De Molens om Boazum.

Een aantal molens in en om Boazum.

 

Feite Hofman zit hier voor de molen aan de Slachtedyk. Deze molen werd een Boeremounts genoemd. Hij werd  gebouwd in 1832. Wanneer hij afgebroken is, is  niet exact bekend.

Door de vele vaarten en polders had Boazum vroeger veel  water- en poldermolens in en om het dorp. We hebben een paar kunnen terug vinden.

We beginnen vanaf de Flearen, hier heeft ongeveer honderd meter uit de woning van Looyenga (nu Willem Visser) richting de boerderij van Schuurmans een water-of poldermolen gestaan. Deze is gebouwd in 1831 en afgebroken ongeveer 1850. Op de plaats van deze molen staat nu een gemaal

Advertentie uit de LC van 5 januari 1838

 

Het gemaal aan de Flearen, waar voorheen een spinnekop molen stond.

 

Spinnekop molen die mogelijk bij de Flearen heeft gestaan.

 

Er was ook een molen tegenover de boerderij van Sipke Speerstra met een molenaarswoning. Deze diende om de Heidema polder droog te houden. Bij graafwerkzaamheden vond Speerstra op deze plaats het stenen fundament van kalkzand. Omdat deze kalkzandstenen goedkoop waren zijn er in die tijd veel huizen gebouwd van kalkzandsteen. Het huis van Peter Heins is er toen voor in de plaats gekomen.

Er stond een molen aan de Boazumer feart, tussen de Zwette en de Sylsterdyk. Vanaf de boerderij van Schuurmans voorbij de eerste bocht. Hier stond een Spinnekop molen 35 ha. Deze spinnekop stond mogelijk bij de Zate van Schuurmans en had een vlucht van 9.30 meter [afstand tussen het noordelijk punt en het zuidelijk punt]. Dit was een van de 36 molens die op 22 aug 1922 door het Waterschap Scharnegoutum c.a. op afbraak werden verkocht, nadat de drie  grote windmotoren in bedrijf waren gekomen. Alle molens moesten na aankoop nog in 1922 door de koper worden verwijderd, anders zouden ze terug vallen aan het waterschap.

Een Spinnekop molen die mogelijk bij Schuurmans heeft gestaan.

Aan de Súderdyk bij de familie Roorda stond vroeger achter deze boerderij een kleine spinnekop molen, die het water van deze polder via de Boazumerfeart afvoer naar de Zwette.

De boerderij van Frans Roorda aan de Suderdyk met de Spinnekopmolen.

De volgende molen stond aan de Slachtedyk  net voorbij  Blauwpan Dykhûs. Deze molen zou zijn gebouwd in 1832 en is verdwenen rond 1921 (zie de foto aan het begin). Hij stond aan de reed naar Pieter Hessels Wiersma later Feite Hofman nu Gerben  en Wimke de Boer. Er was aan de linker kant een stukje grond (landtong) waar jaren lang een molen stond. Deze molen maalde het water naar de Franekervaart. De molenaar of beheerder woonde op Blauwpan Dykhûs. Deze molenaar is volgens overlevering op tragische wijze door een klap van een van de wieken om het leven gekomen. (Zie foto molen boven).

Spinnekop molen met woning.

Achter de koeien staat een spinnekop molen met woning, en de kerktoren van Boazum rechts op de foto. Deze foto kreeg ik van de familie Hofman. Dus ik neem aan dat de boerderij tussen de bomen staat. Maar op de internet site: ‘Database verdwenen molens’ kunnen we hem niet terug vinden. Nu hebben we van Sipke Speerstra begrepen dat tegen over zijn boerderij, op de andere kant van de weg een molen met een kleine woning heeft gestaan. Wie kan ons verder helpen?

 

De Amerikaanse Windmotor van de Zwartemolen

We gaan nu naar Makkum waar bij de boerderij van Stenekes, nu Feike Bakker, bij Zwartemolen een Amerikaanse windmotor stond. Hij  was een van de drie molens die in de plaats kwam van vele spinnekop molentjes, die hier in de polder stonden.

 

De Amerikaanse Windmotor van de Zwartemolen. Aan de Boazumervaart. foto 11-02-1967

Deze molen is een aantal jaren geleden afgebroken. Hij voerde het water uit de polders via de sloten en Franekervaart af. Hier voor in de plaats kwam een gemaal.

Het gemaal wat nu op Makkum staat. foto 2020

Via de camping van de familie de Boer over de spoorwegovergang, aan de Singel was aan de linkerzijde, in het land van de Gebr. de Boer een ijsbaan (jaren 30 en 40).  Deze werd met behulp van een kleine windmolen onder water gezet. De mensen die deze ijsbaan hebben aangelegd en de molen hebben gebouwd staan hier op de foto.

De bouw van de molen aan de ijsbaan, aan de Singel. De spoorlijn op de achtergrond. v.l.n.r Job Faber, Gerrit Wiersma en Piet vd Berg. foto 1925
Aanleg iisbaan door Job Faber, Piet vd Berg , Piet Holster en Tsjerk vd Veen. foto 1925.

Deze molen had verder geen functie.

Naast de Ned. Herv. Kerk was vroeger de terp met boerderij van de fam. Wiarda. De boerderij werd verkocht en is in 1914 afgebroken. Daarna is men begonnen met het afgraven van de  terp. Deze terpaarde werd verkocht als vruchtbare grond. Achteraf hebben ze wat te veel van deze aarde afgevoerd. Op deze plek hadden dorpsgenoten vele jaren een volkstuin. Er stond wel eens wat water op deze plaats, dus werd er een molen geplaatst om dit water af te voeren. Dit ging goed, tot op een nacht door zware storm de molen omwoei. Zo moet die nacht de poel zijn ontstaan. En de volkstuintjes kwamen nu achter de kerk.

Rechts het molentje op de Poel.

De Spinnekopmolen aan De Zwette

De Stelling aan de Zwette ter hoogte van de Tanialeane. Het voorste skûtsje wacht op zijn lading. Dit is een spinnekop molen

Op het einde van de Tanialeane waar vrouw Postma woont (voorheen Piersma en Huitema), stond  op de grens met het land van Hoitenga een molen, die het land van de terp, waar nu het sportveld en de landerijen van Huitema en Hoitenga liggen, droog moesten houden. Deze molen is in de jaren ’70 van de vorige eeuw afgebroken. Achter de boerderij van Huitema was later de ijsbaan, (jaren ’50 en ’60) die door deze molen onder water werd gezet.

Winter feb 1972. De molen op de foto staat hier achter het hok van Roel vd Wal. (nu woning Wierd Miedema) aan de Tanialeane. Rechts van de molen het weiland van Hoitenga.[Nu Sikke Bakker] Rechts vooraan is nu het sportveld.
De Amerikaanse windmotor Kleiterp die op de Bongier staat is in 1920 gebouwd en heeft een windrad met een diameter van 11 meter. Hij bemaalde  de Kleiterpsterpolder (circa 250 ha). Vanaf 1966 wordt deze molen aangedreven door een dieselmotor. In 1989 is de functie van de windmotor over genomen door een nieuw gemaal. Daarna raakte de molen zwaar in verval. In 2000 werd de windmotor een rijksmonument en werd in 2019 gerestaureerd. De molen is maalwaardig en kan in noodgevallen water weg pompen uit de polder.

De Kleiterpstermolen aan het fietspad langs de Zwette. Ter hoogte van  Bongier. foto 2020

 

Het begin is er. 07-11-2009
07-11-2009

 

Ook het binnenwerk werd vernieuwd. 07-11-2009

 

Hij is bijna weer gereed. 07-11-2009

 

Het herstel van de molen 07-11-2009

De molen van Sintje Wybrens uit 1758

In de Doarpsskille van Juni 1971 heeft Philippus Breuker melding gemaakt van een Boazumer timmerman uit de 18e eeuw, die een molen had ontworpen, welke goedkoper was dan de toen gangbare. Hij meldde daarover (in het Fries) het volgende:

Timmerman Sintje Wybrens (niet Sybrens) was katholiek en bouwde in 1754 een huis op een lege plek, waar al eens een huis had gestaan. Dat was naar alle waarschijnlijkheid ter plaatse van het huis De Kamp 10, waar vroeger timmerman van der Berg, later timmerman Grijpstra en nu de familie Engelsma woont. (Toen was het dus al een Timmermanswerkplaats) Hij zal ongeveer 1784-1785 gestorven zijn, want toen kwam zijn zoon Beint Sintjes in de zaak. Die noemde zich later Schaafsma.
Hij probeert een octrooi voor zijn molen aan te vragen, die heel wat goedkoper is als andere molens. De gangbare molen hield ongeveer 50 pondenmaat (±17 ha) droog en kostte 250 carolusguldens (c.g.) en aan onderhoud 15 c.g. De molen van Sintje Wybrens kostte slechts 100 c.g. en aan onderhoud 4 c.g. Hij maalde 2,5 voet op. Hij had ook een kleinere molen die 25 pm (±8 ha) droogmaalde en 1,75 voet. Die kostte 60 c.g. en aan onderhoud 4 c.g. De derde maat maakte 15 p.m. (±5 ha) en 1,5 voet droog en kostte 35 c.g. resp. 2,5 c.g. aan onderhoudskosten.

Uit het verslag van Van Aylva, Arnoldi en Van Sminia blijkt het volgende.
Op 31 mei 1758 bekeken ze te Easterwierrum, waar de kleinste molen stond, die 15 p.m. kon bemalen. De as was zo dik als een zware Juffer van 14 voet en had aan de ene kant twee roeden van 8 à 9 voet met wagenschot in plaats van zeil op latten en aan de andere kant een schepradje van zo’n vier voet met 3 duims plankjes en een gangbaar waterbakje. In plaats van een scheprad en bak, kon volgens de baas ook wel een schroefrad worden gemaakt, dat hij veel beter vond. De roeden waren met een ijzeren ring aan de as bevestigd en konden daar makkelijk vanaf genomen worden.
De heren merkten op dat er “Enigszins zweemt naar de bekende kleine Water jaskers, dogh merkelijk verbeetert en meer effect doende.” En vervolgden dan:
“Inplaats nu dat de jaskers worden ondersteunt van twee kruisweegs op elkander staande stokken of sparren, en zig na de wint niet kunnen draijen, maar t’elkens verzet moeten worden, zoo is hier ondergepractiseert een machine van rib, waaraan de schepradsbak is vastgemaakt, en waardoor de as even achter de roeden, gedragen wordt, alles steunende op een ronde in de grond staande paal, daar het geheele werk om heen draait, wordende gedreven door een windbord of staart, zoo als dagelijks aan de pompmolens in het veen geschiedt, zoo dat de gehele machine sigh zelve kan redden, en zonder oppasser maalen.”

De molen kon makkelijk uit elkaar worden gehaald en door twee man verplaatst worden. Er hoefde geen oppasser bij. Hij kon veel goedkoper als anderen met hetzelfde effect. Daarbij kon hij binnengehaald worden. Reden waarom Van Aylva c.s. adviseren octrooi of een gratificatie te geven. De Bozumer molenmaker kreeg beide, zoals wij al eerder zagen.

Of hij er veel heeft gemaakt, is niet bekend.

Ph. H. Breuker

De schets van de bewuste molen van Sintje Wybrens.

Een klein kaartje met overzicht van hoeveel molens er om Boazum hebben gestaan. Het komt uit: database verdwenen molens nl. Interessante site.

Op de website “Database verdwenen molens” staan nog meer molens die in en om Boazum hebben gestaan. Maar helaas heb ik daar geen fotos van. Wie zou mij daar aan kunnen helpen. Graag dan een berichtje naar:  franstolsma@ziggo.nl

De molens die volgens het Kadaster in 1832 in Boazum waren:

Kad. Nr.
Baard E         Eigenaar                               woonplaats          legger nr.

036               Bouke R. Buringa                 Bozum                 039
061               Schwarzenberg                    Higtum                  249
074               Erven Bouke O. Sijperda      Bozum                278
146               TMT Looxma                        Leeuwarden         179
164               Erven Sjoerd J. Gerbrandy   Bozum                089
175               Tjerk Gosses Koopmans      Bozum                  162
179               Pieter Wijbes Setstra           Bozum                  251
188               Bauke Rintjes Buringa         Bozum                 270
201               Isaac Wouters                      Sneek                     326
239               Dirkjen H. Van Dijk               Bozum               064
(ev PH Wiersma)
255               Jan J. Tjaarda                       Weidum               287
288               TMT Looxma                        Leeuwarden        179
322               H.J. Wiersma & mede eig.   Bozum                324
328               DPK Reneman                      Leeuwarden        222
337a             Bernardus Buma                  Weidum               038
349               Kerk Bozum en mede eig.    Bozum                146
434               Age Benzo Looxma              Rijperkerk           178
512               Schwarzenberg                    Higtum                  249
535               Wed. GT. Bootsma + m.eig. Bozum               032
541               W.Albarda                           Leeuwarden          008

Met de samengestelde kadastrale kaart uit 1832  van het dorpsgebied van Boazum in 1832. De molens zijn in rood gemerkt.

Bronnen:

Archief Ten Bruggencate
Kadaster – Archiefviewer
database verdwenen molens.nl.
Verkoopboekje van het Waterschap Scharnegoutum c.a. 1922
Advertentie  Leeuwarder Courant uit 1838 en 10 aug 1922
De Doarpsskille van Juni 1971
En Durk Postma (molenmaker) te Winsum