Tegenwoordig hebben wij als communicatiemiddelen horloges, computers en dergelijke. We zijn voor de tijdsaanduiding daarom niet meer afhankelijk van het slaan van kerkklokken. Heel vroeger was dat anders. Eeuwen voor onze jaartelling, toen er nog geen kerkklokken bestonden, bepaalden Egyptenaren de tijd aan de stand van de zon. Men zette een stok in de grond en aan de verplaatsing van de schaduw zag men, wanneer een etmaal voorbij was. Rond 800 voor Christus werkte men met een schijf met cijfers; de zonnewijzer was ontstaan. De Grieken bepaalden 300 jaar voor Christus de tijd door middel van een waterklok. Tussen een reservoir en een schaal druppelde water. Door middel van de waterstand werd de tijd afgelezen. Rond de 13e eeuw kwam de zandloper in West-Europa in beeld. In de 14e eeuw werd de klok uitgevonden. De eerste klokken konden alleen de uren aangeven en hingen in kloosters. Op gezette tijden werden deze geluid voor het oproepen tot gebed. Christiaan Huygens vond in 1656 het slingeruurwerk uit. De tijd werd nu op een seconde juist benaderd. De elektrische klok werd in 1841 uitgevonden door Alexander Bain. In 1972 werd wereldwijd afscheid genomen van de astronomische tijd; omdat de atoomklok, een ontwerp uit 1955 van de Brit Louis Essen, constanter was dan de rotatie van de aarde. Af en toe corrigeert men de tijd met een schrikkelseconde. In januari 2014 is er een nieuwe atoomklok in gebruik genomen. De tijd hoopt men nog nauwkeuriger te kunnen bepalen.


Het klokluiden was vroeger het belangrijkste massacommunicatiemiddel. Voor gewone burgers bracht het klokluiden structuur in hun leven.
De Noodklok werd onafgebroken en in een snel tempo geluid bij brand, hoogwater of watersnood en oorlog en invasie. Bij het luiden bij brand wist men, dat met emmers water geholpen moest worden bij het blussen. Het luiden van de klok bij hoogwater of watersnood was een waarschuwing voor het eventueel doorbreken van dijken. In oorlogstijd of bij een invasie was het luiden een signaal voor de aantocht van vijandelijke troepen.
De Werkklok werd vroeger in de ochtend om 6.00 uur geluid ter aankondiging van de werkdag en aan het begin van de middag om 12.00 uur voor de schafttijd.
De Papklok, Breiklok of Avondklok sloeg volgens traditie om 21.00 uur en betekende de sluiting van de stadspoort, het verplicht doven van het haardvuur en voor de arbeiders het kunnen eten thuis van de avondpap.
Het Overluiden van de klok vond plaats bij het overlijden van een dorpsgenoot. Een zwaardere klok luidde bij het overlijden van een man en vaak een lichtere klok bij het overlijden van een vrouw. In het begin van de klokgeschiedenis werd de klok bij een sterfgeval geluid om boze geesten te verjagen.
Na aangifte van het sterfgeval bij de burgerlijke stand dacht men namelijk door het luiden van de klok te voorkomen, dat de duivel vat zou krijgen op de ziel van de overledene.
Voor de Eredienst wordt men door het luiden opgeroepen zich naar de kerk te begeven.
In de middeleeuwen gaf het luiden de vaste gebedstijden van de monniken in het klooster aan.
In 1633 werden er 2 klokken (een grote en kleine) gegoten door de Fransman Andreas Obertin voor de Sint Martenstsjerke in Boazum. De Duitse bezetter nam in de 2e wereldoorlog beide klokken in beslag. Na de oorlog kwam de grote klok terug. De tweede en kleine klok was verdwenen en werd tot maart 1976 vervangen door een als klok fungerende velg van een wagenwiel. Een klok uit de afgebroken R.K.Provernierskerk in Rotterdam-Noord werd uiteindelijk in 1976 de vervanger van de verdwenen kleine klok.


Het luiden van de klokken werd tot in 1971 gedaan door de koster. De laatste koster die dit dagelijks deed was Klaas Sijtema. In het voorjaar van 1980 werd deze taak door vrijwilligers voortgezet en het “Klokliedersgilde fan Boazum” opgericht. De officiële installatie van het gilde vond op 6 september 1980 plaats. De klokken werden geluid ’s morgens om 8.00 uur, ’s middags om 12.00 uur en ’s avonds om 18.00 uur. Omdat er te weinig vrijwilligers waren, kwam er in 2011 een einde aan het gilde.
(Meer over het gilde valt te lezen in het artikel “Klokliedersgilde fan Boazum” verschenen op 18 maart 2024 op deze website.)



Na het einde van het gilde werd er op de kleine klok een elektrische luidinstallatie aangebracht. Ook verandert hierna het klokluiden; van maandag tot en met vrijdag wordt er voortaan geluid met de kleine klok om 8.00, 12.00 en 18.00 uur en op zaterdag om 12.00 en 18.00 uur. Op zondag luidt men handmatig beide klokken een kwartier voor de eredienst. Buiten de genoemde half- en hele uren worden de klokken handmatig geluid. Het klokluiden in Boazum wordt merendeels verzorgd door de koster met veelal hulp van een vrijwilliger.
De slagen van de Boazumer kerkklokken wijken af van de meeste dorpskerken. Op het hele uur wordt door de grote klok het betreffende aantal uren geslagen en op het half uur volgt de kleine klok met het aantal slagen van het komende uur. Bij de meeste kerkklokken slaat de klok bij een half uur één keer. Was men vroeger op het land werkzaam, dan wist men bij één slag op het halfuur niet de exacte tijd. Een oplossing was dan ook meerdere slagen per half uur.
Het meerdere keren slaan van een kerkklok van zowel op het hele en halve uur wordt ook wel de Hollandse Slag of Vliegende Slag genoemd. Ook bestaat er nog de Vierkante Slag. Twee klokken, een grote en kleinere klok, worden hierbij beide geluid. De kleine klok is de stuurklok en de grote klok slaat een vast basistempo. De kleine klok moet zo gestuurd worden, dat deze precies een kwartslag wordt geluid. Hierdoor ontstaat een strak, harmonieus en ritmisch viertalsritme.
Bij het overlijden van een dorpsgenoot worden de kerkklokken in Boazum om 9.00 uur ’s morgens een kwartier lang geluid. Betreft de overledene een man dan begint men volgens traditie met het luiden van de grote klok en volgt daarna ook de kleine klok en bij een vrouw begint men met de kleine klok en volgt hierna mede de grote klok. Bij een uitvaart vanuit de kerk worden bovendien de klokken geluid.
Op 4 mei luiden de kerkklokken in Nederland traditioneel van 19.45 tot 19.59 uur, waarna om 20.00 uur twee minuten stilte volgt. Het luiden van de kerkklokken tijdens de jaarwisseling is veelal een diepgewortelde traditie. Verder luidt men de klokken bij landelijke acties, crisissen en bijzondere gebeurtenissen.