De laatste woonwagenbewoner van Boazum

De laatste woonwagenbewoner die op het kampke bij het spoor zijn woonwagen had staan, werd een huis in het dorp aangeboden.

 

Groepsfoto uit 1969 van de leerlingen van de Emmaschool. De kinderen van de familie van der Woude zaten hier nog op school.

Het is woensdag 13 februari 2018, ik ben op de fiets naar mijn werk naar de kinderboerderij in Sneek. De radio stond aan op mijn koptelefoon, het ging over de winter van 1963 toen 55 jaar geleden. Het was zeer koud en het waaide hard en het sneeuwde.
Langs het spoor tussen de spoorwegovergang en het voormalig treinstation stond toen, in 1963, een woonwagen van Jan Van der Woude en zijn vrouw, ze hadden vier kinderen: Pieter, Betty, Froukje en Zuussie. Er was een raam kapot en de deur van de woonwagen wilde niet goed dicht . De houtkachel kon het ook niet warm krijgen. Echter er ontstond brand door een ongelukje met de kachel. 
Er is toen in het dorp spontaan een actie ontstaan om deze mensen te helpen. Op de Kamp, achter het huis van Albert Beeksma en Pieter Scholtanus [nu zoon Jan],stond een huis leeg. Hier mochten deze mensen in. Het huis werd door de inwoners van Boazum helemaal ingericht. Zo kregen ze een kolenkachel, linnengoed, dekens, handoeken en nog veel meer. Een paar dagen later bleek dat ze heel anders leefden in een vast huis als wij in het dorp gewend zijn. De huisvrouwen waren verontwaardigd dat al hun schoonmaakwerk vergeefs leek. Dokter Volkers suste de opwinding door te zeggen dat wij graag in een schoon huis wonen en dat zij daar geen belang aan hechten. Dat moeten we accepteren. Toen legde men zich daarbij neer.
Jan van der Woude, in de volksmond ook wel Jan Hoed genoemd, had handel in lompen en metalen en één keer in de maand kwam hij langs met de scharensliep. 

Een woonwagen bewoner uit 1915.

Jan van Houten met zijn vrouw Japke en een van hun kinderen. Op de achtergrond hun karre op twee wielen die hun woon- en verblijfplaats was en die ze zelf moesten voortrekken. Foto van www.Riedo.nl

In de zomermaanden als er in dorpen in de gemeente kermis was, kwam Jan, en daarna Durk van Houten, met de kop van Jut en de aap aan een kettinkje. De woonwagen werd getrokken door een paardje (kêdde) naar het woonwagenkamp. In de jaren 60 van de vorige eeuw waren er soms wel zes woonwagens op het kamp. De één was stoelenmatter en de ander scheerenslyp. Maar meestal hadden ze een kermisattractie als bron van inkomsten.
De kermis verplaatste zich in die tijd per boot en dan lagen ze met dit schip in de Boazumerfeart.

het laatste overgeblijfsel van het woonwagenkamp. Het betonblok met vroeger hier in de waterleidingkraan.

Het enige wat nog zichtbaar is overgebleven van het woonwagenkamp, is het blok beton waar de waterleidingkraan in zat, verscholen tussen het spoor en het nieuwe fietspad naar Scharnegoutum (zie foto).
Meer nostalgie over Boazum leest u op www.aldboazum.nl.