart meebuigen. Op de volgende tekening (twintig jaar later) steekt de weg de vaart direct over! N.B. het nieuwe nummer 565 ligt buiten dit bestek.

Met Tjeerd van Dijk kreeg Hiske eerder al twee kinderen: Mettje op 14 december 1822 en Aane op 26 augustus 1824. Mettje trouwde op  23 mei 1839 op 16 jarige leeftijd te Baarderadeel met Anne Murks Zijlstra. Hij was kramer, respectievelijk koopman en rond 1860 winkelier te Boazum. Zij kregen april 1840 een doodgeboren kindje en op 17 mei 1841 hun dochter Hiske Annes, in Boazum. Elf dagen later stierf de jonge moeder op 28 mei 1841. Deze Hiske, kleindochter van Hiske Aanes Hiddema en dochter van Anne Murks Zijlstra, is belangrijk, omdat zij op 3 maart 1860 trouwde met de schippersknecht Hylke Andries Meijer, de koper van de herberg. Hij was schippersknecht. Geboren in Munniketille onder Drogeham op 10 maart 1836. Zijn vader was Andries Baukes Meyer, schipper en zijn moeder Barber Hylkes Praamstra. Het gezin stond geregistreerd in Rien onder Lutkewierum. Het lijkt er op dat Hylke ‘onderweg’ geboren is, maar het gebeurde bij Jelle Hylkes Praamstra, arbeider te Munniketille, de broer van zijn moeder! Hylke Andries Meijer stierf op 53-jarige leeftijd in Boazum op 5 september 1889.

Dit is een uitsnede van de veldwerkkaart die het kadaster opmaakte in verband met de vernieuwde weg door het dorp in 1859. Boven de brug ligt de herberg. Het gearceerde deel van het gebouw zal een aanbouw zijn.

Op 24 april 1860 verkoopt Hiske Annes het café voor fl 1.350,- aan Hylke Andries Meyer, ruim een maand nadat die met haar kleindochter was getrouwd. De overdracht vindt traditioneel plaats op 12 mei. 17 maart 1861 geeft de Kastelein Hylke Andries Meyer zijn dochtertje Metje aan. Duidelijk vernoemd naar haar overleden grootmoeder Mettje dus. Haar was geen lang leven beschoren, omdat ze 6 maart 1865 overleed. Nadat Hylke de herberg verkocht had, keerde hij weer terug naar zijn oude vak: schipper.
Hij verkocht de herberg op 3 april 1866 aan Sjouke Andries Lanting. Voor fl 3.150,–. Lanting woonde in Tzum, toen hij de herberg op 3 april 1866 kocht. Hij kwam oorspronkelijk van Winsum en vertrok in 1868 weer naar dit dorp. Later dook hij op als slager in Oosterzee. Nog later komt hij als arbeider in de boeken tevoorschijn. Hij stierf in 1888.

Dit is een uitsnede van een werktekening van het kadaster van 11 augustus 1866. Met in rood een huis op It Heech (685) en de Herberg waar het hier over gaat (686).

In de kadastrale administratie staat aangegeven dat Lanting in 1868 ook vrijdom van belasting heeft: De herberg wordt opnieuw verbouwd. Dan staat in die verkoopakte staat aangegeven dat de Herberg zou zijn: “… een voor korte jaren geheel vernieuwde, zeer ter nering staande huizinge en herberg, met erve, plein, voorhuys, stallen en schuurtje, bleek met vruchtbomen cum annexis, bij de buren te Bozum aan de algemeenen reidweg …”  Met andere woorden,  Lanting heeft er een forse verbouwing aan gewaagd.

Lanting verkocht de herberg op 18 februari 1868 aan Jacob Durks Dijkstra boer in Oosterend. Die kocht de herberg voor zijn zoon Durk Jacobs voor fl 2.567,–. Dat was voor Lanting dus een verlies. Voordat de herberg werd overgedragen, heeft Lanting eerst nog een boelgoed gehouden van de inventaris. De opbrengst daarvan was bij elkaar fl 90,25. Dat scheelde iets in het verlies dat hij op de herberg had geleden.
Zoon Durk Jacobs Dijkstra werd de nieuwe herbergier. Een paar dagen voordat hij hier in Boazum ‘in functie’ kwam, trouwde hij op het gemeentehuis in Weidum op 9 mei 1868 met Houkjen Pieters de Jong uit Tirns. Ze kregen in februari 1869 hun eerste baby. Een jaar later, februari 1870, hun tweede dochter. Na zijn vertrek uit Boazum, bleek hij winkelier in Oosterend, volgens de geboorteakte van hun derde dochter in mei 1871.

Meinte Jans Oosterhout kocht de herberg op 4 november 1869 van Jacob Durks Dijkstra voor fl 3.000,–. Op het hulpkaartje hierboven was dat het perceel met kadastraal nummer 686. Op deze plek heeft Oosterhout zijn nieuwe herberg gebouwd. Daarvoor blijkt dit perceel uitgebreid te zijn en kreeg zodoende het nieuwe nummer 776. Hieronder zie je op de uitsnede van de kadastrale kaart hoe de situatie dan is.

Oosterhout mocht een half jaar na de aankoop, op de traditionele datum 12 mei 1870, officieel in het pand trekken. Dat klopt volgens de bevolkingsboekhouding: hij verhuisde toen van Wieuwerd naar Bozum. Eerst woonde hij hier op 93 en verhuisde later naar 48. Mogelijk is dit het huisnummer van de nieuwe herberg, of er vond sindsdien een vernummering plaats.

Op dit kadastrale kaartje (uit 1883) vind je het nummer 776 in plaats van 686 op dit veel grotere perceel. De nieuwe herberg staat ook ingetekend.

Nota Bene, op de uitsnede van de kadastrale kaart uit 1883, is ook te zien wat er in krap 20 jaar sinds 1866, op het weiland met oorspronkelijk nr. 687 is bijgebouwd! Terwijl je aan de overkant van de weg ziet dat daar ook een nieuw huis was gebouwd (Brd E 799). Maar dat terzijde)

Zo zijn we dan terecht gekomen bij de geschiedenis van de herberg van af 1875.
Al met al heeft de oorspronkelijke herberg in de laatste tien jaar van zijn bestaan een turbulent leven geleid, mag je wel zeggen.