Tsjerkebuorren 18 en 16

Tsjerkebuorren 18 en 16

Inleiding.
Rond de kerk ligt van oudsher een officieel pad dat destijds ook echt als weg werd gebruikt. Dat moest wel, omdat achter de kerk ook nog een woning lag. Op het Kadastrale kaartje zie je daar ook een huis ingetekend, met 70. Dat moet zijn: 370.  Zo kon je om de kerk lopend weer terugkomen op wat nu Tsjerkebuorren heet. E372 was de tuin die bij de school ernaast hoorde. Terug het dorp in lopend, kwam je langs het huis van de schilder Klaas Lazes Hooghma. (E374) Hij was ook eigenaar van het huis dat er ruggelings tegenaan stond: E375. Rechtsaf kwam je bij een serie kleine huisjes, die in de loop van de jaren niet zelden in één hand waren. In dit eerste verhaal over de huizen van de Tsjerkebuorren behandelen we de de nummers 18 en 16.
Het streekje langs het water, wordt hier zijdelings behandeld, omdat we daar nog op terugkomen binnen het kader van de sanering in de jaren zestig van de vorige eeuw. We ontkomen er echter niet aan om die huisjes hier even te noemen, omdat in de 19e eeuw de eigenaren van Tsjerkebuorren 18 (het huis dat in 1900 nummer 56 heeft) vaak ook de huisjes langs het water in eigendom hadden.

Een deel van de kadastrale kaart van 1832, met vooral Tsjerkebuorren en omstreken
en de huisnummeringskaart van omstreeks 1900, waar de oude situatie rond de kerk nog in optima forma is af te lezen. De stippellijnen geven de wegen aan. Naarmate ze dunner zijn, zijn het nog paden. De beschrijving van de huizen houdt zich vooral aan dit kaartje. Nr. 47, achter de kerk, was van 1880 – 1907 de slagerij van Van Dijk, voordat die verhuisde naar de Waltawei. In de huizen 42 – 46 was tot 1873 de school gevestigd en woonde de (hoofd-) onderwijzer. Na 1871 werden er diaconiewoninkjes in gevestigd. Het gestreepte perceel bij 48 en 49 was de Consistorie, dus geen woning. Net zoals de gestreepte hokjes op dit streekje, die nu nog steeds schuur zijn. Maar laten we de huizen wat nader bekijken

Tsjerkebuorren 18

Als we nu vanaf het Altaplein de Tsjerkebuorren inlopen, zien we eerst Huize Voulon.
Voordat dit huis er uit kwam te zien zoals we het nu zien, is er nogal wat mee gebeurd. Daardoor is het eigenlijk een samengesteld huis. Bovendien hebben in de loop van de tijd ook verschillende middenstanders in gewoond: schoenmakers en slagers. De laatste slager was Jan Hiemstra.

In 1832 was de plek waar Tsjerkebuorren 16 en 18 staan, (op het eerste kaartje Baard E377) nog een boomgaard. Die was in eigendom bij Jurjen Jacobs Namminga, schoenmaker te Bozum. Geboren rond 1787. Hij was in 1815 getrouwd met Rigtje Peters Hij had langs het water ook de huisjes E 377a (op het kaartje van 1900: 54) en 377b (ook een huisje en erf met nr 52 op het kaartje van 1900 nr. 51) in zijn bezit. Hij zal waarschijnlijk in 377a gewoond hebben. Omdat 377b als een kamer te boek staat. Mogelijk was dat zijn schoenmakerswerkplaats.

In 1847, zegt het kadaster, heeft Namminga op E 377 een huis gesticht. Dit is het huidige nummer 18.

Op dit kaartje uit 1847 is dat E 588 geworden. ‘Gewoon’, een vierkante woning. E 587 staat dan nog te boek als moestuin.  Daar komt Tsjerkebuorren 16 te staan.

In 1848 neemt zijn zoon Pieter Jurjens dit huis en grond over. Hij heeft van zijn vader nog meer overgenomen. Namelijk huis nr. 52, de kamer 51 (die had zijn vader van Oene Rintjes Syperda gekocht), huis nr. 54, en de tuin achter huisnummer 55 (welk huis hij niet in eigendom krijgt!). Pieter Jurjens was in 1844 getrouwd met Yttje Lykeles van Dijk. Zij was een zus van de grootvader van slager Willem Reinders van Dijk: Willem Lykeles van Dijk, die later aan de andere kant van de kerk woonde als slager. Namminga doet het huis nr. 56 in 1851 over aan zijn broer Jacob Jurjens.

Er wordt in 1883 een stukje woning door de Diaconie aan vast gebouwd (E 1067). Te zien op de onderstaande kadastrale veldwerkkaart uit 1883.

Uitsnede uit het veldwerk nr 10 uit 1883. E1066 is nu Tsjerkebuorren 18, rechts  boven het bruine plakband spoor. Daarin staat in potlood de eigenaar geschreven: J.J. Namminga. het huisje met nummer E1067 is door de Diaconie er tegenaan gebouwd. De huizen met nummers E 1072 – 1073 staan aan de voormalige Goudtsjeblomsteech. E 1063 is een nog bestaand punt: de schuur die Lautenbach rond 1960 verwerft en nu van Alie van der Zee en Herre Atsma is. In hun huis (E 1065, dat staat in de tuin) woont in 1883 de weduwe F. Postma

Jacob Jurjen Namminga draagt het huis in 1894 over aan zijn zoon Lykele Jacobs Namminga. Die is koopman en winkelier, getrouwd met Jantje Siedses Sietsma. Hij verkoopt het in 1910 aan de Hijlke Martens Hijlkema. Echter hij koopt het met zijn drieën: samen met slager Reinder Willems van Dijk en kuiper Eise Jans Eisma. Eisma woont vlak bij: in huisnummer 55, aan het water.
Elk van de drie heeft een deel van het complex in gebruik: Hijlkema het huis, Van Dijk heeft achter aan het huis een werkplek (op het kaartje hieronder: nr. E1329) en Eisma gebruikt de schuur (E1327) als werkplaats.  Op de onderstaande hulptekening vind je dit terug.

Hulpkaart B 109 van februari 1911 met de situatie van het toenmalige Tsj.b. 18. E1328 is het huis van Hijlkema, E1329 is de werkplaats die Reinder Willem van Dijk in eigendom krijgt. E1327 is de schuur van Eisma. Nadat het door Lautenbach als geitenstal werd gebruikt, werd het de schuur van Alie van der Zee. Het stukje met het kruis erin heeft nummer E 1067 en is de diaconiewoning die (nog zelfstandig) tegen het huis van Hijlkema aan staat.

Hijlkema verkoopt het huis in 1915 aan slager Louw de Jong. Twee jaar later koopt De Jong de werkplaats van Van Dijk over. En nog een jaar later koopt hij ook de aanleunwoning van de Diaconie erbij. Nu is het huis zoals wij het kennen in één hand gekomen. Gezien het feit dat er in de Bevolkingsboekhouding en op de gezinskaart nogal eens niet verwante mensen staan geadministreerd, zouden die wel eens in het tweede huisje kunnen hebben gewoond.
De Jong heeft zijn winkel aan de voorkant rechts naast de voordeur gehad. Het raam is er nog. De werkplaats achter, zal toen bij de woning getrokken zijn.
De schuur met E 1327 wordt in 1911 daadwerkelijk eigendom van Eise Jans Eisma, kuiper. De rode streep op het kaartje ten oosten van de schuur, betekent dat in 1911 daar de scheiding is gelegd tussen de schuur en het huis en tuin van Hijlkema.

Dit zijn de pake en beppe van Ulbe Wijnia voor de slagerij in de woning die nu van Ben Voulon is. Trijntsje is de mem van Ulbe. foto is van plusminus 1913. Zoon Hans is van 1903 en er van uitgaande dat die op deze foto ongeveer 10 jaar is. Wie kan ons helpen aan een scherpere foto van deze slagerij ? Want na Lou de Jong hebben  nog een aantal slagers hier gewoont. O. a Joris Wijnia, Job Dijkstra en Jan Hiemstra.

Op 20 april 1938 overlijdt De Jong in Leeuwarden en in 1962 verkoopt zijn weduwe Trijntje van der Graaf, het huis aan Harke de Vries en Sofia Iedema. De familie Alle en Eef van der Wal hebben hier nog na hen gewoond. In 1971 komt er opnieuw een andere eigenaar: Alida Wiegel. Zij woont er samen met Uijttenbogaard.  In 1975 krijgen ze de kans om met wat grond van de afgebroken woningen van de Goudtsjeblomsteech hun tuin wat uit te breiden. Zij trekken in 1976 eindelijk het zijhuisje bij de woning en verkopen het geheel dat jaar daarop aan Ben Voulon. Hoewel hij er nu niet meer woont, heeft hij het nog altijd in eigendom en komt onregelmatig even langs.
En tenslotte hebben Anton en Connie Damwijk er nog 3 jaar gewoond als huurder van Ben Voulon. Van 2001-2004.

Huis B. Voulon voorheen slagerij, aan de rechter kant was de winkel.

 

Auto voor de slagerij, Job Dijkstra.  Kleinzoon Frans van de familie Bokke Reitsma en de opa uit Bennekom.

 

 

Jan Posthuma zijn vrouw Anne staat hier rechts bij het hek .In het midden vr. Sytema. De vrouw in het witte vest met de twee kinderen was een tante van Klaas Posthumus.

 

foto van het Tsjerkhofsein 1956. Links woning toen familie B.Reitsma en de kosterswoning van de familie R.Reitsma.

Tsjerkebuorren 16

 

Nogmaals de Uitsnede van kaartje 1832. De kerk op E 371 geldt als vast punt. De situatie zag er in die tijd heel anders uit. Er zou nog bij gebouwd worden en in de Jaren zestig van de vorige eeuw ook heel veel afgebroken worden.
En nog een keer de situatie rond de Kerk 60 à 70 jaar later, ongeveer in 1900.

In 1860/1861 wordt het huis nr. 50 gebouwd, nu Tsjerkebuorren 16. Dat gebeurde dus in de tuin van huis nr. 56. De onderstaande uitsnede van hulpkaart 23 is van 12 augustus 1861. Het Kadaster heeft toen de situatie van het nieuwgebouwde huis vastgelegd.

Hier een uitsnede uit de hulpkaart 23 van het kadaster. Het huis Tsjerkebuorren 16 is gebouwd. Het oude nr. 587 is gesplitst in de woning met 646 en de steeg naast en de tuin achter het huis met 645. Waar het nummer 646 staat, ligt Tsjerkebuorren.

Dames als eigenaresse

Het huis heeft een oppervlakte van 100 m2. Pieter Namminga verkoopt het een paar jaar later, in 1863, aan Geertje Nannes de Boer, de weduwe van Taeke Douwes Miedema. Miedema stond hier voor de klas van 1848 – 1861. Taeke en Geertje waren in 1854 getrouwd.  Miedema was een zoon van meester Miedema van Deersum. Geboren in 1828, kwam hij hier als 20-jarige voor de klas. Na twee jaar werd hij benoemd als hoofd van de school. Vandaar dat hij ook in Breuker’s ‘Skoalmasters fan Boazum’ staat beschreven. Hij overleed op 33-jarige leeftijd in oktober 1861. Via een erfenis in haar familie, kon Geertje de Boer dit huis kopen.
De weduwe Geertje Miedema-De Boer blijft tot 1872 hier wonen. Dan wordt het huis eind januari voor fl. 1.400,- gekocht door Ritske Haijes Statema. Als hij in juni 1872 op 64-jarigen leeftijd, sterft wordt zijn vrouw de volgende dame die hier alleen woont: Aaltje Pieters van der Wal. Zij verkoopt het huis eind 1877 aan Dieuwke Pieters van der Meulen. Zij is dan voor fl.2.000,- eigenaresse van het huis en de tuin geworden. Ze is de weduwe van Folkert Jans Postma. In 1883 komt de steeg en de tuin met het nummer E645 bij haar huis, zodat ze nu ook een eigen tuin en toegang achterom heeft. Als ze op 14 maart 1899 overleden is, verkopen de kinderen het huis aan Abel de Boer, boer te Schillaard voor fl. 824,-
In 1912 verkoopt Tjitske Jentjes Algera, de weduwe van De Boer (alweer een vrouw alleen) het voor fl. 844,- aan Jentje de Vries en Pieter G. Terpstra.

 

Middenstanders

Binnen een jaar wordt Terpstra de enige eigenaar en doet het huis in 1916 in de verkoop. Timmerman Sijbren Wijgers Wijnia blijft eraan hangen en verkoopt het binnen een jaar door aan Jan Coelingh. Hij is koperslager van beroep en bouwt in april 1918 een werkplaats achter het huis vast. In 1922 vertrekt hij naar Enschede en doet huis en zaak over aan Jan Gerbens Kempenaar, smid en rijwielhandelaar in Twijzel. In 1923 heeft hij zich hier gevestigd maar een jaar later is hij alweer vertrokken. Hij kocht het huis in november 1922 voor f 2.250,- en verkocht het in mei 1924 voor f 3.500,- , met een volledige smederij inventaris: waaronder een aambeeld, een blaasbalg en een werkbank. Bij elkaar voor een waarde van f 50,-  Het kippenhok was bij de koop in. Het huis is dan van Evert Pijlman, een boer in Luinjeberd. Wie er ondertussen in het huis komt te wonen…

Een bijzondere Koopvoorwaarde!

Pijlman doet het huis in april 1931 over aan Dirk Verloop die als arbeider te boek staat. Als die het huis eind 1936 aan Harmen Kuipers verkoopt, is in die akte de voorwaarde opgenomen dat:
“…In of op voormeld perceel mag geen smederij, rijwielhandel en reparatie, electro technisch bureau of iets dergelijks worden uitgeoefend. De kooper moet bij verkoop van dit perceel deze conditie ook in de akte van overdracht opnemen. Bij overtreding van het bovenstaande is de contractant Kuipers verplicht dadelijk als boete te betalen aan Pieter Johannes Holster Pieterzoon te Bozum of diens rechtverkrijgende de som van tweeduizend gulden. Deze bepaling moet dan ook in de koopakte worden vastgelegd.”
Verder volgen de normale voorwaarden. De koop wordt gesloten per 1 mei aanstaande, dat is dus in 1937. De prijs is dan weer fl. 1.100,- geworden.

Kuipers vindt het na twee jaar genoeg en verkoopt zijn pand bij onderhandse akte per 1 mei 1939 aan Johannes Roeda, schilder te Bozum, voor fl. 1.250,- . Inclusief de verplichte clausule.
Per 26 mei 1950 wordt het huis voor fl. 3.100,- verkocht aan Bokke Reitsma, controleur Algemeen Provinciaal Fries Ziekenfonds. Ook hij mag er géén smederij, fietsenzaak of electro technisch bedrijf in vestigen.
Per 26 april 1984 schenkt Reitsma het huis aan zijn dochter Akke. Zij verkoopt het in 1987, als het echtpaar Reitsma-Siderius enkele maanden na elkaar is overleden,  aan Alie van de Zee en Gerjan Holkema. Zij verbouwen de werkplaats bij het woonhuis tot een woonkeuken, leggen dan ook meteen een extra kamer erboven aan.
Toen Harmen Lautenbach achter in de zomer van 1987 kwam te overlijden, konden ze dat jaar achter hun huis ook zijn bleek en stal kopen, zodat ze zich een mooie tuin hebben kunnen realiseren. De stal is nu ook opgeknapt en tot schuur ‘gepromoveerd’.

Hier woonden Jansen (smid), Johannes Roeda (schilder), Bokke Reitsma  en nu Alie v/d Zee en Herre Atsma. Bokke Reitsma had links van de voordeur zijn kantoortje. Van de (lager gelegen) werkplaats is de vloer nu gelijk getrokken met het huis en zo is de woning vergroot tot een eigentijdse ruime woning.