Waltawei 35

De geschiedenis van Waltawei 35

Langs de Zuidoostkant van de Waltawei werd vanaf eind 19e eeuw langzaam maar zeker nieuwbouw gepleegd. De dubbele woning tegenover de Tryntsjebuorren werd in 1892 gebouwd. Aan de zuid-oost kant bleef toen van het terpgebied een stukje land van 410 m2 over.
Die dubbele woning (Waltawei 31/33) stond er al een jaar of 12/13 toen Pieter Holster in 1905 op dat veldje zijn smederij wilde bouwen.
Vóór die tijd waren er verschillende eigenaars geweest die er misschien iets mee hadden willen doen: de eerste was de smid Willem Jans de Vries, eigenaar van 1890-1893. De tuinman Johannes Jans Bos nam het van hem over tot in 1905. Toen kreeg Pieter Holster het in ‘t vizier. Hij kocht het om er zijn smederij op te vestigen.
Omdat het te groot voor zijn doel was, verkocht hij al bijna meteen het overblijvende stukje op 9 mei 1905 aan Dokter Regenbogen. Uit de onderstaande akte blijkt dat de dokter niet de tijd had genomen of kon nemen, om persoonlijk aanwezig te zijn: hij liet zich vertegenwoordigen door de notarisklerk Schuurmans.
Pieter Holster had het hele stuk voor fl. 526,- gekocht en verkocht het overblijvende deel (195 m2) voor fl. 320,- . Dokter liet er een woning op zetten voor zijn chauffeur. Een paar maanden later, in Augustus, stonden de beide huizen er. Volgend jaar augustus bestaan de beide huizen dus 120 jaar!

 

Op de het veldwerk 44 uit dienstjaar 1906, maar getekend in augustus 1905, wordt duidelijk aangegeven hoe de huizen gebouwd zijn en welk huis van wie is.

Toen dokter Regenbogen met pensioen ging, werd ook deze ‘dienstwoning van de koetsier/chauffeur’ aan de nieuwe dokter verkocht. De laatste dokter die eigenaar was, Dokter Miedema, liet het in 1931 verbouwen.

De tekening van de bestaande toestand geeft aan hoe het huis met stal/garage oorspronkelijk was ingericht. Voor die tijd (in 1905!) was er vast veel ruimte in het woongedeelte gecreëerd. Alhoewel de verhouding huis – garage wel wat uit balans lijkt. De huiskamer is ongeveer 25m2 groot. De garage was ongeveer 33m2. Naar verhouding was de garage ‘dus’ belangrijker dan de woning. In de garage was eerst ruimte voor de koets en een stal voor het paard gepland. Met de komst van de doktersauto werd de paardenstal garage.
Jappie Lanting heeft in zijn verhaal (hieronder) wel een beetje gelijk, dat hij het huis maar heel eenvoudig vond voor het chauffeursgezin.

Op de tekeningen van de nieuwe situatie is te zien dat de keuken (wat Jappie ‘hok’ noemde) wordt vergroot en dat een bedstede wordt opgeofferd voor de trap.

De dwarsdoorsnede A-B geeft een voorstelling hoe de nieuwe keuken in 1931 gebouwd werd.

Dokter Miedema verkoopt het huis aan Klaas Reitsma, spoorwegarbeider. Omstreeks 1953 wordt Marten Hylkema de nieuwe eigenaar en gaat er zelf in wonen. In 1986 neemt Hylke Marten Hylkema, zijn neef en de bewoner van de boerderij Yndyk 1, het huisje over. Als Marten in 1989 gestorven is, gaat Johannes, zoon van Hylke Marten er een jaar later wonen. Hij heeft de woning naar achteren drastisch uitgebreid.

De Bewoners.
Wie de koetsier annex chauffeur van de dokter is geweest, is moeilijk na te gaan. In de Bevolkingsboekhouding staat Tjipke Thomas Ferwerda ingeschreven als koetsier. Hij ging in mei 1899 op zichzelf wonen en vertrok per mei 1912 naar Lutkewierum. Maar of hij na 1906 ook hier heeft gewoond, wordt niet duidelijk uit de huisnummers in de bevolkingsboekhouding.
Jappie Lanting haalt in zijn verhaal over dit huis op, dat Frans Lanting chauffeur en drankjes rondbrenger was. Het was dus als het ware zijn dienstwoning. Hij verhuisde op 12 mei 1923 naar Bozum 61. Daar kwam  Jentje Westra te wonen, toen hij zich in 1921 in Bozum vestigde. Ze hebben niet direct van woning geruild. Jentje heeft ook nog even op Bozum 71 gewoond, maar hij is ruim voor 1930 op de Waltawei 35 komen  te wonen. Zo vertelt zijn gezinskaart. Hij was geboren in 1898 te Welsrijp en trouwde op 29 mei 1920 met Tjaltje Huisman. Hij overleed op 26 mei 1964 in Sneek.
Jappie Lanting wijdt mooi uit over Jentsje. Hoe lang Jentje hier heeft gewoond, is mij niet bekend. Hij heeft hier in ieder geval tot 12 mei  1936 gewoond en ’s avonds haren geknipt. Dat jaar heeft Jentje het huis met kapperssalon, Waltawei 45, laten bouwen en is toen verhuisd. Nr 183 (dat was in de jaren ’30 en ’40 het huisnummer van Waltawei 35) ging toen in eigendom over naar Klaas Reitsma. Hij was spoorwegarbeider en woonde in Scharnegoutum, later onder andere in Deinum, maar nooit in Bozum.
Hij verhuurde het aan Reinder Reitsma. Voor zover bekend, géén familie van hem. Mei 1944 verhuurde Klaas Reitsma het huis aan Marten Hijlkema. Vanaf die tijd heeft Marten er tot zijn overlijden in januari 1990 gewoond. Hij had het overigens al in 1954 overgenomen van Reitsma. Zijn oomzegger Hylke Marten Hylkema had het in 1986 van hem overgenomen. Diens zoon Jehannes kwam er in december 1990 te ‘húsmanje’ en maakt er ‘Huisje Weltevree’ van, door het naar achteren uit te breiden. In 2006 vertrok hij uit Boazum. Chris en Linda hebben er toen tot in 2017 gewoond. Tenslotte maakte Gysbert Lanting toen zijn wens waar en kwam november 2017 terug naar Boazum om hier met Kim te komen wonen.

Hieronder volgt het verhaal van Jappie Lanting uit de Doarpsskille van juni 1994.

Bronnen:
– www.Alle Friezen.nl
– Het kadaster
– De bevokingsadministratie en de Bouwvergunningen van de Gemeente Baarderadeel
– De Doarpsskille van Juni 1994