
Uit de krant van:
12 januari: Een vroege voorjaarsbode. Toen boer Odinga afgelopen donderdagmorgen bij zijn schaapskudde kwam, zag hij tot zijn verbazing, dat één van zijn schapen al een lam op de wereld had gebracht. Het was ook geen klein maar een groot lam. Het zal in de nacht of vroege ochtend geboren zijn (7 januari). Men kan wel zeggen, dat dit wel een vroege voorjaarsbode genoemd mag worden.

26 januari: Stormschade. Dat de storm van j.l. woensdag ook danig in onze omgeving heeft huisgehouden, blijkt wel uit het feit, dat de boeren op Makkum onder Bozum geheel van licht en kracht waren verstoken. Alle functionerende palen waren radicaal bij de grond afgeknapt en er was zodoende heel wat op te knappen voor het bedrijf van P.E.B..
In het dorp zelf beperkte de schade zich door het hier en daar afwaaien van dakpannen, een schoorsteenbord en omwaaien van een schutting.
3 mei: Met de schrik vrij. Zaterdagmorgen beleefde het pleegzoontje van de veehandelaar J. Terpstra de schrik van zijn leven door een aanrijding, die wonder boven wonder goed afliep. Het jongetje, dat achter de melkauto van de heer Cnossen uit Scharnegoutum fietste, wilde de melkauto passeren toen Cnossen bij de veehouder Hoitinga melk moest opnemen. Juist passeerde de veehouder Hijlkema uit Hartwerd, die op 12 mei in Bozum komt te wonen, de melkauto. Terpstra werd gegrepen, zijn fiets totaal vernield, doch zonder letsel kon het jongetje zijn weg vervolgen tot grote verwondering der omstanders. Zowel Cnossen als Hijlkema troffen geen schuld.
24 mei: Stand Vogelreservaat. De secretaris van het vogelreservaat afd. Bozum, de heer W. v.Dijk, deelde ons mede, dat bij controle langs het reservaat de stand der vogelbevolking als volgt is: 17 kieviten met resp. 62 eieren, 46 grutto’s met 147, 1 scholekster met 4, 3 slobben (kleine eenden) met 12, 3 eenden met 23 en 2 tureluurs met 4 eieren. Vooral de stand der grutto’s is aanmerkelijk vooruit gegaan.

21 juni: Ongevallen. Tijdens het hooien raakte de veehouder J. de Waard, terwijl hij met paard en wagen in het hooiland bezig was, met zijn duim bekneld in de leidsels. Dit deel werd zodanig bezeerd, dat hij zich op advies van de plaatselijke arts in het ziekenhuis onder geneeskundige behandeling moest stellen.
De heer P. Wijnja, tijdens het hooien bij de veehouder H. Huitema werkzaam, kwam van een wagen te vallen, welke geladen was met pakjes geperst hooi. Hij kwam daarbij terecht op de wagenrem en liep verwondingen aan de borst op, gekneusde ribben enz..
Bij beide ongevallen laat de toestand zich gelukkig gunstig aanzien.
29 juli: Koe door bliksem gedood. Woensdagmorgen omstreeks kwart voor zeven, ontlastte zich een kort maar hevig onweer boven ons dorp en omgeving, hetwelk met zware slagregens gepaard ging. In het land van veehouder Jan Koopmans werd een koe dodelijk door de bliksem getroffen, terwijl ook het elektrisch net hier en daar werd beschadigd.
4 augustus: Goed afgelopen. In de voorkamer van de woning, bewoond door de familie J.S. van Dijk aan de Hoofdstraat, viel verleden week een groot deel van het plafond naar beneden. Gelukkig was er op dat moment niemand in de kamer, anders hadden de gevolgen wel eens erger kunnen zijn. Nu was het vanzelf wel een grote ravage in de kamer, de meubels beschadigd en overal kalk en stof, maar gelukkig is dit weer hersteld en daarom kan gezegd worden, dat het ongeval nog goed afgelopen is.
19 augustus: Afbraak. Nu slager J. Hiemstra ons dorp als woonplaats gaat verwisselen met de stad Leeuwarden, gaat Bozum één zijner oudste neringen verliezen, daar de slagerij meteen wordt opgeheven. Dit vertrek geeft weer eens blijk van de steeds doorgaande teruggang op zakelijk gebied in onze dorpen. Wel staat Bozum niet geheel ten achter ten opzichte van andere dorpen in Baarderadeel, daar er nog een slagerij blijft bestaan, n.l. die van J. Tolsma, maar het is dan toch weer een “afbraak”.
1 november: Ongewone Verschijning. Dezer dagen zag P. Bakker, veehouder op Makkum onder Bozum, een jonge ree in het land van veehouder J. Wieringa. Het liep rustig te grazen tussen het andere jongvee. Toen evenwel Wieringa, die het dus ook had opgemerkt, deze ongewone verschijning eens nader zou gaan bekijken, werd het dier schichtig en verdween pijlsnel in zuidelijke richting.