Het Blau’panne’dykhûs

Het Blau’panne’dykhûs is het dijkhuis dat onder Makkum, een gehucht bij Boazum, aan de oude Slachtedyk ligt. Het verschil met de meeste dijkhuizen is dat dit oorspronkelijk een dubbele arbeiderswoning is geweest, in plaats van een boerderij met onderhoudsplicht voor de Slachte.

Het huidige gebouw is in ieder geval het derde huis op deze plaats. Het werd volgens de kadastrale gegevens al eens  in 1871 herbouwd. Nadat de laatste ‘tweede woningbezitter’ Kees Verwey overleden was, brandde het tijdens de verbouwing af. Zodoende konden de toekomstige bewoners het geheel herbouwen. Daarbij is zoveel mogelijk het oude materiaal dat nog goed was, gebruikt.
Tot in 1958 werd het in tweeën bewoond. Dat jaar is het samengetrokken en het werd nog tot in 1967 permanent bewoond.

Het Dijkhuis blijkt in de 19e en begin 20e eeuw vooral bewoond te zijn geweest door knechten bij de boeren op Slachtedijk 4, Die boerderij was in die tijd generaties lang van de familie Wiersma. Sindsdien werd het vooral bewoond door knechten van de boerderij Makkum 2. Daar zwaaide de Familie Bakker lang de scepter. In 1967 werd het als vakantiehuis verkocht en uiteindelijk kwam de Familie Ganzevoort er opnieuw permanent in te wonen.

Mirjam en Dick-Jan Ganzevoort 1999 – Heden

Zij kochten het huis in juni 1999 om het op te knappen en er in te gaan wonen. In november dat jaar brandde het huis tijdens de verbouwing af. De oorzaak was een schoorsteenbrand. Ze hebben toen van de gelegenheid gebruik gemaakt om het gebouw, verder van de weg af helemaal opnieuw op te trekken. Bij de afbraak hebben ze zoveel mogelijk materiaal uit het oude huis gered, met het doel dat opnieuw te gebruiken. Bij de herbouw zijn bijvoorbeeld de oude delen die oorspronkelijk op de zolder lagen, nu opnieuw gebruikt. De oude bedstede is ook voor zover mogelijk, weer in ere hersteld, zij het waarschijnlijk als kast. Het is leuk om te zien dat de schuur die Kees Verwey destijds aan de oostkant, achter in de tuin heeft laten zetten in plaats van het oude verzakte hok, nog steeds in volle glorie aanwezig is. Wat ook aardig is, is dat de vier tegeltjes met de naam van het huis opnieuw en nu ingemetseld, in de voorgevel zijn opgenomen. Kees Verwey had ze tegen de muur gelijmd, maar op een gegeven moment lagen ze op de grond voor het huis. Op het eerste gezicht verschilt het weinig van het oude dijkhuis. Er is een vierde raam geplaatst in de voormuur en het dak is iets hoger opgetrokken, zodat er een beloopbare zolder is ontstaan. Heel onopvallend is achter het huis een uitbreiding gemaakt, waarin de keuken is geplaatst. Zie de bouwtekening. De bovenkant van de tekeningen grenst aan de Slachtedyk. Sindsdien woont de familie er met veel plezier.

Ze kochten het huis van de Familie Bokma, die er twee jaar in heeft gewoond.

 

Hoe ziet de eigendomsgeschiedenis van het Dijkhuis er uit, voordat het een Tweede woning werd? Daarvoor gaan we terug in de tijd.

Een uitsnede van de kaart van Schotanus uit 1716, van de grietenij Baarderadeel. De Slachte Dyk loopt om Boazum heen en onder Makkum door. Daar zie het het wiel in de dijk, waar een doorbraak is geweest. Ten noordwesten daarvan vind je het ‘Dykhûs’

In 1718 staat het dykhûs al als een stipje op de kaart van Schotanus en Halma.

Veel van de eigendomsgegevens van het Blau’panne dykhûs hebben we uit het kadaster gehaald. Hieraan werd al in de Franse tijd gewerkt, maar pas rond 1831 werd het kadaster in werking gesteld. De Notariële archieven vormen een andere bron.

Op 2 maart 1830 verkoopt Jan Jans Schipper, arbeider te Lutkewierum, het dijkhuis onder Boazum aan de Slagtedijk met nummer 25, aan Harmen Klazes van Dijk, boer te Bozum. In de verkoopakte staat dat bij het dijkhuis ook vier graven in de kerk van Bozum horen. Uit de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel van 1835 blijkt dat Durkjen Harmens van Dijk de oudste dochter van Harmen Klazes, eigenaresse is van het Blau’panne Dykhûs. Oorspronkelijk was ze al eigenaresse van de tuin bij het huis. Harmen Klazes heeft het dijkhuis en de boerderij aan de Slachtedyk 4 dus tussentijds aan haar overgedaan. Ze was getrouwd met Pieter Hessels Wiersma en zij woonden en werkten op de aanpalende boerderij Slachtedyk 4. December 1836 werd het dijkhuis geveild en kocht Oege Watzes van der Weide, boer te Tirns, het met de tuin. Hij had het 25 jaar in eigendom.
Pieter Hessels Wiersma koopt december 1861 het pand en de tuin op een veiling uit de eigendommen van Van der Weide. Zo kwam de dijkwoning opnieuw in de familie Wiersma-van Dijk. In hoeverre Durkje dat nog bewust heeft meegemaakt, is niet bekend. Uit haar overlijdensakte blijkt dat ze 29 december 1864 in Franeker is overleden en dat dit werd aangegeven door de binnenvader. Dat is: de directeur van het gesticht.

Dit is de kadastrale eigendomsadministratie van Pieter Hessels Wiersma, over de periode 1861 – 1873. En wel alleen van het Blau’panne Dykhûs. In 1871 vindt er amotie en stichting plaats. Met andere woorden het wordt afgebroken en weer opgebouwd. Dit staat in de bovenstaande afbeelding in de kolom ‘beknopte omschrijving’ te lezen.

Herbouw. Vermoedelijk waren daar plannen voor vanaf 1867, omdat in 1873 de vijfjaarlijkse vrijdom van belasting werd opgeheven. Omdat het kadaster altijd een jaar achteraf administreert, vond de gemelde actie altijd een jaar eerder plaats dan gemeld. Die vrijdom werd toegepast als het huis niet bewoond kon worden. In januari 1869 werd de herbouw door Pieter Hessels aan Burgemeester en Wethouders van Baarderadeel aangevraagd. Het college geeft welwillend toestemming, “… onder voorwaarde, dat de vensters aan de weg niet worden gesloten met naar buiten openslaande luiken…” Deze hele operatie zal dus op zijn laatst in 1872 zijn afgerond, omdat de vrijdom van belasting dat jaar werd opgeheven. Was het huis vóór die tijd belast met 36 gulden, na 1872 werd de belasting ƒ 18,- op het huis en ƒ 18,- op de tuin.

In 1887 schrijft Pieter Hessels het Blau’panne dykhûs voor de helft over op naam van zijn drie zonen Harmen, Hessel en Gerrit elk voor 1/6. Bij deze scheiding bleek de belasting ƒ 40,- op het huis te zijn en net zoveel op de tuin. Omstreeks 1889 wordt het huis beschreven op naam van zoon Hessel Pieters Wiersma. Het blijft dan tot zijn overlijden in 1906 op zijn naam staan en na zijn overlijden op naam van zijn vrouw Riemke Pieters en dochter Sybetje Hessels.

Na het overlijden van Riemke Pieters op 25 februari1925 verkocht de familie Wiersma in april 1925 de arbeiderswoning en de percelen weiland aan overkant van de Slachte aan de NV de Landbouwonderneming “Stania” te Leeuwarden. Deze landbouwonderneming bezat het Dykhûs van 1925 tot in 1937.

De Landbouwonderneming “Stania” was een agrarische onderneming waar Johan Edzart Van Welderen baron Rengers uit IJsbrechtum de scepter zwaaide. Deze Naamloze Vennootschap bestond vanaf 1911.  “Stania” werd ‘pas’ per 1 juni 1921 als N.V. in de kamer van Koophandel ingeschreven en per 9 februari 1937 weer uitgeschreven. De Van Welderens woonden indertijd op Stania State te Oentsjerk. Dat verklaart ook de naam. Het had niet alleen land in eigendom, maar heeft ook terpafgravingen gepleegd. De onderneming had vanaf 1912 in de kadastrale gemeente Baard bezittingen in Winsum en Bozum.  Onder Bozum waren dat de boerderijen op Makkum 2 en 4, van de familie Bakker en de familie Stenekes, nu Feike Bakker, met de bijbehorende weilanden. In 1925 groeide dit bezit uit tot ongeveer 141,5 ha. Dit kwam doordat het Blau’pann’dykhûs met het weiland aan de overkant van de Slachte, in 1925 overging naar de Landbouwonderneming “Stania”. Daarmee kwam het gebruik het Plau’panne Dykhûs onder de paraplu van de Boerderij op Makkum 2.

Uit het kadaster blijkt en passant ook, dat de boerderij van Egbert De Boer, Hegedyk 2, bij de indyk, in 1926 is herbouwd. Deze staat nu al jaren leeg. Omdat het een monument is en niet afgebroken mag worden.

Bij de opheffing van de Landbouwonderneming in 1937 zullen de overblijvende landerijen verdeeld zijn onder de aandeelhouders. Het Dijkhuis kwam in handen van Clara Carolina Anna Augusta van Welderen Barones Rengers. Zij was een zus van de eerder genoemde Johan Edzart. Zij was ook een van de grote aandeelhouders in de Landbouwonderneming “Stania”. Ze stierf ongehuwd op 1 maart 1962. Het Dijkhuis ging toen als legaat over naar Clara Daniële van Welderen barones Rengers, dochter van Johan Edzart van Welderen baron Rengers, geboren op 23 oktober 1908 te Leeuwarden.

Twee jaar later, in 1964, verkocht zij het Dijkhuis samen met de boerderij Makkum 2 aan Wijnand Pon. Het Dykhûs werd een onderdeel van zijn bezittingen hier in Boazum. Het dijkhuis werd toen bewoond door Ate Bulthuis, die bij de familie Bakker werkte.

Onder het kopje beroep in het kadaster staat bij Wijnand Pon: “Automobielhandelaar”. Dat is wel duidelijk: iedere jongen die zich enige tijd bezig houdt met auto’s, weet je binnen de kortst mogelijke tijd te vertellen dat de Firma Pon uit Amersfoort de Volkswagens en Porsches al van vlak na de tweede wereldoorlog in Nederland importeert.

Op de foto de Familie Osinga, die toen in het linker huis woonde
De buurlui Johannes Bosma (l) en Teie Ozinga (r) samen aan het werk ten westen van het Blau’panne Dykhûs

 

Het dijkhuis is hier nog in tweeën beschreven. Baard E 702 en 703. Resp. 472 m2 en 288 m2.  Samen 760 m2 .

Everhard Hendricus van Kan. (1967 – 1969) kocht het huis van Wijnand Pon.

Hij was Journalist die in die tijd in Aartswoud, West Friesland woonde en daarvoor in Nairobi, Kenya werkte. Hij kocht het als tweede woning. Hij woonde er in de weekenden. In de kruidenierszaak van Jan en Heske van Asperen kocht hij dan zijn boodschappen en trakteerde de kinderen in de winkel op marsjes en reepjes.

Vader en zoon Kees Verwey. (1969 – 1996)

Kees op zijn versierde stoel, tijdens zijn vijftigste verjaardag in de bovenzaal van De Boazumer Mjitte, 30 september 1988. Een zeldzaam voorkomend verschijnsel: Kees in pak!

Vader Kees was vanaf 1969 de trotse bezitter van het dijkhuis. Daarna zijn zoon met dezelfde voornaam. De laatste was woonachtig in Amsterdam en als fotograaf werkte hij onder meer bij Foto Boumann in Beverwijk. Toen Kees Jr. het  huis in gebruik nam maakte Friesland kennis met de kerstkaartcollages van deze fotograaf. Die waren weliswaar vaak ondeugend getint, maar in principe onschuldig van aard. Bij veel mensen kwamen ze echter zeer controversieel over. Je kon er, zoals zo vaak in dergelijke gevallen, alleen maar positief of negatief op reageren. Als het zo uitkwam, leverde Kees ook wel kritiek op het werk van de gemeente. Zo heeft hij eens een kerstkaart gemaakt met een foto van de uitgegraven Slachtedyk voor zijn huis. De oude asfaltlaag was toen geheel uitgegraven, om er een nieuwe betonweg in te leggen. Daarmee werden ook de schuinliggende bochten eruit gehaald. Die hadden een beetje een ‘steile wand’ effect op de automobilisten en fietsers. Zijn huis was door die werkzaamheden tijden lang niet met de auto bereikbaar. Het Dijkhuis in het rustige Friese land, was voor Kees een geliefde uitwijkplek ver van de drukte in Amsterdam. Een zegen en een zorg. Hier kon hij zichzelf zijn. Er werden nog al eens feesten door hem georganiseerd, waar veel vrienden op af kwamen. Het slotfeest heeft hij gehouden op Epema State in Ysbrechtum. Door hem toen spottend zijn Derde Woning genoemd.

Tijdens zijn afwezigheid werd regelmatig gedacht dat er waardevolle zaken waren te halen. In de regel  kwamen ze bedrogen uit. Er werden wel eens cassettes met muziek meegenomen. Dit gaf onze fotograaf regelmatig grote ergernis. Heeft Kees wel eens verteld.

Kees Verweij voor zijn huis aan de Slachte in het wagentje van Jorrit van der Wal. Duidelijk is te zien dat het huis hier nog tegen de weg aan stond. Foto Griet van der Wal.

Uitbreiding van de oppervlakte.

In die tijd bestond het dijkhuis nog uit twee kadastrale nummers. Na de samenvoeging tot Baard E 1759 werd het 1150  m2 groot. Dat is  400 m2 meer dan voor de samenvoeging van de twee oorspronkelijke kadastrale nummers. Dat kwam omdat binnen het kader van de ruilverkaveling de sloten rond het Blau’pann’dykhûs werden uitgebaggerd, dichtgegooid en opnieuw, ruimer rond het huis gegraven. Dat had tot doel om de ondergrond van het huis minder te laten lijden van de diepontwatering. Het is bekend dat de structuur van de grond door de verlaging van de waterstand inklinkt. Als de fundamenten van een huis dit niet kunnen opvangen, gaat het huis verzakken. Dit is hier ook het geval geweest. Door de sloot verder van het huis af te leggen, bracht men dit proces tot staan.

Bronnen:

Klaaikluten, Nijsbrief fan de stifting ArgHis Jaargang 5 2001, nr. 2
Kadaster van de gemeente Baarderadeel
Notarieel Archief op Tresoar.
Bevolkingsboekhouding gemeente Baarderadeel
mededelingen van: De familie Ganzevoor, wijlen Kees Verweij jr. , Jac. Lanting, Klaas Bakker