Een vergelijking tussen Waltawei 11 en Altaplein 16.
Iedereen die in het dorp woont en/of door het dorp loopt, zal het vast wel eens zijn opgevallen dat twee huizen wel wat van elkaar hebben. Het gaat om Waltawei 11, waar de Familie Vos woont en Altaplein 16, waar de familie Jonkman verblijf houdt. De oudere mensen weten nog wel dat in beide huizen voorheen de hoofdonderwijzers van de scholen in het dorp woonden. Waltawei 11 was voor het hoofd van de bijzondere school en in Altaplein 16 woonde het hoofd van de openbare school. Sterker nog, zij woonden beide naast hun school. Naast Waltawei 11 staat huize Enequist, waar nog trots en groots op de voorgevel staat dat daar voorheen ‘Christelijk Onderwijs’ werd gegeven. Dat was de school die op initiatief van de leden van de Vereniging voor Christelijk onderwijs werd opgericht.
Tot ruim 50 jaar terug stond naast Altaplein 16 de Openbare school. Ook daar woonde het hoofd destijds dus naast zijn werkplek. Deze was al in 1873 door de kerkvoogdij gebouwd.
Rijst vervolgens de vraag: “Hoe kan het dat van de beide scholen met uiteenlopende (geestelijke) inhoud, de onderwijzers in min of meer gelijke huizen woonden?”
Er zijn wel overeenkomsten te vinden. Ze zijn in dezelfde tijd gebouwd, eind jaren ’30 van de vorige eeuw. Waltawei 11 in 1936 en voor Altaplein 16 is de bouwvergunning in december 1937 afgegeven.
Opvallend is dat aan beide huizen vage sporen van ‘De Amsterdamse School’ te ontwaren zijn. De Bouwstijl die in de jaren ’10 en ’20 van de vorige eeuw vooral in Amsterdam opgang deed. Het is verrassend dat sporen van die stijl in deze twee huizen verwerkt werden. De steile voorgevel met de bescheiden reliëfwerking in de voorgevel, de vastgemetselde dakpannen aan de rand en het gebruik van dezelfde steen voor beide huizen.
Ik stel me voor dat de geplande huizen niet echt voor elkaar onder mochten doen. Tenslotte hoorde het hoofd van de school, van welke richting dan ook, in die tijd tot de upper ten van het dorp. Die uitstraling moest wel bewerkstelligd worden.
Maar ook verschillen! Ze zijn ten eerste niet door de dezelfde aannemer gebouwd. Het schoolbestuur van de Emmaschool gaf de opdracht aan Cornelis Blanksma uit Sneek en de Beerster timmerman Kornelis Kingma tekende voor Altaplein 16. Omdat de ondergrond van Altaplein 16 van de kerkvoogdij was, gaf dit college de opdracht. Kingma had in 1936 voor kerkvoogd Pieter Holster al diens nieuwe woning gezet op de Waltawei (nu: nr. 43), vandaar waarschijnlijk dat de keuze op deze timmerman viel. Al staat Holster niet gemeld op de eerste steen van dit huis.
Echter er bleken nog meer verschillende argumenten te zijn geweest om deze huizen te bouwen.
Voor Waltawei 11 was het noodzaak omdat er een nieuw Hoofd van de School werd benoemd. De gepensioneerde hoofdonderwijzer woonde in Leeuwarden. Dus er moest voor de nieuwe onderwijzer (eindelijk) een woning worden gebouwd op de plek die daarvoor al sinds de bouw van de school in 1922 was gereserveerd. Dat was dus gewoon noodzaak. Het werd volgens de bouwvergunning voor fl. 2.900,- gebouwd. Hier zijn de genoemde sporen van de Amsterdamse school wat meer zichtbaar: niet alleen de hoge, puntige voorgevel, maar ook het feit dat bij woningen die volgens deze uitgangspunten werden gebouwd, de economische indeling van het huis veel minder belangrijk was dan de uiterlijke schoonheid.

Altaplein 16

De reden dat in 1938 aan het huidige Altaplein de onderwijzerswoning vernieuwd moest worden bleek ook een noodzakelijke, omdat van de al in 1873 gebouwde woning de schoorstenen lager waren dan het dak van de school. Daardoor viel de Noorderwind over het dak van de school op de te lage schoorstenen en blies zo de rook terug de pijp in. Het gevolg was dat er in huis gevaar voor koolmonoxide vergiftiging ontstond. Daar wordt tegenwoordig wel rekening mee gehouden: de schoorsteen moet boven het dak uitsteken! Naar verluidt werd het onderwijzersgezin verschillende keren net op tijd gered van de verstikkingsdood.

Dus moest er een nieuw huis gebouwd worden waarvan het dak boven het dak van de school uitstak. Vandaar het hoge steile dak met -toen- de hoge schoorsteen Nu zien we het huis zonder de gemetselde schoorsteen. De herbouw was een dure aangelegenheid in die tijd, de bouwkosten waren volgens de bouwvergunning, fl. 5.900,-. Vandaar dat het materiaal van de afbraak zoveel mogelijk hergebruikt moest worden! De stenen werden afgebikt. Dat was blijkbaar een zware klus, of er werd te weinig betaald, want de stenenbikkers hebben toen gestaakt.

Dit bikken gebeurde ook in die tijd ook bij de nieuwbouw van het gemeentehuis in Mantgum. Dat moest worden herbouwd, omdat bij de bouw rond 1910, een verkeerde ’nieuwe’ samenstelling van de specie was gebruikt. Die bleek na een paar decennia tussen de stenen weg te zakken. Daardoor ging het stenenbikken in Mantgum zo gemakkelijk dat de aan het werk gezette werkelozen veel sneller geld verdienden per steen, dan was ingeschat. Dat kon toch niet! Reden waarom de bikkers al gauw veel minder per gebikte steen kregen betaald.
Hier in Bozum moest ook het houtwerk ook zoveel mogelijk in het nieuwe huis terugkomen. Op zolder liggen daardoor planken die 60 jaar ervoor ook al in het oude huis waren gelegd.
Het huis is heel zakelijk, recht toe recht aan gebouwd: voor- en achterkamer, gescheiden door kasten en schuifdeuren, daarnaast een kantoortje, de entree met trappenhuis, de keuken en de bijkeuken. Het geheel was en is daardoor ruim en zakelijk.
Met andere woorden, de woningen zijn totaal los van elkaar en vanuit verschillende argumenten gebouwd
Altaplein 14, het schoolgebouw
Eerst hebben we het even over het begin van de Openbare school die aan het Altaplein stond. In de 19e eeuw was het huis dat nu Tsjerkebuorren 6 is, de school. Die werd in 1870 afgekeurd (te dicht bij het kerkhof). Daarom besloot de kerk om een nieuwe school te bouwen tegenover de toen ook pas gebouwde pastorie (nu: Altaplein 1) Naast de nieuwe school werd ook een nieuwe schoolwoning voor de hoofdonderwijzer gebouwd. Hij woonde daarvoor in wat nu Tsjerkebuorren 2 is. Voor de onderwijzerswoning was de derde diaconiewoning opgegeven.
Het toenmalige schoolhoofd Cornelis van der Molen vroeg in januari 1873 voor alle zekerheid aan het gemeentebestuur of de school eventueel tijdelijk kon verhuizen naar het Catechisatie gebouw (Tsjerkebuorren 8, nu de Familie De Wit) en eventueel naar de voorruimte van de kerk. Dan kon de hulponderwijzer daar wel lesgeven. Hij vroeg dit omdat de te verlaten schoolruimte al toegezegd was aan twee gezinnen en de nieuwe school misschien niet op tijd opgeleverd zou worden. In de woning van de hoofdmeester (nu: Tsjerkebuorren 2, waar Peter Dijkstra woont) zouden ook twee gezinnen komen wonen. In de ruimte ertussen in, was de vijfde woning gepland. Voor de kerk was dat min of meer winst, omdat er voor de nieuwe school twee diaconie woningen waren afgebroken. En een derde voor de nieuwe dienstwoning. Naar alle waarschijnlijkheid is die ‘tussenverhuizing’ niet nodig geweest. Breuker vermeldde in zijn boekje ‘Skoalmasters fan Boazum’ dat de school op 1 november 1873 feestelijk werd geopend.

Altaplein 16, de woning uit 1873
Op het bovenstaande kadastrale kaartje uit 1832 staan in rood de diaconiehuisjes 383 ,383a. Die maakten plaats voor de school. Het huis op 384 maakte in 1873 plaats voor het onderwijzershuis.


Het huis heeft er zo bij gestaan tot in 1938. Toen werd het afgebroken en herbouwd.
De nieuwe woning, sinds 1938


De bewoners.
Naar het zich laat aanzien hebben er niet zo veel gezinnen in het huis gewoond.
Meester Sake Sijtstra woonde sinds 1925 op dit adres. Hij beleefde in 1938 de herbouw van de woning en woonde daarom van januari tot in mei 1938 in de gemeentelijke huurwoning 121, dat is nu: Dokter Miedemastrjitte 1. Hij ging in 1955 met pensioen, maar verhuisde pas in februari 1957 naar Heerenveen. Zijn opvolger was B. van den Bosch. Hij woonde hier van april 1957 tot februari 1963. Zijn opvolger was Philippus Breuker. Het gezin Breuker woonde hier van februari 1963 tot mei 1967. Toen nam Jan Zantema de huissleutel over. Hij was de laatste hoofdonderwijzers die hier gewoond heeft.
Toen in de jaren ’70 van de vorige eeuw de oude Bakkerij op de Havens 3 ten langen leste in zijn oude glorie was hersteld, moest de gemeente, als eigenares, daar een bewoner voor vinden. Het werd ‘dus’ de dienstwoning van het hoofd der school: het gezin van meester Zantema. Hij was daar niet echt over te spreken: voor zijn oude woning betaalde hij per maand een klein bedrag aan huur aan de Kerkvoogdij, terwijl de gemeente voor de dienstwoning de vastgestelde reguliere 16% van zijn jaarsalaris afhield. Hij mopperde eens in een onbewaakt ogenblik nogal verstoord: “… En onze mooie kast paste niet eens onder het plafond!” Ze moesten het zeil onder de poten wegsnijden. Toen kon de kast ‘krekt’ worden geplaatst.

De Familie van Oostijen kocht het pand in 1975 van de Kerkvoogdij. De familie Jonkman kon het twee jaar later overnemen en verhuisde van nr. 6 naar nr. 16. Ze hebben in de loop van de jaren het grondgebied van de afgebroken school erbij kunnen kopen. Geheel in de stijl van het huis hebben ze er wat je zou kunnen noemen, een rugzakwoning, aangebouwd.

