Inleiding
Johannes Henrikus Regenbogen werd geboren te Sneek op 10 mei 1863 als zoon van koopman Jelmer Regenbogen en Aaltje Fennema. Hij overleed in Leeuwarden op 13 november 1933. Hij studeerde geneeskunde aan de universiteit in Utrecht van 1883 tot in 1889.
Van 1889 tot 1924 was hij genees- en heelmeester en verloskundige in Boazum. Hij was een geliefd arts en men kwam hem van heinde en verre raadplegen. In de Leeuwarder courant vind je vele berichten van dankbaarheid van patiënten na ziekte, of na overlijden van de nabestaanden voor de goede zorgen aan dokter Regenbogen. In 1924 vestigde hij zich als consultatief arts te Leeuwarden.

Voorgeschiedenis
Dokter Regenbogen kwam ‘zomaar’ opdagen in Boazum: het verhaal gaat dat hij met zijn spullen op een handkar uit Sneek kwam, zich in de herberg van Oosterhout vestigde en daar zijn patiënten begon te ontvangen. De vragen reizen: Waar kwam hij vandaan, wat was zijn achtergrond? Hoe kwam het dat hij zich hier zo onopvallend een plek begon te veroveren? Je zou toch verwachten dat hij zich ergens zou vestigen via een arts die stopte, om zo diens praktijk over te nemen? Of zich inkocht in een praktijk? Het is niet gewoon dat een dokter zomaar in een dorp begon… Zeker niet als er al een geneesheer gevestigd was!
Terugzoekend in zijn familie naar een mogelijke oorzaak, blijkt dat zijn vader, Jelmer Regenbogen in Sneek koopman was met een winkel in kruidenierswaren. Die winkel had hij in 1858 gekocht. Tien jaar later ging hij failliet, met een grote schuld aan vele (kleine) leveranciers. Het feit dat hij dat jaar, 1868, in zijn eentje naar Noord Amerika was vertrokken, suggereert dat hij die schande ontvluchtte.
Jelmer Regenbogen kwam duidelijk uit een familie die tot de bovenlaag van de bevolking hoorde: zijn vader was dokter in Makkum geweest en van Jelmers twee zussen was de een getrouwd met een predikant en de ander had het gevonden bij een geneesheer. Een milieu waar je niet zonder schande failliet ging. Na zijn faillissement in 1868 emigreerde Jelmer in zijn eentje naar Noord Amerika. Dat betekende dat zijn achtergebleven vrouw met vier kinderen het alleen moest zien te redden. Ze zal het niet breed gehad hebben.
Verder teruggaand in de familie Regenbogen, blijkt dat de overgrootvader van onze dokter Regenbogen, ook Johannes Henricus heette en in de Franse tijd hoogleraar in de kerkgeschiedenis en exegese was aan de universiteit van Franeker. Hij had enkele theologische boeken op zijn naam staan. Zijn theologische visie was voor de Protestantse Kerk controversieel, omdat hij vond dat je de uitleg van de Bijbel met je gezonde verstand moest doen en je niet moest laten leiden door filosofische of theologische schoolvorming. Voor die tijd een vernieuwende visie. Toen Napoleon de Franeker Universiteit in 1812 ophief, werd Johannes Henricus door de Universiteit van Leiden ingepalmd als hoogleraar in de algemene geschiedenis. December 1813 werd hij geveld door een beroerte, waaraan hij het jaar daar op in februari overleed.
Ook blijkt dat er vóór onze dokter al een Johannes Henricus Regenbogen, een oom van hem, voor dokter studeerde, maar in 1849 op 19-jarige leeftijd in de universiteitsstad Leiden overleed. Daar kun je aan verbinden dat deze voornamen voor ‘onze’ Johannes Henricus, enige verplichtingen opriepen.
Mogelijk heeft de familie meegeholpen aan de financiering van zijn studie. Wie zal het zeggen, de werkelijkheid is vaak heel anders dan je je voorstelt. Al met al kun je alleen maar raden naar de rede dat hij hier zo onopvallend begon.
Medio Januari 1883 begon hij zijn studie in Utrecht. Die rondde hij af in 1889. Hij had er het verstand voor, want hier in Boazum bleek dat hij een brede interesse had. Niet alleen medisch gezien, hij weerde zich ook met wetenschappelijk onderzoek en was lid van diverse plaatselijke en regionale literaire en maatschappelijke verenigingen, als bijvoorbeeld Waling Dijkstra’s “It Selskip foar fryske tael in schriftekennisse”, het Groene Kruis Baarderadeel en in Bozum was hij lid van het Leesgezelschap ‘De Vriendenkring’. Zodoende schreef hij ook Friese verhalen.

Waar woonde hij?
Half mei 1889 kwam hij dus lopend met een handkar het dorp binnen. In de herberg van Oosterhout begon hij zijn praktijk. Hij zal zich hebben geïnstalleerd en heeft daar, getuige de advertentie in de Leeuwarder Courant, zijn praktijk geopend.
Een jaar later op 30 mei 1890 verhuisde hij naar huis nr. 81. Dat is de huidige Dr. Miedemastrjitte 6. De vorige bewoner was de eigenaar Rintje Jans Heeringa. Die woonde er tot mei 1886, toen hij naar Scharnegoutum verhuisde. Mogelijk heeft het huis tot mei 1890 leeggestaan want in de bevolkingsboekhouding van Bozum is in die vier jaar geen bewoner op nr. 81 gevonden.
De dokter had een dienstmeid in huis, zoals dat toen heette. In 1900 kreeg Johannes de kans om de woning van notaris Sjoerd Haagsma over te nemen. Voor fl. 4.000,- mocht hij het huis per 1 mei dat jaar de zijne noemen. Daarvoor kreeg hij van Imke de Bruine, weduwe van zijn oom Reinder Fennema, een lening van dat bedrag. Deze loste hij af in mei 1908.
Mogelijk had hij van Jan Rintjes Heeringa het beheer over Dr. Miedemastrjitte 6 gekregen, omdat hij in april 1900 in de Leeuwarder Courant ‘op aangenamen stand’ een huis en tuin te huur aanbiedt: het huis bleef nog tot in 1914 eigendom van Heeringa.

Zijn zuster Trijntje heeft in het laatste decennium van de 19e eeuw nog van januari 1894 tot in juni 1896 bij hem ingewoond. Pas in 1909 kwam ze definitief bij hem inwonen, officieel werd ze ingeschreven als apothekers assistente. Ze kwam van Purmerend. De dokter bleef tot aan zijn pensionering aan de huidige Waltawei wonen, toen vertrok hij in 1924 naar Leeuwarden.
Zijn reizen naar de patiënten
Om bij zijn patiënten te komen beschikte Regenbogen in eerste instantie over een koetsje. Daarvoor had hij ook een koetsier in dienst. In het lofdicht dat in 1914 op hem werd gemaakt, wordt aangegeven dat hij zijn koetsje in Easterwierrum had laten maken. Naar verluidt was het het model van een Utrechts Tentwagentje.

Later kreeg hij een auto tot zijn beschikking en werd de koetsier chauffeur.
Vandaar dat Gedeputeerde Staten van Friesland lieten weten dat ze, ‘naar aanleiding van een verzoek van J.H. Regenbogen, arts te Bozum, om de weg van Bozumer Indijk naar Wieuwerd met een automobiel te mogen berijden, die weg geheel voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen’ hadden opengesteld’. Zoals in de advertentie op 1 oktober 1913 staat:


Literaire aspiraties
Als universitair geschoolde, nieuwe inwoner van Boazum kreeg hij vast al gauw contact met Notaris Haagsma en de bij hem werkende kandidaat-notaris Sjirk van den Burg. Die waren beide lid van het leesgezelschap ‘vriendenkring’. Via hen zal hij kennis gemaakt hebben met dit leesgezelschap en is hij er lid van geworden. Misschien ook maakte hij er kennis mee, omdat ze in de herberg bij elkaar kwamen en hij als ‘buurman’ zich bij het gezelschap voegde. Opnieuw: wie zal het zeggen?
De ongeveer 40 leden kwamen in de wintertijd maandelijks bij elkaar om (zelfgeschreven) verhalen aan elkaar voor te lezen. Dankzij de invloed van de kandidaat-notaris Sjirk van den Burg werd de liefde voor zijn moedertaal opnieuw gewekt en legde de dokter zich er op toe om het Fries vaker te gebruiken. Zo heeft hij ook voor de ‘Winterjûnen’ van de ‘Vriendenkring’ verschillende verhalen in het Fries geschreven.
Breuker heeft in zijn boek ‘Brekizers fan de foarútgong’ uitgebreid geschreven over het fenomeen van literaire avonden in de Friese dorpen en steden in de 19e eeuw, met als draaipunt de ‘Vriendenkring’ in Boazum. In zijn boek geeft hij aan heel verbaasd te zijn over het hoge literaire niveau van het verhaal ‘De Fûgeljûn’ van de dokter. De schrijver gaf dit volksverhaal een bijna bovennatuurlijke glans mee, meldt Breuker. Het bevat de beschrijving van een bijeenkomst van boeren, die de jaarlijkse kosten en inkomsten van een eendenkooi verdelen. De verhalen waaieren alle kanten op, zoals dat gaat op een ‘smoute’ avond met bekenden over de vloer. Natuurlijk ook over de duivel, die in veel volksverhalen een rol speelt. Hoewel het verhaal, na 120 jaar gelezen in 2023, zo langzamerhand wel wat gedateerd geschreven is, leest het toch wel makkelijk weg.
Er zijn meer verhalen van hem die gepubliceerd zijn en de moeite waard. Zijn eerste verhaal heet: ‘In Jounpraette oer baktearjes’.
Verder was hij een actief lid van de afdeling Sneek van het Selskip for Fryske Tael- en Skriftenkennisse. Hij schreef ook bijdragen voor de jaarboekjes van It Selskip. Onder meer ‘It Flaggebier’.
Aan het jubileumboek dat bij gelegenheid van de 80e verjaardag van volksschrijver en theaterman Waling Dijkstra verscheen, heeft Regenbogen met zijn ‘Hjeljoun op ‘e helling’ ook een bijdrage geleverd aan dit boek. Een landelijk verhaal over een groepje dorpelingen dat bijeenkomt op een botenhelling en daar de gebeurtenissen van de dag doornemen. Door een lied van Waling Dijkstra, dat gezongen wordt door jongelui die in een bootje langsvaren, komen ze te praten over de 80e verjaardag van ‘Walingom’. De aanwezigen op de helling blijken vol lof over zijn verhalen en liederen. Of die verhalen nou scherp van toon zijn of liefdevol, ze komen altijd van pas. Door een naderende regenbui wordt die feestelijke avond aan het water afgebroken en gaat iedereen weer op huis aan.

Dit verhaal wordt in de Leeuwarder Courant van 1 december 1902, in een beschouwing over ‘Fryske stikjes’ voor ‘Friezen om útens’ zelfs geprezen door F. Buitenrust Hettema, een bekende Friese persoonlijkheid in die tijd:

Regenbogen zorgde ook wel voor Friese lofliederen bij diverse jubilea in het dorp.
Dokter onder de mensen.
Als dokter was hij al gauw geliefd bij zijn patiënten. Ook hij werd regelmatig per advertentie in de Leeuwarder Courant hartelijk bedankt voor zijn werk voor zieken en of bij overlijden.
Een mooi bedankje komt op 24 juli 1896 in de Leeuwarder van Epke J. Zonderland van Scharnegoutum:

Of bijvoorbeeld deze van Hette Aukes de Vries van Kleiterp bij het overlijden van zijn vrouw op 5 Januari 1921:

Arjen Schaafsma beschrijft in een van zijn herinneringen in de Doarpsskille dat de dokter helemaal bij het dorp hoorde:
‘Men koe jin hast net yntinke dat dokter Regenbogen út Boazum ferdwine soe, hy hearde der sa alheel by. Dat hie altyd sa west, libbenslang, dat wol sizzen myn fjirtjinjierrich libben lang’.
“Dokter kwam niet naar gezellige avonden in de Herberg en hij was nergens lid van. Hij zou genoeg hebben aan het contact met zijn patiënten”. Dacht Arjen toen. Als jongetje van 14 jaar zal hij nog niet in de gaten gehad hebben dat er ’s winters ook nog Literaire avonden werden gehouden door een leesgezelschap. Daar vermaakten de ‘pommeranten’, van het dorp zich met liederen en voorlezingen uit eigen werk. Dat was het domein van de dominees, notarissen, dokters, onderwijzers, middenstanders en renteniers in het dorp. Ook timmerman-aannemer Biesma was er lid van. Laat staan dat Schaafsma wist dat Regenbogen buiten het dorp genoeg contacten en lidmaatschappen had.
In datzelfde stukje in de Doarpsskille beschrijft hij hoe dokter naar patiënten ging:
Ik sjoch hem noch kommen yn Dearsum, it binnepaad lâns, him oersette litte by it Dearsumer húske. Dit binnepaad wie net verhurde en hjerstmis en winters allinne mar begeanber op klompen. Dokter kam op skuon, heale bienkapen om ‘e ankels, stive wite mansjetten om de polzen, frijwat bryk hyngjend. “Hy sit yn ’t korset, syn biente kin it lichem net rjocht hâlde.” Waard der fan sein.
Skytskjinne froulju klagen wolris omdat er sa wâde. Hy hie altyd in rûne dokterstas by him.
Zo beschreven, leek hij echt op het cliché van de ouderwetse dorpsdokter.

Het 25-jarig jubileum
Op 20 mei 1914 vierde men in Boazum op uitbundige wijze het feit dat J.H. Regenbogen zich 25 jaar daarvoor als arts in Boazum vestigde. Commissies uit omliggende dorpen hadden zich bij de feestcommissie van Boazum gevoegd om een prachtig feest te organiseren. Na de toespraken kreeg Regenbogen van de feestcommissie een ‘keurige microscoop’ aangeboden. Er werd een toneelstuk opgevoerd, door een koor gezongen en begeleid door een orkest gedanst. Na afloop van de plechtigheden was er vuurwerk. Het vuurwerk werd verzorgd door de schilder Pieter Tjallema. De ±700 feestgenoten bleven tot de vroege morgen bijeen in de tot feestzaal veranderde schuur van de af te breken boerderij op de Terp Hoekens. Daar is toen door de afgraving ‘De Poel’ ontstaan
In het geïllustreerde tijdschrift De Prins van de eerste week van juni 1914 was een foto van arts J.H. Regenbogen te Boazum (kennelijk ter gelegenheid van zijn jubileum).

Bij deze gelegenheid werd voor dr. Regenbogen een lofzang geschreven waarin hij uitgebreid wordt geprezen. Hieronder volgt het gedicht in zijn geheel en in de oude spelling. Mocht je er moeite mee hebben, dan kun je het ’t beste hardop voor jezelf voorlezen.
Un sankje oer Dokter
Uus dokter wenne as ben te Snits
Hij wie as jonge nea net fiks
En Master seij: Hij het forstoan
En wat een knappe man ien ’t lân
Dat stie sien âden nauwer aon
Want Hannes wie har eigen soan
Doe gieng hij nei un sekwalle ta
Wer “Leeraars” ’t Plak fan master ha.
Dat roon tot safier waender bêst
Mar min moest kieze op ut lêst
Nei d’akademie gieng hij ta,
Wer “Profs” uit plak fan master ha.
De heege skwalle kaam er op,
Want Hannes blou in stuudsjekop!
Nou wie d’ur einligs dan studint,
Mar blou un goede, golle fint!
De studsjejirren flêgen wei
krekt as un mooie simmerdei.
Hij die eskzamen en ’t wie pluus:
De jongeman kam as dokter tuus
Seg, minsen! hije ’t nijs al weg?
Sa vreege ’t folk te Snits; mar seg
Waar suud de dokter hienengaan;
Hier bliewe, dàt kan niet bestaan.
Uus dokter teag nei Bozum, ja
Dat doarpke lake him wol ta.
Der kaam er op un goede dei:
Ut wie de tweintigste fan mei
Pasjinten kriege dokter al,
Mar ’t wie gjin schrikluk greut getal
Hij stapte mei sien gongelstok
De diek lâns lang net sjok, sjok, sjok!
De kriete hie him al uutbreid
Pusjinten wennen sa verspreid
Doe moest er wol un rietuig ha.
Dan koe d’ur gouwer nei har ta.
Uut Jesterwierrum kaam sien wein.
Dêr waar ut hiender dan fwaslein
Fersekate jirren roon dat sa
En ’t koe d’ur ommers nog mei ta!
Dochs dokter streeft almar fwaruut.
Hij tinkt us goed en nimt besluut:
Nou stouwt zien auto lâns de diek
Ien stof wolk joed en moon ien ’t sliek!
Al vief en tweintig jier bin om.
Dochs Dokter is net oòd en krom
Ut sulver wut him joed betrouwd.
Hij krieget nei uus winsk wol goud!
Jouw saakje siet dos nu uwer goed
Lok Dokter! Mei de dei fan joed.
Lok Bozum Jesterwierrum, Rien,
Lok Britswerd, Wieuwurd ek mei ien
Lok Lietsewierrum, gwajengea
En Deersum, Goutum, Lwajengea
Fwar Dokter en sien kriete lok:
Ta Dokters eere bin we drok!
In de Leeuwarder Courant van 22 mei 1914 stond een uitgebreid verslag:

Diverse aan- en verkoopactiviteiten
Behalve het doktershuis, de huidige Waltawei 10, heeft hij hij meer zaken in Boazum gekocht:
– Aan de overkant van de dorpsstraat had hij in 1905 tussen de smederij (Waltawei 37) en het winkelpand waar Ane Lanting woont, een perceeltje land gekocht van de smid Johannes Pieter Holster, Dat zal voor Holster overtollig zijn geweest, nadat hij zijn eigen huis en werkplaats had laten bouwen. Op die plek heeft de dokter toen een huis met stal/garage laten bouwen voor zijn koetsier-chauffeur. Dit is nu Waltawei 35. Gysbert en Kim Lanting wonen daar nu.
– Bovendien kocht hij in 1909 het stuk weiland tegenover zijn huis, dat overgebleven was nadat er een nieuw huis (Waltawei 29) was gezet. In de Jaren ‘60 zou het Groene kruisgebouw daar worden gebouwd.
– Hij had ook bemoeienis met het voortbestaan van de herberg in Bozum. Dat hij echt een gemeenschapsmens was, bleek wel uit het feit dat hij samen met twee boeren uit het dorp, de herberg voor het dorp behield. Dat wil zeggen, de herberg was eind 1917 door de kroegbaas Otte Schuurmans per 12 mei 1918 finaal verkocht aan de Littensers Cathrinus van der Witte, Timmerman en Jan de Jong, bakker. Voor fl. 4867,- Herbergier Schuurmans verhuisde per 10 mei 1918 naar Bolsward.
Het is bekend dat er in die tijd activiteiten in het dorp werden georganiseerd door ene De Jong. Dat zal Jan de Jong uit Oosterlittens geweest zijn, die per 12 mei voor de helft de eigenaar zou worden.
Voordat die definitieve overdracht aan de twee Littensers per 12 mei plaatsvond, waren enkele Bozumers actief geworden om de herberg over te nemen. Dat waren Dokter Regenbogen, de veehouder Gerben Speerstra, en Pieter Terpstra, zonder beroep. Zij noemden zich het Dorpscomité. Zij slagen er in om de herberg over te nemen voor fl 7.700,-. Zij hebben het café waarschijnlijk gekocht om dit voor het dorp te behouden, net zoals 60 jaar later de Stichting ‘Algemien Belang Boazum’ dat in 1981 ook deed. Het drietal was er blijkbaar al langer mee bezig, want een maand eerder, in april boden zij de exploitatie van het café aan, terwijl ze het ‘pas’ op 23 mei overnamen. In april 1918 stond er al een bericht in de Leeuwarder Courant dat het café te huur was en dat men zich voor 4 mei aan kon melden bij G. Speerstra.

Met Pensioen, naar Leeuwarden
Begin 1924 besloot hij te stoppen met zijn praktijk. Jammer genoeg had zijn vervanging nogal wat voeten in de aarde. Zijn eerste opvolger was Age Sybrand Wijma, in 1879 geboren in Balk en hij woonde in Den Haag. Deze werd ook al voorgesteld aan het dorp. Arjen Schaafsma haalt daar nog herinneringen aan op in een van zijn stukjes in de Doarpsskille:

Echter, voordat hij zich hier kwam vestigen, kwam Wijma te overlijden. De tweede kandidaat was Pieter Veersma, in 1893 geboren in Achlum. Hij heeft zich ook daadwerkelijk in juni in Bozum gevestigd, maar na een maand stierf hij onverwacht op 5 juli, na een ziekte van twee dagen. Zodoende nam Regenbogen nog even zijn oude praktijk waar.

Vrij snel kon er toch een nieuwe dokter worden gevonden. Dat was Arthur Felix Rijsbosch, in 1893 geboren in Geraardsbergen in België. Hij kon al binnen 2 weken aan de gang en bleef hier tot begin 1930 toen Dokter Klaas Miedema naar Bozum kwam
Wetenschappelijk onderzoek
In Leeuwarden legde hij zich vooral toe op het wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe theorieën over ionen in weefsels en weefselvochten. Zijn bijdragen in wetenschappelijke tijdschriften in binnen- en buitenland trokken de aandacht, zoals:
Le rôle biologique de la catalase dans le métabolisme d’énergie Par J. H. Regenbogen, médecin à Leeuwarden (Hollande). pp 139. Haarlem: de Erven F. Bohn N. V.; Paris: Gaston Doin & Cie, 1932.
Op zijn Balkon heeft hij daarvoor onder andere biochemische proeven genomen met kikkers.
Overlijden
Regenbogen overleed in Leeuwarden op 13 november 1933, 70 jaar oud, en werd op 16 november 1933 in Boazum begraven. Een in memoriam verscheen op 13-11-1933 in de Leeuwarder Courant en een verslag van de begrafenis op 16-11-1933.

Dr J.H. Regenbogen legateerde na zijn overlijden 1000 gulden aan de Diaconie der Hervormde Gemeente te Boazum. In de Leeuwarder Courant werd daar melding van gemaakt.
Het graf van de dokter op het kerkhof te Boazum. In de loop van de jaren vervaagde de tekst op de grafsteen danig.

Het Regenbogenleen
Ter nagedachtenis aan de dokter is de Stichting Johannes Henricus Regenbogenleen opgericht, voortgekomen uit de nalatenschap van Trijntje Regenbogen (geboren Sneek 25 november 1865, overleden Leeuwarden 16 november 1937) als eerbetoon aan haar broer J.H. Regenbogen. Het doel van de Stichting Johannes Henricus Regenbogenleen is het financieel ondersteunen van onbemiddelde studenten voor arts of apotheker. De studenten dienen af te stammen van Friese (groot) ouders om in aanmerking te komen voor een subsidie. Er is een jaarlijkse bijdrage beschikbaar van € 250. Aanvragen kunnen worden ingediend bij de gemeente waaronder Boazum ressorteert. Oorspronkelijk zetelden in de keuze commissie statutair de drie dominees in Boazum: De Nederlands Hervormde, de Gereformeerde en de voorganger van de Vereniging tot Evangelisatie in Bozum. Door de schaalvergroting en het ontstaan van de Protestantse kerk door het samengaan van alle verschillende Protestantse kerken, is er nu geen enkele dominee in Boazum overgebleven. Daarom werd de ‘regionale’ dominee uitgenodigd.

Noten:
Philippus Breuker:
– http://fers2.eu/johannes-henricus-regenbogen
– De Doarpsskille van september 1991 (22e jrg nr 8)
– Brekizers fan de foarútgong, Amsterdam 1917
Jeanine Otten:
– http://www.histoarysklittenseradiel.nl/page/geschiedenis
G.A. Wumkes
– Stads- en Dorpskroniek vn Friesland I (1700 – 1800) Leeuwarden 1930
Hessel Fluitman:
– Chirurgijnen en Doktoren in de Gemeente Littenseradiel. niet uitgegeven, 1991-1995
Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 16 (1874) – A.J. van der Aa:
– Het lemma: de theoloog Johannes Henricus Regenbogen (1767 – 1814)
De Leeuwarder Courant/ De Krant van Toen:
– Diverse advertenties betreffende de dokter tussen mei 1889 en medio 1934
Op ‘ Skille van 13 augustus 2013:
– artikel betreffende het Regenbogenleen
Doarpsskille Boazum:
– september 1991 (22e jrg nr 8)
www.allefriezen.nl:
– Vele geraadpleegde notariële akten, burgerlijke stand- en bevolkingsgegevens.