De oprichting van eene Coöperatieve Zuivelfabriek.

Op 23 maart 1891 werd in de Leeuwarder Courant gemeld, dat er een vergadering van belanghebbenden in de oprichting van eene Coöperatieve Zuivelfabriek te Bozum zou plaats vinden op donderdag 26 maart 1891 ten huize van J.de Vries aldaar. De heer T.Kuperus zou daarbij de wenselijkheid van Coöperatieve Fabrieken bespreken. Daaropvolgend besloot men op de vergadering gehouden op 24 april 1893 tot de oprichting van een Coöperatieve Stoomzuivelfabriek voor Bozum en omliggende plaatsen. Als voorlopige bestuurders werden benoemd de heren A.IJkema (voorzitter), B.v.d.Burg (secretaris), W.Koopmans (penningmeester), H.P.Wiersma, H.T.Biesma en K.Bosma. Op de vergadering op maandag 8 mei 1893 werden de ontworpen statuten voor de op te richten vereniging behandeld. Veehouders van Bozum en omliggende plaatsen, die tot de vereniging wensten toe te treden, werden verzocht daarvan kennis te geven aan het voorlopig bestuur. In de Leeuwarder Courant van 16 februari 1894 werden alle veehouders te Bozum en omstreken, die werkelijk belangstelden in de totstandkoming van de vereniging, dringend uitgenodigd de vergadering op zaterdag 3 maart 1894 bij te wonen en aansluitend zich als lid aan te melden.

     

Inmiddels werd in februari 1897 de oprichting van “De Coöperatieve Vereeniging tot het drijven eener Zuivelfabriek Wieuwerd” te Wieuwerd aangekondigd. De akte van oprichting was verleden op 10 februari 1897 voor notaris S.Haagsma te Bozum.
De Leeuwarder Courant meldde op 16 februari 1897, dat de vergadering van veehouders alhier (Bozum) vorige week met algemene stemmen had besloten tot de oprichting van de “Coöperatieve Stoomzuivelfabriek” te Bozum en de statuten van de acte van oprichting te voltooien. Een week later weigerden sommigen echter verdere medewerking, waardoor de oprichting geen verdere voortgang had. Wat de gevolgen van deze contractbreuk waren, was nog niet geheel duidelijk. Wel voorzag men, “dat eene boterfabriek in deze plaats (Bozum) nu tot de vrome wenschen zal gaan behooren, hetgeen voor ons dorp als een débacle mag worden beschouwd”. Men gaf de hoop echter niet op. Veehouders, die zich wensten aan te sluiten, konden zich daarvoor nog aanmelden ten kantore van notaris Haagsma te Bozum. De zaak werd dus weer ter hand genomen met als gevolg, dat door verscheidene veehouders bij notariële akte werd opgemaakt “De Coöperatieve vereeniging tot het bedrijven van eener zuivelfabriek Bozum” te Bozum. Met de stichting van fabrieksgebouwen zou worden begonnen, zodra zich zoveel veehouders als leden hadden aangemeld, die samen 600 melkkoeien hielden. Volgens zeggen, zou de fabriek gebouwd worden aan de Zwette bij Bozum. Als voorlopige bestuurders werden in februari 1897 gekozen de heren H.de Waard, S.A.Brouwer en W.Koopmans.
In Wieuwerd was men al verder en kon men in april 1897 inschrijven op de aanbesteding voor het bouwen van een zuivelfabriek met directeurswoning. Door H.Biesma uit Bozum werd samen met J.de Graaf uit Sneek hierop ingeschreven voor f 23.135,00. (Aannemer Hendrik Biesma uit Bozum, woonde aan de Dr.Miedemastrjitte, was als aannemer verantwoordelijk voor het bouwen van de Stationsgebouwen aan het spoor van Mantgum tot aan Stavoren). Het werk werd aan de laagste inschrijver gegund n.l. H.Eldering te Suameer voor een bedrag van f 20.758,00.
Op 15 november 1897 meldde de Leeuwarder Courant, dat de leden van de coöperatieve vereeniging tot het oprichten eener zuivelfabriek Bozum hadden besloten niet tot het bouwen van een fabriek over te gaan. Men verwachtte, dat de vereeniging te Bozum zou samensmelten met die te Wieuwerd-Britswerd, waar de fabriek al in werking was.
Op 26 februari 1898 hield de coöperatieve vereeniging “Zuivelfabriek Wieuwerd” een vergadering voor haar leden uit Britswerd, Wieuwerd en Bozum. De fabriek werkte zeer gunstig, waardoor er een extra “uitdeeling” aan leden en leveranciers kon plaats vinden. Het ledental bedroeg toen 32.

Zuivelfabriek Wieuwerd in 1907

 

Zuivelfabriek Wieuwerd rond 1952

Voor 1 april 1898 werd de mogelijkheid geboden zich onder gunstige voorwaarden aan te sluiten bij de vereeniging “Zuivelfabriek Wieuwerd en Omstreken”.
In een advertentie in de Leeuwarder Courant op 2 april 1901 werd gemeld, dat men kon inschrijven voor de aanbesteding van het melkvervoer van veehouders onder Bozum naar de Coöp. Zuivelfabriek te Wieuwerd. De voorwaarden konden worden opgevraagd bij Boersma te Bozum.
Het Nieuwsblad van het Noorden meldde op 3 september 1937, dat er de komende maanden belangrijke jubilea in de Friesche zuivelindustrie gevierd zouden worden of al waren gevierd. Het begon met de herdenking van het 40-jarig bestaan van de Coöperatieve Zuivelfabriek te Wieuwerd.

Botermaker Siemen van Dijk in de zuivelfabriek Wieuwerd in 1957

 

De melkontvangst in Wieuwerd

In 1939 traden er moeilijkheden op bij de Coöp. Zuivelfabriek te Wieuwerd. Tussen het bestuur en leden bestonden al lang meningsverschillen over enkele zaken. Op de ledenvergadering van 31 mei 1939 werd de vertrouwenskwestie gesteld . Er werd gestemd, waarna bleek, dat er geen meerderheid achter het bestuur stond. Het bestuur trad in haar geheel af. Directeur R.van der Meer had al van te voren zijn ontslag met ingang van 1 augustus 1939 aangevraagd; hij was 40 jaar directeur. De Leeuwarder Courant meldde op 5 juni 1939, dat op de heden gehouden ledenvergadering op zaterdagavond onder grote belangstelling van de leden met bijna algemene stemmen hetzelfde bestuur op één niet herkiesbaar lid na werd herkozen.
Ook vanuit Bozum werden de waren van de zuivelfabriek in Wieuwerd betrokken. Melkventer P.Giliam, beter bekend als “Pier Molke”, verzorgde de Bozummers vele jaren van melk, boter en kaas. Op 11 november 1940 meldde de Leeuwarder Courant het afscheid van “Pier Molke”. Het was niet altijd een lichte taak voor Pier; vooral ’s winters was het met sneeuw en ijs een moeilijke tocht. Pier had het een 40-tal jaren volgehouden.

P.Giliam met melkkar

 

In 1936 stonden er nog melkbussen aan de Waltawei

 Voor melkrijders was het ook niet altijd een pretje. In de Leeuwarder Courant van 9 februari 1954 stond het volgende bericht: Melkwagen op spoorwegovergang gegrepen door trein. Op de onbewaakte spoorwegovergang bij Wieuwerd werd die ochtend de wagen van melkrijder Roel van der Wal (woonde op ’t Heech) van achteren gegrepen door de trein, die uit de richting Leeuwarden kwam. De heer van der Wal werd uit zijn wagen geslingerd, maar kwam er wonder boven wonder met enkele blessures aan zijn gezicht vanaf. Het paard, dat voor de wagen liep, mankeerde niets; de wagen was flink beschadigd.

Links met fiets melkrijder Roel van der Wal (1953)

In 1964 volgden er besprekingen over de zuivelconcentratie in de Friese Greidhoeke. Het betrof o.a. de coöperatieve zuivelfabrieken in Oosterend, Sijbrandaburen, Wieuwerd, Scharnegoutum en Weidum. Omdat niet alle fabrieken er goed voor stonden, was een concentratie onontkoombaar. Dit betekende het einde van de zuivelfabriek in Wieuwerd. Er werd een fusie aangegaan met de fabrieken in Wommels, Scharnegoutum en Oosterend. Onder de naam “De Terpen” ging men verder als fabriek in Wommels.
De zuivelproductie verplaatste zich aan het eind van de 19e eeuw van boerderijen naar zuivelfabrieken. Zo waren er aan het begin van de 20e eeuw zuivelfabrieken in de voormalige gemeente Littenseradiel in Oosterlittens, Wommels, Weidum, Oosterend, Wieuwerd, Winsum en Hijlaard. Tot de bouw van een zuivelfabriek in Bozum is  het dus nooit gekomen.

Ledenlijst zuivelfabriek Wieuwerd uit het jaarverslag 1932-1933

 

 

Bronnen: Leeuwarder Courant, Zuivelhistorie Friesland.