
Het Streekje aan het water achter Tsjerkebuorren 16 en 18.
Ook hier komen in feite ongewild de eerste sporen van de sanering tevoorschijn: de verdwijning van de huisjes langs de Bozumervaart, welke wel ‘De Klinten’ (hutten van houten planken) werden genoemd. Aan de foto’s te zien, zou je het Nederlandse ‘achterbuurtje’ ervoor kunnen gebruiken.

Een detail van de eerste kadastrale kaart van Bozum uit 1832, met de omgeving van de kerk, Tsjerkebuorren en waar nu het Altaplein ligt. Het gaat om de perceeltjes met de kadastrale nummers 376, 377, 377a en 377b. Ze liggen links van de kerk met 371. Het Kadastrale nummer 377 was 200 jaar geleden een boomgaard. Daar kwamen in de loop van de 19e eeuw de woningen Tsjerkebuorren 16 en 18 te staan.
Ongeveer in 1845-1846 wordt ter plaatse van 377 b, op het hoekje bij de vaart, nog een huisje gebouwd .

De Eigenaars van de huisjes.
We beginnen in 1832, als het eigendom in het kadaster is terug te vinden. Schoenmaker Jurjen Jacobs Namminga blijkt dan eigenaar te zijn. Zijn zoon Pieter Jurjens Namminga wordt de nieuwe eigenaar rond 1848. Hij blijft in het bezit van de woninkjes aan het water tot in 1877.

Pieter Jans Namminga is van 1877 tot in 1907 eigenaar van dit streekje
De nieuwe eigenaar wordt dat jaar: Gerben Poortinga te Winsum tot in 1911. Uit de notariële beschrijving blijkt dat de cluster van huisjes als één woning wordt gezien. Er staat in de akte:

Er staat:
“…Eene huizinge, bevattende vier woninngen
met erf, bleek en pad in de Kerkeburen
te Bozum, Kadastraal bekend gemeente
Baard Sectie E nommers 1057, 1058, 1059,
1060, 1062 en 1064 samen groot drie are
drie en veertig centiare…”
(Het pad naar Tsjerkebuorren hoorde dus echt bij deze huisjes!).

Vervolgens wordt Eelke Visser uit Baijum van 1911-1922 de eigenaar, opnieuw géén Bozumer. De huisjes worden dan weer van een Bozumer: Jan Elsinga en erfgenamen. Hij bezit het van 1921 tot in 1943. Hij heeft vanaf 1905 ook op dit streekje gewoond.

Elsinga verkoopt de huisjes aan Tjerk Sierd van der Veen. Eelke Faber melk controleur, steekt er in 1953 geld in tot 1957. Sjoerd Dijkstra werd toen eigenaar van dit streekje, voordat de gemeente het verkreeg.

De tekening op de hulpkaart 206 van Februari 1967 geeft de oorspronkelijke situatie aan van meer dan een eeuw helder weer. De blauwe kadastrale nummers E1057-1061 staan voor de afgebroken huisjes. Het ging op deze tekening om de afbraak en verkoop van E 1061 aan Harmen Lautenbach. (In rood, dus er heeft een verandering plaatsgevonden). De in blauw geschreven nummers geven aan dat er voor deze oude nummers één nieuw nummer is gekomen: 1597). Deze hulpkaart werd gemaakt omdat toen kadastraal officieel werd geregistreerd dat deze huizen waren afgebroken.
In de loop van de jaren’60 werden de verkrotte huisjes afgebroken. De fundamenten bleven liggen.

Voor Sjoerd Dijkstra was het een mooi achtererf. Hij verkoopt zijn woning met het pakhuis en erf in 1969 uiteindelijk aan de Gemeente Baarderadeel. Dan worden zijn huis en schuur als een haas gesaneerd: Dat betekende in die tijd: afgebroken. Zo kon Timmerman Hendrik Grijpstra daar een blokje van twee woningen onder een kap zetten: Altaplein 6 en 8. Ane Lanting is in deze huizen als schildersknecht begonnen. Vertelde hij eens.
Het kadastrale hulpkaartje E 229 uit september 1970 met de situatie bij Altaplein 6-8:

De huisjes aan het water (ter plaatse van het kadastrale nummer 1816-1817) waren toen totaal uit het kadaster verdwenen. De tuinen voor 6 en 8 werden rond 1980 definitief ingetekend. Daarmee waren de huisjes aan het water echt geschiedenis geworden.

Volgende keer gaat de Gemeente daadwerkelijk de eerste woningen aankopen, die gepland waren om te saneren.
Bronnen:
Archief gemeente Baarderadeel 1918-1983.
Het Kadaster,
Foto archief van Frans Tolsma,
Persoonsgegevens Teatske Lanting.