Ooievaars in Fryslân
Op ons verzoek schreef Haye Folkertsma iets voor de website Âld Boazum over ooievaars.
Voor dat het over de ooievaars gaat wordt mij veelal de vraag gesteld hoe ik bij “die ooievaars” terecht ben gekomen. Wel, ik had tot ik een jaar of 17/18 was in het wild nog nooit een ooievaar gezien want in mij geboortestreek Gaasterland kwamen ze niet voor. Toen ik echter 16 was, werd ik penningmeester van de Vogelwacht Stavoren en later werd ik ook lid van Vogelbescherming Nederland. In die tijd was die club drukdoende met het herstel van de ooievaarspopulatie en kon je als steun een ooievaar adopteren. Dat stelde ik voor aan onze vogelwacht en voor 100 gulden steunden wij de ooievaar. Zodoende ging ik een keer op bezoek naar Het Liesvelt in Groot Ammers en trof bij toeval ook de projectleider. Toen It Fryske Gea in 1978 overwoog om ook iets te doen voor de ooievaars belde de projectleider mij of ik daarbij wilde helpen en zodoende werd ik in 1980 voorzitter van It Eibertshiem.
Dan nu naar de ooievaars.
Ik ben geboren in 1957 en toen was de ooievaar in Fryslân al bijna verdwenen. Er waren toen nog 6 bezette nesten en in 1972 broedde het laatste paar in Fryslân. In 1980, bij de start van It Eibertshiem was de ooievaar dus al 8 jaar verdwenen en zelfs in heel Nederland waren nog geen 20 paartjes meer. Literatuurstudie leert dat er in Fryslân bar weinig gegevens zijn van voor 1930 maar na 1930 is er een uitgebreid overzicht. Dat leert ons dat er in die periode in 1936 de meeste broedparen in Fryslân zaten, namelijk 63. Ook geeft dat aan dat de omgeving rond Boazum en Boazum zelf niet favoriet was bij de ooievaars want hier werd nergens een broedgeval geregistreerd. Dichtbij zijnde nesten vond men in Akkrum, Grou, Bolsward, Toppenhuizen en Terhorne. De top van de ooievaars bevond zich in die jaren in Midden-Fryslân en dat is altijd zo gebleven.
Toch weet ik wel zeker dat er ooit in Fryslân veel meer ooievaars geweest zijn. En omdat dit schrijven voor Âld Boazum is moet ik toch echt even de geschiedenis in. Ik heb daarvoor de dagboeken bestudeerd van Doeke Wijgers Hellema welke woonde te Wanswerd en later in Wirdum. Deze dagboeken gaan over de jaren 1821 tot 1856 en bestaan uit 1000 A4-tjes, keurig uitgetikt. De ooievaar komt daar elk jaar in voor en Hellema beschrijft daar steeds het wel en wee van de vogels. Maar ook over de aankomsttijd, het vertrek en bijvoorbeeld ook wanneer de jongen kunnen vliegen en welk voedsel de ouders op het nest uitbraken. Opvallend daarbij is dat er in die jaren ruim voldoende voedsel voorhanden was want hij schrijft vaak dat er 4 jongen groot werden en soms zelf 5. Dit terwijl er nu in 2024 gemiddeld 1,7 jong per broedpaar groot wordt. De ooievaar vond toen vooral ook nog veel visch in de boeren slooten, schrijft Hellema in 1825. Zie bijgaande tekst.

Wij hebben het tegenwoordig over de zogenaamde muizenjaren en het heeft er dan de schijn van dat dit iets nieuws is maar niets is minder waar. Hellema schrijft over het muizenjaar in bijvoorbeeld 1832 maar in 1839 en 1847 schrijft hij er alweer over. Een plaatselijke boer zette zijn land onder water op 20 juli om het ongedierte te verzuipen en daar kwamen 400!! Ooievaars op af. Dat geeft dan ook zeker aan dat er toen in Fryslân aanmerkelijk meer broedparen waren dan de 63 uit 1936. Ook in het boek Nederlandsche Vogelen van Nozeman en Sepp (1770-1829) wordt geschreven dat de ooievaar zeer algemeen en talrijk was in ons land.
Kortom de geschiedenis leert ons dat de ooievaar kwam, verdween en nu weer terug is. Want anno 2025 zijn er 200 broedparen in Fryslân en in heel Nederland zijn er zo tussen de 1800 en 1900 broedparen. Toen ik begon als voorzitter van It Eibertshiem en later ook als voorzitter van het ooievaarsproject van Vogelbescherming vertelde ik altijd dat ik hoopte dat ik ooit in eigen land groepen ooievaars van bijvoorbeeld 50 of 80 stuks bij elkaar zou kunnen zien als ze verzamelen en op thermiek op trek gaan en dat heb ik nu, 45 jaar later al meerdere keren waargenomen. Ik kan dan ook zeggen dat onze missie om de ooievaars te behouden voor ons land volledig geslaagd is en ik hoop dat ik en u allen nog lang kunnen genieten van deze prachtige vogels. Dus daarom op naar buiten en bijvoorbeeld richting Earnewâld, Beetsterzwaag of Gau of ga naar www.ooievaars.nl en kijk zo naar de ooievaars en/of in hun nest.
>Haye Folkertsma februari 2025.
Bron: Hellema, Doeke Wijgers. Kroniek van een Friese Boer, Fryske Akademy nr 542 Franeker 1979-2