Een Nederlands kampioen uit Boazum.

Oud Nederlands kampioen  gewichtheffen in het l.zwaar gewicht tot 82,5 kilogram bij ons in Boazum.

Vandaag heb ik koffie gedronken met Valentino Selva. Valentino is een oud-Bozumer die tot op de dag van vandaag wisselend in Friesland vertoeft en in Zuid-Italië op een zonnig heuveltje. ‘Zuid-Italië is qua weersomstandigheden een prachtig gebied en vanaf het late voorjaar heb je daar een azuurblauwe Tyrrheense Zee met een stralende zon. Een en al superlatieven.’ zegt hij enthousiast.

‘As’t toefallich in ’t oer Fryske Snits geboren bist, temidden van vaarwater met skûtsjes, roei- en sylboatsjes om die hene, dan is het voor de geboren Waterman pertinent onmogelijk om blijvend in een subtropisch land te wonen tussen palmen, citroenen en sinaasappelen. Zegt hij overtuigend. Bella Italia – maar Fryslân boppe…’
Het is voor hem onmogelijk om als Sneeker te leven zonder het woest wuivend riet langs de Friese meren, de striemende regens de prachtige wolkenluchten en het wijdse, ongekend unieke Friese land met al zijn schoonheid.

Hier sta ik als gewichthef kampioen 1966, met de voorzitter van het dorpsbelang Anne Stenekes voor de pastorie.

De verhuizing indertijd naar Boazum, leek een grote stap, maar niks was minder waar. Vertelt Selva. Boazum met zijn prachtige kerk, een pastorie op een lyts stukje terp dat is overgebleven, nadat de terp was afgegraven en als vruchtbare grond naar elders werd getransporteerd. De poel is overgebleven, waarin in mijn tijd bergen kroegkarpers zaten. Waar we zelfs ijsvogeltjes hebben gespot. Zijn ze er nog…? Boazum is uniek, wat de natuur en de gezellige dorpse sfeer aangaat.

Helaas is het zo langzamerhand om te huilen, wat onze bonte weidevogels in de (thans) griene greiden aangaat. Ze zijn verdrongen door wolken witte meeuwen. Die horen langs het strand, in de duinen of op zee. Of vluchten pikzwarte kraaiachtige vogels die je verwacht in bossige bomen langs snelwegen of in hoge boomwallen rond kerkhoven. Gebleven zijn de Boazummers. Enthousiast, standvastig en behulpzaam staan ze in mijn geheugen gegrift.
Onze boeren – vanouds de allerbeste rentmeesters door hun natuurlijk beheer – worden vandaag de dag door allerlei wetten en verordeningen van bovenaf gedwongen zich aan regeltjes die de natuur niet te goede zijn gekomen. Moppert hij.

Met weemoed kijkt hij terug op de tijden van weleer, toen de landslootjes kraakhelder waren, waar stekelbaarsjes paaiden in de wier-vegetaties. Salamanders die over de bodem kropen, waar kikkers in wijde omgeving hun liefdesliederen tot diep in de nacht kwaakten. Toen de boeren zich nog de tijd konden veroorloven om de nesten van vele karakteristieke weidevogels te markeren als het grasland gemaaid moest worden. Stelselmatig wordt hun goede wil beperkt. Nu zijn ze na een zware werkdag verplicht theoretisch hun hersens te pijnigen achter een stomme computer. Zo was het niet in mijn Bozum-tijd. En zoals vroeger zal het nooit meer zijn.

Hier met het korps in de Dr. Miedemastrjittte

Onveranderd is Valentino’s bezetenheid van de Friese cultuur, van het prachtige landschap waar misschien ooit weer de kleur en fleur van insecten, vogels en bloemen en planten terugkomt. Of is het wishful thinking? Logisch dat mijn voorstel om nog even langs de tuin van de pastorie te lopen, niet tegen dovemansoren was.

Samen met zijn schoonouders heeft het gezin Selva met enorm veel genoegen in Boazum gewoond.
Nadat dominee Palmboom uit de hervormde pastorie aan het Altaplein was vertrokken, betrok H. Boomsma en z’n vrouw L. Boomsma-Stüvel na een grondige verbouwing de stoere pastorie. Het jonge gezin Selva vertoefde er een slordig decennium. Valentino was in die tijd docent Duits aan de toenmalige HBS/Gymnasium aan de Almastraat in Sneek. Schoonvader Boomsma was eveneens een echte tuinliefhebber. Zijn kracht was groente en fruit. Valentino had meer oog voor aanleg en beplantingen. (hier kom ik later op terug). De tuin van de pastorie kreeg geleidelijk weer het oorspronkelijke karakter van een stinsentuin. Typische beplantingen die op deze plek uitstekend gedijen.
‘Jammer genoeg is in de loop der jaren veel van de verzamelde stinsengewassen verloren gegaan. Waarschijnlijk door het afmaaien op onjuiste momenten en het bemesten van het gazon. Stinzenplanten moet je met rust laten en ze de gelegenheid geven zaad te vormen. Ze kregen niet de gelegenheid om na de bloei adequaat hun groeiproces te mogen volbrengen,’ zegt Valentino docerend. ‘Ik knik berustend… en probeer van de waterval van woorden zoveel mogelijk te noteren.

April 1966

Naast tuinnieren had Selva nog een passie: sporten. Hij was op en top sportman. Hij heeft vele sporten beoefend zoals: handbal, judo, volleybal en vooral turnen. Totdat hij na een aantal blessures noodgedwongen moest stoppen. ‘Als je in mijn tijd na een reuzen draai van de rekstok viel kwam je op een paar Cocos matten neer met alle gevolgen van dien. Vandaag de dag vallen topsporters op dikke zachte matten en lopen gewoon weer verder. Eigenlijk was dit het einde van zijn lievelingssport.

Achter de pony staat Andries Tolsma, en op de melkwagen van Germ Wieringa zit links Anne Stenekes en rechts Valentino Selva.

Een sportvriend nam hem ooit mee naar een kennis die een halter had liggen. Hij was gewichtheffer. Hij schrok zich een hoedje dat Valentino met gemak zijn toenmalige lichaamsgewicht (74 kg) met gemak boven zijn hoofd duwde. Hierin stimuleerde hij Valentino. De prestaties gingen zienderogen vooruit. Zo zeer zelfs dat hij mocht meedoen aan de nationale jeugdkampioenschappen. Door zijn studie kon hij hier niet aan deelnemen. Het trainen in een sportschool vond hij moeilijk tussen sporters van verschillende disciplines. Daarom maakte hij thuis in een klein vertrek een sportgelegenheid, waar later meer jongens uit Boazum enthousiast aan meededen. Na vele jaren van trainen en mede door het feit dat hij toen behoorlijk wat in de bouten kreeg werd hij in 1966 Nederlands kampioen in het lichtzwaar gewicht tot 82,5 kilogram, hoewel hij amper 79 kg woog. Het hoogste gewicht dat hij boven de schouders kreeg was 145 kg. De kersverse kampioen werd een paar weken later in het dorp gehuldigd met muziek en een rondrit met het melkwagentje van Germ Wieringa. Het feest was in de bovenzaal van cafe Durk Bergsma. Hier werd hij door voorzitter van dorpsbelang de heer Anne Stenekes in het zonnetje gezet. Hij kreeg een oorkonde van de burgemeester en een speldje met de Boazumer Ram. Er volgde een gezellige Boazumer avond. ‘Eigenlijk had ik 3x Nederlands Kampioen moeten zijn,’ zegt mijn bezoeker bescheiden. Als ik vraag hoe dat zit, zie ik als interviewer dat hij hier liever niet over wil praten. Zijn terughoudendheid prikkelt mij, maar doorvragen doe ik toch maar niet. Wellicht een andere keer, denk ik en bedank Valentino voor het gesprek.

Valentino Selva heeft zich – nadat hij met pensioen ging – helemaal gewijd aan het tuinieren. Hij heeft hierin nog verschillende vakdiploma’s gehaald en voor een vaktijdschrift diverse artikelen geschreven en enkele tuingidsen uit het Duits vertaald. Les heeft hij ook gegeven in toegepaste tuinaanleg.
Daarnaast schreef hij twee boeken: „Tussen sterren en citroenen“ – een speelse verbouwingsbeschrijving met een romantisch fictief tintje, Uitg. Elikser, Leeuwarden. Zijn laatste roman is een romantische triller – „Het geheim van Gaast,“ – Lycka Till Forlag – te koop via www.bol.com. Aan twee andere boeken wordt nog gewerkt. In het eerste kijkt Valentino Selva terug op zijn prille jeugdjaren vanaf het begin van de oorlogsjaren… Het andere wordt een verzameling van allerlei bizarre, fantastische, humoristische en leuke voorleesverhalen.

Frans Tolsma – april 2019