De Sanering van Bozum, hoofdstuk 7 de terneergang van de Goudtsjeblomsteech


Hoofdstuk 7 Ondertussen lag de aandacht ook bij het oude schoolplein

Tot nog toe was de aandacht voor de sanering in het dorp vooral gevestigd op het doel om It Amelân kaal te schrapen en De Havens door te trekken naar de Waltawei. Om de toekomstige namen van de straten maar te gebruiken. In de tweede helft van 1968 werd er ook gewerkt aan de sanering van de huizen aan de toenmalige Goudtsjeblomsteech. Dat is: langs het voormalige schoolplein, dat nu het Altaplein is.

Een mooi sfeerplaatje uit 1938 van de huizen aan het oude schoolplein. Het water was een uitloper van de Bozumer Vaart. Daar ligt nu ongeveer het trottoir. Het is niet de meest flatteuze foto van het geheel. Hij komt uit Fan Fryske Groun, vandaar het bijschrift
Nog eens de huizen die aan het oude schoolplein stonden, waar nu Altaplein 2 – 8 staan. Links de woningen 64,65 en 66. Rechts achter de bomen rechts, de nummers 68 en 69. Achter die twee woningen lagen de huisjes 70 – 72. 

De drie woningen 70,71 en 72 op de Goudtsjeblomsteech, nu Altaplein

In Augustus 1968 vond men Bram van der Leest, die zelf op De Havens 6 woonde, bereid om de drie woningen 70,71 en 72 aan de gemeente te verkopen. De prijs was f. 3.000,- met het beding dat hij het hout van de vloeren en van de bedsteden van de niet bewoonde woningen eruit mocht slopen. De gemeente ging in september 1968 akkoord.

Dit zijn de woningen (met de kadastrale nummers 1278, 1279 en 1280) die Van der Leest verkocht. De kerk ligt volgens dit tekeningetje als het ware in de Poel! Het zal als markeringspunt voor de Goudtsjeblomsteech wat dichterbij gehaald zijn dan het in werkelijkheid het geval is.

Aankoop van Bozum 66, 65 (met de schuur nr 64 en het erf er achter) in februari 1969 om daar nieuwe woningen te laten bouwen!

De laatste eigenaar, voordat de Gemeente dit streekje in 1968/1969 in eigendom verwierf, was Sjoerd Dijkstra. In wezen had hij het pakhuis met nr. 64 en de huizen nr. 65 en 66, al vanaf 1959 terwijl hij de huisjes erachter, aan het water, al in 1957/1958 had gekocht. De geschiedenis van dit laatste streekje werd al uitgebreid beschreven. Daar waren in de loop van de jaren ’60 de ‘klinten’ tot krotten verworden. In 1966-1967 zijn die huisjes afgebroken en ‘gladgestreken’ tot erf achter zijn huis.
In de loop van 1968 gaf Dijkstra aan de gemeente te kennen, dat hij zijn percelen wel wilde overdoen. De gemeente hapte toe en in de raadsvergadering van februari 1969 viel het besluit dat de gemeente voor f 7.000,- de opslag, huizen en erf over wilde nemen. Uit de luchtfoto van mei/juni 1969 kunnen we zien dat de nieuwbouw op die plek al een verdieping hoog was gevorderd. Er was sinds februari dus meteen vaart achter de bouw gezet.

Het gearceerde eigendom van Sjoerd Dijkstra, dat hij aan de gemeente verkocht. Zoals je ziet inclusief het pad naar Tsjerkebuorren!
Op deze uitsnede van een van de foto’s die Hendrik Kroes in mei 1969 heeft laten maken, zien we de vordering van de bouw van Altaplein 6 en 8. Ze zijn al gevorderd tot het plafond van de benedenverdieping. Er tegenover staat de oude Openbares Lagere School nog in volle glorie. Op het schoolplein staan al een paar auto’s geparkeerd. Rechts naar boven loopt het pad naar Huize Wieringa, nu de Famolie Martens. rechts in het midden is  ‘Keimpe’s hok nog te onderscheiden, daar staat sinds 1975 de nieuwgebouwde school. Zelfs de witte vlek van de volkswagenbus van Lautenbach -zijn kippenhok- is nog te vinden.

Timmerman Hendrik Grijpstra bouwde deze woningen. Hij was de nieuwe timmerman in het dorp. Nadat Pieter van den Berg, al sinds 1926 timmerman in het dorp, in oktober 1967 overleden was, kon Grijpstra, teruggekomen uit Canada, de zaak van timmerman Piet van den Berg overnemen. Hij was het behoud van de leefbaarheid van het dorp toegedaan. Daarom wilde hij wel graag huizen bouwen in het dorp. Daarmee kon hij zich ook van een inkomen voorzien. Het mes snijdt aan twee kanten. Zodoende kreeg hij de kans om op deze plek aan het toenmalige schoolplein een dubbel woonhuis te zetten. Het linker huis (nu Altaplein 8) kon hij ook daadwerkelijk vrij snel verkopen maar de andere woning  raakte hij niet kwijt. Om de woningwetpremie op het huis toch te verwerven, anders zou de bouw van het huis hem dik verlies opleveren, ging hij er in arren moede zelf in wonen. Dan kreeg hij toch die premie. Later is het wel goed gekomen, want hij kon het na krap anderhalf jaar alsnog verkopen.

Harmen Lautenbach, kocht in 1959 een lapje grond onder een van de afgebroken huizen aan het water, achter Tsjerkebuorren 16. (Het witte vlekje in het perceel 1597, in de bocht van de vaart, op het kadastrale tekeningetje hierboven). Hij woonde er vlakbij aan de Bozumer Vaart in de voormalige timmerzaak, op Bozum 79, nu Tsjerkebuorren 12. Dat lapje grond werd zijn Bleek. “Die moest je toch hebben om de was te kunnen drogen!” Was zijn argument naar verluidt. Het ging hem echter om de schuur (de andere witte vlek bij 1597). Daar kon hij dan mooi zijn konijnen en geiten houden. Met een hek breidde hij de het perceeltje gras vast aan de stal. Blijkbaar was destijds in overleg met Dijkstra, of met de gemeente, de grens van zijn bleek verlegd. Het hek was niet je dat, maar het werkte voor Lautenbach uitstekend. Het karkas van de oude Volkswagenbus was zijn kippenhok. De foto hieronder geeft die situatie weer, zoals het er in de herfst van 1977 uitzag. De bewoner van Altaplein 6 had – geheel in stijl- een paadje van de gevonden resten betonvloer van de voormalige huisjes, als paadje aangelegd.

Het hekvan Lautenbach om zijn ‘kippenhok’ heen. Dat is: de oude Volkswagnbus. De kippen hadden ook een met gaas overdekte loopren. Echter ze kwamen nooit buiten…

De grond aan deze kant van dit hekje was oorspronkelijk bedoeld om een fietsenstalling bij de nieuwe school voor de schoolkinderen uit Dearsum aan te leggen. Het Waterschap lag dwars omdat die niet nòg een bruggetje over de Bozumer vaart wilde hebben. Later is die tuin van Dijkstra verdeeld tussen de bewoners van de woningen Altaplein 6 en 8. Daarbij werd deze afscheiding met Lautenbach’s eigendom, dit hekje, als vaststaand genomen.

Nogmaals de Goudtsjeblomsteech aan het voormalige schoolplein rond 1935. De foto zal op maandag (of vrijdag) genomen zijn: overal hangt en ligt was te drogen, op het gras, aan de lijnen en over het hek. Dat maakt de foto opeens idyllisch! De foto is genomen met de rug naar voormalige lagere school. Links de huis en opslag van Sjoerd Dijkstra.

Bozum 68 (en 69)
In dezelfde raadsvergadering dat de huizen van Sjoerd Dijkstra werden aangekocht, werd via een toegevoegd raadsvoorstel ook de laatste woning op dit streekje overgenomen. Daarvoor was Rintje de Jong aangezocht om zijn huis Bozum 68 te verkopen. Daar hoorde de ruimte met nr. 69 bij. Dat kon wel, maar hij verkocht zijn huid duur: er werd een taxatierapport opgesteld van het te verkopen huis. Daarin werden allerlei factoren opgenoemd, zoals de diverse woonruimten en slaapkamers (3), een aanwezige boiler en wc met spoeling en een garage. Bovendien was de woning vrij goed onderhouden en had voldoende zon inval. Zo kwam de taxatiewaarde op f. 9.500,-. Echter omdat De Jong er meer voor betaald had, kreeg hij het verlies ook uitbetaald. Niet alleen de prijs voor zijn woning bedong hij, maar ook een vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten en hij wilde een vergoeding voor duurder wonen van f. 370,- per jaar, voor de komende 10 jaar. Bij elkaar werd dat: f.12.000,- + f. 2.000,- + f. 3700,- = f. 17.700,-. Daar ging de raad zonder morren mee akkoord.

 

De huisjes 68 en 69 die op het kaartje hierboven donker zijn ingekleurd, klaar voor de sloop.

Hoe de Tsjerkebuorren werd gered van afbraak.
Nadat in 1969 het hele streekje aan het toenmalige schoolplein was gesloopt, zou de sloper verder gaan met de toen leegstaande aanleunwoning bij (nu onderdeel van) Tsjerkebuorren 18. Het verhaal gaat dat dokter Volkers die sloop daadwerkelijk met lijf en leden heeft weten tegen te houden. Ze ging voor de hijskraan met sloopkogel staan en meldde dat zij dit huis had gekocht en dat het -dus- niet mocht worden gesloopt! Zo maakte ze genoeg indruk op de kraandrijver. Hij is niet meer verder gegaan. Misschien is daardoor de rest aan de Tsjerkebuorren ook behouden gebleven. Overigens staat haar ‘aankoop’ niet in het kadaster aangetekend… En: Als het niet waar is, is het toch een mooi verhaal!

Volgende keer hebben we het over de loods achter de Dokter Miedemastrjitte 8.