De âlde bakkerij aan de Havens

De âlde bakkerij aan de Havens 3 uit 1920

Het huis aan de Havens 3 heeft al een lange geschiedenis achter de rug. Het werd in 1773 gebouwd door schoenmaker en dorpsrechter Piter Poppes. Al bijna 250 geleden. Na Piter Poppes woonde de kuiper Durk Poppes Flietstra hier. Hij was een kleinzoon van Piter Poppes. In 1798 werd het verkocht aan Jan Eises Eisma (1764 – 1844). Eisma woonde in ieder geval vanaf 1806 op De Havens 3. Hij kocht het huis als kastelein in de herberg van de kerk, in het witte huis op de Dokter Miedemastrjitte. Jan Eises was geboren in Drachten en woonde al enige tijd in Boazum. In 1793 wordt zijn naam in de kerkboeken genoemd omdat hij hier belijdenis deed. Zeker sinds de Franse tijd, was hij naast herbergier ook dorpsrechter. Zijn naam komt nog al eens voor als getuige in de geboorte akten van Boazumer baby’s. Waarschijnlijk deed hij dat in zijn functie van vrederechter. In een geboorte akte uit 1815 wordt hij zelfs veldwachter genoemd.
Eise Jans Eisma
Van zijn twee kinderen krijgt Eise Jans (*1795) er acht. Hijzelf is winkelier in Boazum en van zijn kinderen is Bauke (*1821) kleermaker en Sijtse (*1823) is hier bakker in het huis met de pilaren. Dochter Baukje (* 1825) en haar man Oeds Odolphi hebben een bakkerszaak in Almenum onder Harlingen. Dochter Sijtske (*1830) trouwt met Hendrik van der Kerk. Hij is bakker annex kroeghouder in Tjerkgaast. Later duikt hij op als transporteur in Sloten. Molle (*1833) tenslotte is hier in Boazum schoenmaker. De jongste zoon Johannes (*1838) is net zoals zijn broer Bauke ook kleermaker in Boazum. Het is dus een echte middenstandersfamilie.
Twee herbergen
De vraag rijst waarom Eisma op nog geen 50 meter van elkaar twee herbergen had. Vermoedelijk was het witte huis een dranklokaal en zal het huis met de pilaren als herberg hebben gefunctioneerd. Het lag toen aan een van de haventjes en het vervoer van mensen en handel ging over het water. Als de schuiten aan de lijn voortgetrokken moesten worden, zal dat niet sneller zijn gegaan dan pakweg drie kilometer per uur. Langs de vaarten lag toen en heel netwerk van waterherbergen. Hier in de buurt had je er een bij De Dille bij Easterwierrum, In Rien bij de brug (de grijs gepleisterde woning) en hier onder Boazum lag bij de Flearen ook een herberg. Deze herberg in Boazum lag weliswaar niet echt in de route. Vanaf de Zwette was het, zoals bij alle dorpen aan de vroegere Middelsee, nog een heel eind lopen en varen, naar het dorp. In die tijd hadden lang niet alle schuiten ook een roef. Dus moest er ’s avonds onderdak worden gezocht. Daar zal de kroeghouder dus zijn graantje van meegepikt willen hebben. Uit een artikel in de Doarpsskille van Jappie Lanting weten we dat het pand ook dienst deed als dorpslogement voor turf en mestschippers waar men kon overnachten. Tot de verbouwing in 1974 waren hier kleine bedsteden. Die zijn dus zo lang bewaard gebleven.
Het huis functioneerde tot 1844 als herberg. De kastelein en vrederechter Jan Eises Eisma overleed dat jaar op huisnummer 49, aan het tegenwoordige Altaplein. Zijn zoon de winkelier Eise Jans erfde de herberg. Diens zoon Sytze Eises werd er vanaf 1848 de bakker. Hij was de eerste van een lange rij die hier tot in 1965 de winkel dreven, toen bakker Sikke van de Brug er mee ophield.

Sytze Eises is hier tot mei 1861 bakker geweest. Hij was getrouwd met Antje Alles Fortuin uit Heeg. Haar familie woonde en werkte daar en had er diverse bezittingen. Vandaar dat hij per 12 mei 1861 na de verkoop van de bakkerij, naar het dorp van zijn vrouw vertrok.

Advertentie van de Finale verkoop van de bakkerij in maart 1861 in de Leeuwarder Courant. Eise Jans verkocht de winkel aan Johannes Piers Santema uit Britswert.

Santema uit Britswert
Maart 1861 verkocht Eise Jans de winkel aan Johannes Piers Santema uit Britswert. Al bij de provisionele verkoop was die de hoogste bieder met fl 2.500,-. Bij de definitieve verkoop werd hij voor dat bedrag de nieuwe eigenaar.
In de verkoopakte werd nog vermeld dat de eigenaar een jaarlijkse, eeuwige rente van fl 2,50 verschuldigd was aan J.H. Schilstra.
Bij de overname van het huis moest tegen taxatieprijs ook worden overgenoen: de baktafel, de zuurketel, toonbank en winkelplanken. Een en ander tegelijk met de eerste termijn van de koopprijs te voldoen. Voordat Santema naar Boazum kwam, trouwde hij op 11 april, voor de tweede keer, met Grietje Folkerts de Groot. Zijn eerste echtgenote was overleden in 1859. Grietje Folkerts trouwde ook voor de tweede keer, Zij was weduwe van Sjoerd Euwes Venema en had van hem een kind. Santema was winkelier en kastelein in Wieuwerd, net zoals Durk de Jong melkboer en kastelein dat de afgelopen jaren was. Santema verkocht zijn winkel/herberg in Wieuwerd op 13 april voor fl 1.201,25 aan Jan Meinderts Wynia te Britswert en hield op 27 april nog een boelgoed. Daarmee haalde hij nog fl 197,70 uit zijn winkelvoorraad aan linnengoed.

Deze trouwerij is een typisch voorbeeld van het gegeven dat “…er iemand moet zijn om het brood op de plank te leggen en iemand om het er weer af te kunnen halen”. Oftewel, in die tijd had een man een vrouw nodig om het huishouding draaiende te houden en een vrouw had verlet van een man om inkomen te vergaren. Ontbreekt een van beide dan wordt het heel moeilijk om een huishouden draaiende te houden!

Naast het huis werd ook en apart, de bleek verkocht. Die werd provisioneel door Jakkele Jacob Reitsma, boer te Boazum, vastgelegd, maar kwam definitief in handen van Jan Rinze Heeringa. Sindsdien is de bleek los van de bakkerij gebleven. Later wordt het samen met het perceel waar nu Dr. Miedemastrjitte nr. 6 op staat, verkocht. Sindsdien zijn die twee percelen een geheel gebleven.
Het ziet er naar uit dat Santema september 1864  in de fout ging. Hij dook november 1864 op in de Rolboeken van de arrondisementsrechtbank van Leeuwarden. Het ging om het feit dat hij werd opgepakt, lopend langs het spoor tussen Deinum en Dronrijp. Hij liep daar zonder toestemming van de Bestuurder, “…of diegene die hij dat in zijn plaats had opgedragen”. De straf hield in dat hij een dag naar de gevangenis moest en voor de kosten van de veroordeling opdraaide.  Hij werd in de papieren -voor ons heel verwarrend- opgevoerd als “…bakkersknecht wonende te Bozum…” Terwijl je toch mocht verwachten dat hij als eigenaar van de bakkerij een zelfstandige bakker was.
Santema verkoopt zijn zaak in februari 1865 door aan Warner Doekes Harkema uit Bolsward. Vermoedelijk was hij daar bakkersknecht, want ook hij trouwt voordat hij naar Boazum komt.De zaak gaat uiteraard over op de Âlde Meie: 12 mei.
Durk Douwes Bakker uit Makkum.
Harkema houdt het langer uit dan Johannes Piers Santema: pas in 1874, negen jaar later, verkoopt hij de winkel door aan Durk Douwes Bakker uit Makkum. Bakker krijgt dan een huis en bakkerij met werf c.a. in eigendom. En: ook hij trouwt op 7 mei 1874, vlak voordat hij naar zijn nieuwe onderkomen in Boazum komt!

Durk Douwes Bakker met zijn personeel.
De advertentie uit 1895, waarin Bakker zijn koek- en banketbakkerij al eens te koop aanbood

Blijkens een advertentie in een Leeuwarder Courant uit 1895 wilde hij de bakkerij al eens verkopen.

Pas in december 1916 verkoopt de meester bakker Dirk Douwes Bakker daadwerkelijk “…een huizinge waarin bakkerij met erf, turfschuur en verder toebehoren te Bozum bekend Baard E 1099 voor 3 are 29 ca met alle aanwezige tot de uitoefening van het bakkerijsbedrijf behoorende gereedschappen…”
Verder staat er in de akte dat er een eeuwige rente van fl 2,50 aan Schilstra betaald moest worden, “Welke rente door hem nimmer is betaald.”

De nieuwe eigenaar werd Anne Aukes Bakker, van bakkersbedrijf te Lekkum
De verkoopprijs was fl 4.000,- en koper en verkoper waren overeengekomen dat er voor 1 mei 1917 betaald zou worden.

Arjen de Boer bollekoer rinner foar bakker Plat.

 

Pieter Plat met zijn vrouw Ida, bakker aan de Havens 3

Pieter Plat was bakker op de havens van 1923 tot in 1942. Daarna kwam zijn zoon Sipke met zijn vrouw Wietske in de bakkerij van 1942 tot 1946 aan het werk. Zij verhuisden naar Damwoude en emigreerde in 1950 naar San Francisco in de V.S. Hij verkocht de bakkerij aan Sikke van der Brug.

Fam Sikke en Klaske van der Brug, kinderen Tjeerd, Annie, Hotske, Hermien en Tjitske.

Sikke en Klaske van der Brug kwamen als bakker begin Januari 1946 uit Kubaard naar de bakkerij aan de Havens 3.Hier zijn ook hun kinderen geboren  Later bakte hij van 1956 tot 1965 het brood in de centrale bakkerij van de Fam Punter in Rien. Hun zoon Tjeerd kwam hier ook stage gelopen. Er waren meer bakkers uit de omgeving die hun brood hier in Rien bakten, waaronder de bakkers uit Roodhuis, Rien en Itens. Deze centrale bakkerij is tot eind jaren 60 hier gevestigd geweest. Toen ging de familie Punter naar Arum om te werken in de koekfabriek van Rienks. De familie van der Brug heeft tot 1965 hier in Boazum gewoond en gewerkt, en zijn toen naar Drachten verhuisd. Sikke heeft de âlde bakkerij toen verkocht aan kunstschilder Eddy Kamermans uit Amsterdam, deze woonde hier van 1965 tot 1967.

Bakker Sikke van der Brug op zijn transportfiets naast de woning van Leense Wagenaar op de Tryntsjebuorren.
Een Nota van de bakker van der Brug voor de Prijs van de kaartwedstrijd van de visclub de Reafin.
De âlde bakkerij was in zeer slechte staat, hier begin 1970

 

Daarna is de bakkerij een aantal jaren onbewoond gebleven. De firma Schakel uit Exmorra heeft het perceel gekocht om het te renoveren. De renovatie heeft in verband met de financiering jaren op zich laten wachten. Aan deze tijd wordt in een apart hoofdstuk aandacht besteed.
De âlde bakkerij is na de renovatie aan de gemeente Baarderadeel verkocht en werd sinds 1975 verhuurd aan de familie Jan en Tynke Zantema. Zij zijn hier blijven wonen tot in 1992.

Een foto uit 1975 toen de fam Jan Zantema hier was komen wonen. Het schilderwerk was door Schrale uitbesteed aan het Boazumer Schildersbedrijf Lanting.

Dat was voor de gemeente het sein om afstand te doen van de oude bakkerij. Vanaf dat jaar woont de familie Bouwe Jan Bouma hier.