Waltawei 47/49

Eind jaren ’30 werd langzaam maar zeker de Waltawei aan de zuidoostkant volgebouwd:
Lolke Cuperus diende op 19 juni 1937 de aanvraag van een bouwvergunning voor de laatste te bouwen woning aan deze kant. Hij wilde een dubbele woning laten zetten. De tweede woning kreeg de voordeur aan de linkerkant. Dat gebeurde in die tijd wel vaker. Tegenwoordig zouden we zeggen: een buidelwoning. Maar of Cuperus dat ook voor ogen had…
Hij heeft wel zijn ‘handtekening’ op het gebouw gezet, door middel van de brievenbus. Tenslotte had hij een steenhouwerij, dus daar kon de brievenbus wel in steen worden uitgevoerd.

Bij de aanvraag vond de schoonheidscommissie echter dat het plan aangepast moest worden. Het dak van de rechterwoning moest overheersen op het haaks er tegenaan gezette dak van de tweede woning. Plus dat het schuurtje ook een puntdak moest hebben. En zo geschiedde. Afijn, dat laatste is nu niet meer na te gaan, omdat het huis aan de achterkant behoorlijk is uitgebouwd, maar het dak van de zijwoning is lager en de ramen zijn ook naar het advies van de Schoonheidscommissie uitgevoerd.




Lolke Cuperes woonde er tot mei 1943. Daarna hebben er verschillende leden van de Huitema familie gewoond.
Het hoofdhuis Waltawei 49 is sinds de bouw niet veranderd. Nadat de laatste Huitema, de weduwe Mellina Huitema-Damstra, in 2001 het huis verlaten had, zou de nieuwe eigenaar de zijwoning bij de hoofdwoning trekken.

Dat gebeurde toen de familie van der Wal het had aangekocht. 10 jaar later vertrokken ze weer. De Familie Heske heeft er vervolgens tot 2017 domicilie gehad. Tenslotte verkreeg de Familie Vellinga de woning. Zij hebben het van achteren flink uitgebreid.

De ‘aanleunwoning’, Waltawei 47.
Heeft in haar bestaan ook weinig ingrijpends beleefd.
Het werd in eerste instantie bewoond door mevrouw Gelbrig Faber. Zij heeft er tot november 1955, zo’n 18 jaar gewoond.
Jentje Westra, de oud kapper, woonde er tot zijn overlijden op 25 mei 1964. Hij was in die tijd meer bekend als administrateur van de Boazumer Begrafenisvereniging, “Draagt elkanders lasten’. Onder vele akten van overleden Bozumers staat tot in 1964 in de burgerlijke stand van de voormalige gemeente Baarderdeel zijn handtekening. Hij overleed op 25 mei 1964. Zijn weduwe Tjaltje Huisman bleef er nog ruim een jaar wonen. Ze vertrok september 1965 naar Bolsward.
Sjoerd Hibma heeft er toen enkele maanden domicilie gehad.
Na hem werd het een decennium de woning van de onderwijzeressen van de Bijzondere afdeling van Dûbelspan. Achtereenvolgens woonden daar: de Juffen Neelie Bruinsma, Gelbrich Kuipers en Luutske Dotinga.
Hains de Vries heeft er nog enige tijd gewoond en Jan Hijlkema.
Daarna is het met nummer 49 samengevoegd.
Bronnen:
Kadaster
Het Archief van de voormalige gemeente Baarderadeel (Bouwvergunningen en de Bevolkingsboekhouding)
Fotoarchief van Frans Tolsma
bewoningsgegevens van Teatske Lanting