De geschiedenis van De Pôlle 12

De Pôlle 12 met bloeiende boomgaard en de Familie Wieringa voor het huis.

Korte inleiding
Dit verhaal gaat over de huizen, de bewoners en de eigenaren.
Door de bank genomen hebben op deze plek langdurig drie families gewoond: De Familie Bos, de Familie Wieringa en de familie Martens. De vier generaties Bos woonden er de hele 19e eeuw, van voor 1830 tot 1924 en de beide Families Wieringa van 1926 tot eind 1981. Sindsdien kan de familie Rolf en Lieke Martens met hun ruim 40 jaar als derde familie in de geschiedenis van dit huis worden opgetekend.
Het gebied van De Pôlle 12 en 12a is heel lang eigendom geweest van de Kerkvoogdij als deel van het achterliggende Pastoralialand. De dominee kreeg hier indertijd inkomen uit of kon het gebruiken. Oorspronkelijk was ‘12a’ als weiland een eenheid met het pastoraliaweiland dat erachter ligt. De huisjes die tot ±1910 in de huidige tuin van De Pôlle 12 stonden waren weer diaconiehuisjes voor de armen.

De familie BOS
Voor zover na te gaan worden Jan Johannes en Ynskjen Alberts voor het eerst gemeld, als ze trouwen in Bozum op 28 mei 1786. Of ze toen hier op De Pôlle woonden, wordt niet duidelijk. Van hun kinderen is de oudste, Johannes op 3 april 1787 in Bozum geboren. De andere twee, Antje en Albert, werden in 1788 en 1791 in Deersum ter wereld gebracht. Hun dochter Jeltje is volgens haar trouwacte geboren in 1795. Maar haar geboorte werd niet in de boeken gemeld.
In 1805 wordt Ynskjen Alberts ingeschreven bij de kerk van Bozum als vrouw van Jan Johannes Bosch:

‘Ynskjen Alberts huisvrouw Van Jan Johannes Bosch’ Let op de achternaam!

Mogelijk hebben ze zich dat jaar opnieuw in Bozum gevestigd. Maar de geschiedenis kan wel heel anders zijn geweest! Door deze aantekening in het kerkenboek, blijkt dat in 1813 niet voor het eerst sprake was van de achternaam Bos.

Ynskje Alberts de weduwe van Jan Johannes, bevestigt op 12 juni de achternaam Bos bij de Maire van de gemeente Bozum. Dat doet ze vooral voor haar kinderen: Johannnes, oud 25 jaar, Antje, 23 jaar, Albert 21 jaar en Jeltje, 18 jaar.

De Bebouwde kom van Boazu in 1832. Linksboven liggen de huizen en de boomgaard met de kadastrale nummers 309 – 310, waar nu De Pôlle 12 ligt. Hier woonde de Families Bos

In de tienjaarlijkse volkstellingen van 1830, 1840 en 1848 vinden we de volgende bewoners van de huizen op De Pôlle:
In 1830 woonden hier op huisnummer 52 twee gezinnen: de timmerman Johannes Jans Bos (41 jaar) met Tjitske Jans Schreefsma (ook 41 jaar) en drie kinderen, Jan Ynskjen en Bontje.
In het andere huis woonde in 1830 de 66-jarige weduwnaar Sipke Jurjens Oudendag.
In 1840 was bij de familie Bos de dochter Ynskje het huis uit. Uit de administratie van deze volkstelling blijkt dat de Familie Bos in het onderste huisje  met het kadastrale nummer E 309 woont.
Dat jaar woont in het tweede huis de arbeider Albert Geerts Smits (*1805 te Bozum) en Grietje Tjeerds Buma (*1809 te Sneek), met 4 kinderen.
In 1848 blijkt er een vernummering te hebben plaatsgevonden: In de administratie wordt in het als eerst gemelde huis nr. 50 de Familie Heerke de Jong gemeld. Vermoedelijk zal dit huis in de afgelopen 10 jaar zijn bijgebouwd.
In de tweede huisje woont nog steeds het gezin Bos, ook met huisnummer 50. Dat is: Tjitske Jans Schreefsma de weduwe van Johannes Bos, met haar zoons Jan Johannes en Bontje Johannes. Jan Johannes was tuinman. De weduwe Bos sterft op 21 november 1858.
In een derde huis woont nog steeds de familie Smits. Overigens ook met huisnummer 50.

Als in 1887 Jan Johannes Bos overlijdt wordt er een boedelinventaris opgemaakt. Hieruit blijkt dat Jan Johannes in 1872 met de weduwe Grietje Gerbens de Groot trouwde. Daarvoor was Grietje getrouwd geweest met Pieter Jans Deinum, die op 11 november 1870 overleed. Zij hadden een dochtertje: Pietertje. In 1873 kregen Jan en Grietje hun zoon Johannes Jans. (Hun tweede zoon Gerben Jans stierf in 1878 op twee jarige leeftijd).

Uit die Boedelinventaris blijkt ook dat de familie Bos het grote huis vanaf 1870 samen met ‘De Pastorij’ in eigendom heeft. Jan J.  heeft het gebouwd met eeuwigdurend erfpacht op de grond van de Kerkvoogdij. De kleine huisjes waren nog altijd van de kerk.

Uit de Bevolkingsboekhouding over de periode 1892 – 1903 blijkt dat Johannes Jans, de derde generatie, vanaf 15 mei 1902 (zijn trouwdag!) zelfstandig op huisnummer 86 woonde het ouderlijk en voorouderlijk huis. Helemaal zeker weten we dat niet: uit de Bevolkingsboekhouding is uit de verhuizingen van moeder niet op te maken hoe vaak ze verhuisd is, of dat er ook een vernummering van de huizen tussentijds heeft plaats gevonden.

Uit de Bevolkingsboekhouding van 1903 – 1918 blijkt dat er twee kinderen zijn geboren en dat zijn schoonmoeder bij het gezin inwoonde.

Huisnummer 134 is het nieuwe huisnummer dat in 1909 aan het huis werd gegeven.

In 1924 vertrekt Johannes met zijn gezin naar Hardegarijp. Jan is dan al het huis uit en dochter Jantje gaat dan op 14 jarige leeftijd naar Jorwerd, in dienst bij Wolter Veenstra.

De geschiedenis van het huis en de Boomgaarden.

Dit huis is in de 19e eeuw nauw verweven geweest met de Familie Bos. Vandaar dat deze familie hier ook ter sprake komt.
Begin 19e eeuw waren de ‘huizen en erf’ met het kadastrale nummers 309 en 309a, zoals ze in het kadaster worden omschreven, ‘eigendom van de Kerk in Bozum’. De boomgaard met 310 hoorde bij de Pastorie. Later is in het hoekje links van de boomgaard nog een huis gebouwd. Dat is de plek van het tegenwoordige huis.

Het kaartje van 1832, Zoals het in Hisgis staat, ingekleurd. Duidelijk is links de toenmalige dubbele woning te zien en de (huidige) Boomgaard was toen ook al ‘omrankt’ door sloot en Bozumer Vaart.

De huisjes met de nrs 309 en 309a blijken in 1871 uitgebreid te zijn tot drie woningen. Ze hebben nu 3 kadastrale nummers: 716, 717 en 718. Zie het onderstaande kaartje uit dat jaar. Bovendien is het huis met 719 de vierde woning, waarop erfpacht van jaarlijks fl. 6,- rust. De ondergrond van het huis bleef van de kerk. Vandaar die erfpacht.

Hulpkaart Baard E 39 van 31 juli 1871: Hier is de vierde woning ingetekend. Ze hebben de kadastrale nrs 716 tot en met 719. Daarvoor werd van de Boomgaard een stukje ten noorden van de huizen afgesnoept. Daar bouwde Bos zijn huis.

In het grasveldje stonden tenslotte drie huisjes, die uiteindelijk in 1910 werden afgebroken. In die huisjes heeft niet alleen de ‘Duvel fan Boazum’ gewoond, maar ook de bejaarde schoenmaker Jacob Sjuks Zandstra die in die tijd beroemd was om zijn Kaatsballen. Een mooi gemaakte bal, waarmee het goed kaatsen is, wordt nog steeds een ‘Boazumer bal’ genoemd. Zandstra verkocht zijn huis op het huidige It Heech aan de andere zoon van de familie Bos: aan Bontje Johannes.

Een uitsnede van de officiële kadastrale kaart van 1887. Hier zijn Bovenin de drie huisjes duidelijk op te onderscheiden. Evenals het nieuw huis met het kadastrale nr E 977. Let op het feit dat wat we nu de Boomgaard van Rameau noemen, toen ‘gewoon’  onderdeel was van het weiland erboven! Rechts, aan de noordoostkant  van de Bozumer vaart, met nummer 983 is Keimpkes Hok.

In de aankoopakte van de boomgaard (E 981) door Johannes Bos van de pastorie, staat in de kantlijn dat dit op 18 januari 1910 is gebeurd voor de prijs van fl. 600,-. De vruchtgebruiker en verkoper is Dominee Klaas Jans Mulder. Hij werd gemachtigd door het Provinciaal Kerkbestuur en hij kreeg goedkeuring van het College van Kerkvoogden van de kerk van Bozum, om dit deel van het Pastoralialand te verkopen.
Uit de akte blijkt dat Johannes Bos ook de ondergrond met het kadastrale nummer 977 kocht. Johannes zijn vader: Jan Johannes, kreeg die grond in 1870 in erfpacht. Nu verwierf zijn zoon de ondergrond in eigendom. Uit de akte blijkt ook dat vader Jan indertijd dit huis had gebouwd. Tenslotte wordt nog vermeld dat er in 1870 een onderhandse acte was gemaakt, buiten de notaris om. Zodoende heeft er toen geen kadastrale overschrijving plaatsgevonden.

Johannes heeft dat jaar de drie huisjes naast zijn eigen huis afgebroken. Daarom werd in februari 1911 werd opnieuw een verandering in het kadaster vastgelegd.

Deze uitsnede komt uit de hulpkaart nr E_109 van februari 1911. De voormalige nummers E 977 t/m 981 zijn nu samengevoegd tot één nummer E 1325 De blauwe lijnen geven aan dat ook de huisjes zijn opgeheven/afgebroken! Er is rond die tijd blijkbaar ook aan het grote woonhuis gesleuteld.

De overgang van de Familie Bos naar de Familie Wieringa: Anne Klaversma en de familie Althuisius.
In 1924 koopt Anne Klaversma het huis en hiem van Johannes Bos. Hij woonde in Bozum en was vrachtrijder van beroep.
Klaversma heeft het nauwelijks 2 jaar in eigendom gehad. De huurder in die tijd was Eelke Althuisius, Geboren in 1883 in Loënga. Met de baby van 3 maanden verhuisde het gezin naar Bozum. Als volwassen knecht is hij nogal eens van woonplek veranderd. Zo was hij bijvoorbeeld in 1910 al eens met zijn gezin van Tjerkgaast naar Bozum gekomen en in 1913 weer naar Oploo verhuisd. Hij kwam toen met zijn gezin in 1917 terug naar Bozum. In  1926 is hij met zijn  vrouw Klaske Koldijk geëmigreerd naar Frankrijk en vond daar wel vastigheid. Daar is hij in 1963 ook overleden. Hij was de zoon van Taeke en Rinske Althuisius en een broer van de ons zo bekende Anna Taekes (Althuisius).  Taeke was koopman. Hij stierf in 1915 op 60-jarige leeftijd. De weduwe Rinske de Jong bleef alleen achter.

De Familie Wieringa

Op 3 maart 1926 verkoopt Anne Klaversma hij het huis alweer. Eerst provisioneel aan Frans Sakes Lanting voor fl. 2553,- Twee weken later op 17 maart werd het voor fl. 2808,- finaal verkocht aan Reinder Douwes Wieringa. Reinder werd vertegenwoordigd door zijn broer Lolke. Lanting hield er dus als strijkgeldschrijver nog een centje over aan de Provisionele aankoop.

In die akte uit 1926 vinden we diverse details over het huis:


Er staat:
Eene gardeniershuizinge met grooten tuin, boomen,
heesters erf en bergplaats cum annexis, te
Bozum, bij verkooper in eigen gebruik en kadas-
traal bekend Gemeente Baard Sectie E nommer
1325 Groot veertien are een en zestig centaire …

Verder op staat in de akte:


Er staat:
…Volgens een onder handsche akte, overgeschreven te
Leeuwarden acht en twintig October negentien hon-
derd eenen twintig deel 1750 nommer 13, is het te
veilende bevooorrecht met recht van weg over- en ten
laste van het perceel Gemeente Baard E nom-
mer 982 van de Hervormde Pastorie te Bozum en
aan het daaraan liggende zet met barten naar en
van den publieken weg bij de Openbare School te
Bozum, die erfdienstbaarheden zal ook gelden voor…

Dat gaat dus over het recht om over de nabij de school gelegen zet in het dorp te komen.
Daarna volgt de provisionele en de finale verkoop akte.

De familie Wieringa met hun 2 zonen  Jacob en Germ in de bokkenwagen. De foto is rond 1907 genomen. Toen woonden ze nog niet op De Pôlle.

Reinder was kelner in Utrecht, zijn broer Lolke was conducteur bij de Nederlandse Spoorwegen en woonde in Rotterdam. De beide broers zorgden blijkbaar goed voor hun ouders. Douwe Wieringa en Timmeltje Hoitinga van Idsinga, trokken met hun zoons Gerben en Jacob per 12 mei 1926 in het huis. Vader Douwe overleed op 25 mei 1938. Sindsdien woonde Zoon Gerben hier met zijn vrouw Janke van der Veen. Hij overleed op 7 april 1977 en zij woonde er nog tot in december 1981.

De eigendomssituatie van huis en tuin leidde een ‘zwervend leven’ tussen de broeres. In 1931 nam Lolke het huis over van zijn broer. In 1940 werd Reinder opnieuw eigenaar. Hij was ondertussen hoteleigenaar geworden in Spankeren bij Rheden en later in Ellecom. Hij kocht in 1950 het naastliggende weiland. Dat wordt dan, of het was ’t al, boomgaard. In 1956 wordt broer Gerben, als bewoner van het pand, zelf de eigenaar van het geheel. In 1970 stoot hij de nieuwe boomgaard weer af.

De Familie Martens
Per 15 december 1981 werd het huis verkocht aan Rolf en Lieke Martens. Zij wonen er sindsdien met heel veel genoegen. De afgelopen ruim veertig jaar heeft de timmerman in Rolf Martens zich regelmatig uitgeleefd om hun huis aan te passen en uit te breiden naar hun wensen en de eisen van de tijd. Daarbij hebben Rolf en Lieke veel van de oude situatie intact gehouden.

De bedstede die Rolf enLieke Martens in de oorspronkelijke situatie hebben behouden. Links onder het gordijntje,  zie je nog de wieg voor de baby. De ijzeren staaf rechts is trouwens een ouderwets meetlint om het land op te meten.

Toegift: De ‘Boomgaard’.
Tot halverwege de 20e eeuw was het naastliggende perceel nog altijd onderdeel van het achterliggende weiland dat in de loop van de 20e eeuw eigendom was geworden van de Familie Wiarda. Rond 1950 kon Reinder Wieringa dit deel van het weiland overnemen. De kadastrale grens werd ingetekend en de scheiding het huis werd ‘weggegumd’. Zijn broer kon daar nu ook over beschikken.

De hulpkaart nr 189 van maart 1951, toen de nieuwe kadastrale grens in het weiland (links) moest worden aangebracht. De blauwe lijn geeft de voormalige grens aan.

Zo kwamen de twee delen eind jaren Veertig in één hand”! Dat is ongeveer 20 jaar zo geweest! Rond 1970 heeft Wieringa deze boomgaard verkocht en Jasper Baan kon beginnen met zijn missie om een bouwvergunning te krijgen voor een bungalow. Hij heeft er meerdere jaren gewoond. De bungalow met de boomgaard werd verkocht aan Jelmer Beetsma, die het in de jaren ’90 weer doorverkocht aan de Familie Henk Heins. Zij genoten er nog vele jaren van hun pensioen. Tegenwoordig verblijft de Familie Rameau hier met veel genoegen.