De Sanering van Bozum, hoofdstuk 9a de Boerderij van Cuperus en Bozum 116


Hoofdstuk 9a Terug naar It Amelân, richting de Waltawei

Bozum 117 De Boerderij van Cuperus
Rond september 1963 was al door de gemeente besloten om deze boerderij/voormalige werkplaats, onbewoonbaar te verklaren en was de vergunning om af te breken al verleend.

De boerderij aan het water, voorheen de steenhouwerij van Cuperus en later klompenfabriekje van Johannes Bijlsma

In maart 1966 komt er bij de gemeente een brief van Jacobus -Kobus- Bijlsma binnen dat hij bereid is om het genoemd perceel aan de gemeente te verkopen. Hij had het voor fl.1.500,- gekocht maar wilde het voor fl. 850,- wel kwijt, mits de afbraak voor hem was. De directeur gemeentewerken vond de prijs iets te hoog en bood fl. 700,-. Bijlsma reageerde niet meteen op dit aanbod, zodat er in juni door de gemeente op werd teruggekomen. Echter pas in juni 1970 kwam er een verkoopverklaring van Bijlsma, waarin werd verklaard dat hij bereid was om het perceel 117 te verkopen voor fl. 1.700,- en zo geschiedde. De tijd had zijn werk gedaan, zullen we maar zeggen. Toen was het gauw voorbij: De raad besloot het 2 juli aan te kopen en het gebouw werd toen bijna direct afgebroken.

De voormalige steenhouwerij van opzij gezien. Op het dak staan met dakpannen de initialen van Folkert Petrus Kuperus gedekt.

Johannes Bijlsma was er na mei 1936 komen wonen en was hier met zijn klompenfabricage begonnen, omdat dat goedkoop schoeisel bleek te zijn. Later verplaatste hij zijn werkplaats naar een van de hokken van Rein. Die hokken zijn ondertussen ook al weer afgebroken. Nadat hij in mei 1953 naar Franeker was vertrokken om daar zijn klompen industrie verder uit te breiden, waren broer Kobus en zijn vrouw Anneke er een paar maanden later komen wonen. Toen Kobus in de voormalige boerderij, steenhouwerij en klompenfabriekje woonde, had hij waarschijnlijk ook het grondgebied van het naastliggende gedempte haventje gepacht. Dat zou later nog een probleem op leveren, toen de nieuwe woningen De Havens 14 en 12 daar werden gebouwd. Medio november 1965 verhuisden Kobus en Anneke naar nummer 117, ook een huisje op It Amelân dat ten dode was opgeschreven. Daarom verkaste het echtpaar twee jaar later naar de nieuwgebouwde woning Waltawei 3. Daar woonden ze nog tot november 1989. In de zomer verkochten ze daar regelmatig ijsjes aan de jeugd. Net zoals ze dat ook jaarlijks deden tijdens de Merkefeesten op het sportveld. Uiteindelijk verhuisden ze nog naar De Havens 17. Op het streekje met de vijf huurwoninkjes, waar het leek alsof de ouden van dagen van Boazum daar hun laatste dagen hoorden te slijten.

De Boerderij waar de familie Cuperus in de 19e eeuw begon met het maken van grafstenen. Later verhuisden ze naar Waltawei 12 waar hij achter zijn huis opnieuw begon met grafstenen. Johannes Bijlsma kocht deze boerderij in de jaren ‘30 en zette er zijn klompen fabriekje op. Hij verplaatste het in de oorlog van 1940-1945 naar een van ‘De hokken van Rein’ bij de brug, aan de Bozumervaart. Links zie je nog net het huis nr 116 van Evert Meijer.

Bozum 116 Het huis dat tegen de boerderij van Cuperus aan stond.

Hier woonden Evert Meijer (04-10-1888 te Tjallebert) en Geertje Stobbe Ze waren getrouwd op 13 juni 1914 in Aengwirden. Eind februari 1970 meldde hij aan de gemeente dat iemand hem verteld had dat hij naar een van de nieuwe bejaardenwoningen moest verhuizen, terwijl ‘…niemand van de gemeente er met een woord tegen ons over heeft gerept…’. In die brief meldde hij dat hij het huis dan toch maar moest verkopen. Maar dat ze niet met hun oude meubilair in het nieuwe huis konden trekken: ”…We zijn al 55 jaar getrouwd en dan wordt het er niet beter op…”. Meldde hij. Het huis werd dan ook voor fl. 2.000,- aan de gemeente verkocht met fl. 2.000,- verhuiskosten.

De situatie van huis en tuin van Boazum 116, naast de ‘boerderij van Cuperus’ De kaalslag, rechts van de huisjes is al in de tekening verwerkt.

Volgende keer de andere huisjes bij De Kamp.